Buiten R2 en C1, die bepalend zijn voor de vertraging, kan je voor de overige weerstanden andere waarden nemen:
Voor R1 kan je 22R kiezen, maar ook 22M. Maar bij 22R ga je absurd veel stroom verspillen als je de toets indrukt, en bij 22M wordt het geheel erg gevoelig voor stoorpulsen van buitenaf. 1k ... 100k zijn bruikbare waarden.
Bij R3 heb je minder keuze. Deze weerstand moet immers voldoende basisstroom leveren om T1 in verzadiging te sturen. Hoeveel dat minimaal moet zijn, hangt af van de versterkingsfactor van T1 en van de aangesloten belasting. 2k2 zal het ook doen, en waarschijnlijk is 4k7 ook OK, maar met 1k ben je zeker dat ook een transistor met minder-goede kwaliteiten nog betrouwbaar schakelt.
Wat T1 betreft: zelf zou ik sowieso de BC337 kiezen. Daar kan je probleemloos elk klein relais mee aansturen. Met een BC547, in combinatie met een 5V-relais, moet je wel uitkijken. Ik heb er al in handen gehad, die zowaar 120mA opslokten, en dat is meer dan een BC547 aankan.
D1 en D2 zijn zowat de meest-gebruikte klein-signaal dioden.
quote:
Voorbeeld: Ik zie tussen de de gnd en de 1 nand (pootje 2) een weersatand, maar dit is toch 5 volt eigenlijks, waarom zit daar dan een weerstand tussen?
Die weerstand trekt pin2 naar 0V als de toets niet ingedrukt is. Haal R1 weg, en je weet niet welk niveau de eerste NAND aan pin2 "ziet".
quote:
Gaat dit allemaal met berekeningen ?
Nope. Louter ervaring. Of, misschien beter uitgedrukt: met vallen en opstaan...