Dit antwoord hou ik al heel lang in, maar ik moet het een keer kwijt.

Eind jaren 80, begin jaren 90, zat ik bij Philips in de groep die de DAB 452 ontworpen heeft. Ik was verantwoordelijk voor, jawel, de oscillator en de PLL. Die DAB-452 was de eerste commerciële DAB ontvanger, met een subsidie van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Er zijn er dacht ik 150 gemaakt voor de EBU en fabrikanten van DAB ontvangers. En netwerkbeheerders: DAB zenders hadden minder vermogen dan FM zenders; dat kan gewoon.

Die DAB 452 was erg goed en is de referentieontvanger van de EBU geworden. Nog steeds volgens mij.

Die ontvanger had een goede gevoeligheid. Ook latere ontvangers hebben een goede gevoeligheid; daar ligt het niet aan. Alle OFDM-technieken (video van Digitenne en audio via DAB) werken in het lab goed. Het probleem is reciprocal mixing en de faseruis van de (eerste) oscillator. In een Rayleigh pad zijn een aantal carriers altijd zwakker t.g.v. reflecties in het propagatiepad. Die zwakkere carriers kunnen prima gedecodeerd worden, zelfs foutenvrij, mits ze niet ondergesneeuwd worden door de faseruis via reciprocal mixing in het betreffende OFDM-kanaal.

Reciprocal mixing in het kort: de faseruis van de oscillator wordt op ieder ingangssignaal gemoduleerd. Een zwak signaal dicht bij een sterk signaal wordt als het ware ondergesneeuwd door deze faseruis. Bij COFDM zijn er veel signalen met een klein frequentieverschil en de sommatie van al die bijdragen beperken de dynamiek van het totale signaal: de zwakke carriers kunnen niet meer foutloos worden gedemoduleerd.

Alle OFDM ontvangers worden tegenwoordig gemaakt met een naar mijn idee net iets te slechte oscillator: te hoge faseruis. Zelfs een snoeihard Digitennesignaal hapert en dat heeft alleen maar te maken de gekozen code-rate en de dynamiek van het 1,5 MHz of 8 MHz brede kanaal waarin de OFDM carriers zitten. Een Rayleigh pad heeft een 95 % sterktevariatie van 23 dB. Dan mis je al 5 % van de informatie, maar daar is het systeem wel tegen bestand. Je hebt voor de zwakste carrier in zo een spectrum 6 dB C/N nodig in de bandbreedte van een zo een carrier (QPSK).

In de discussies met NXP ging het zelfs zo ver dat de faseruis eisen steeds minder werden "omdat het in het lab toch prima werkte". Ook voor latere versies met QAM-16 en hoger is de faseruis de beperkende factor en niet de gevoeligheid.

Eigenlijk is dat gehannes met antennes om een goed beeld te hebben van alle tijden, van zwart-wit TV in 1955 tot OFDM in 2025....

Ook bij DRM is de coderate te laag gekozen en gaat mislukken, of is al mislukt.

Kortom: verkeerde keuzes (coderate) en slecht design (faseruis).