dawmast
Zorg dat je er bij komt, bij de Marine. Sympathisant van de Koninklijke Marine. Luistert graag naar militaire muziek.
Ik heb nog wat kleine vraagjes over de standaard transistorsuperhet.
Schema:
Waar dient D1 voor die tussen de top van de eerste MF-kring en de collectorbelastingsweerstand van Q2 zit aangesloten?
Sommige transistorsuperhets hebben last van ontvangst van sterke kortegolfsignalen op de middengolf, vooral die goedkope dingen uit de jaren '60 en '70. Je hoort dan zenders die er helemaal niet op de middengolfband thuishoren, spooksignalen heten dat. Ik weet dat dat ontstaat door instraling via de koppelwikkeling op de ferrietantenne, omdat de koppelwikkeling zijn eigenresonatiefrequentie heeft op de kortegolf. Omdat de oscillator ook hogere harmonischen produceert op de kortegolfband, gaan die zich mengen met de op de ferrietantenne ingestraalde kortegolfsignalen en hoor je daardoor die spooksignalen.
Wat kun je daar eigenlijk aan doen als je zo'n ontvanger hebt? Zijn er manieren om dat kortegolf instralingsprobleem aan te pakken?
Ook rechtuitontvangers kunnen daar zo flink last van hebben, dat je over de gehele band sterke kortegolfsignalen ontvangt die daar helemaal niet in thuis horen. In dat geval speelt de eigenresonantie van de antenne op het kortegolfgebied een grote rol. Dat probleem kun je verhelpen door er een afstembare seriekring te plaatsen tussen de antenne en de ingangskoppelwikkeling van de ontvanger.
[Bericht gewijzigd door dawmast op (18%)]
fred101
Golden Member
www.pa4tim.nl, www.schneiderelectronicsrepair.nl, Reparatie van meet- en calibratie apparatuur en maritieme en industriele PCBs
Is dit een superhet ? Hoe werkt hij dan ? Is een grappig compact schema maar ik zie een ferrietantenne die gelijk naar de basis gaat en een kring die als oscillator op de zelfde tor zit. Dan denk ik dat hij op de ontvangstfrequentie oscilleert. Dat signaal wordt in tor twee versterkt en via de diode gemixed met het RF signaal ofzo. Beetje zoals in een reflex ontvanger ofzo. Ben wel benieuwd naar hoe dit werkt.
Het is een superhet. De ontvangstfrequentie wordt meteen in T1 met de oscillatorfrequentie gemengd en het verschil wordt in de collector uitgekoppeld. Q2 versterkt dat IF signaal.
Op de anode van D1 staat een gelijkspanning die varieert met de aansturing van Q2, als die spanning tov de collector van Q1 boven de drempelspanning van D1 komt dan wordt Q1 meegeregeld, stabilisatie lijkt mij.
Verder is dit een heel oud schema gezien de trafo's in de klasse B audioversterker en Q6/7 in PNP, 70's Japans pocketradio.
Pertinax
Mijn thuis is waar mijn Weller staat
betreffende D1.
Ik ben die al een paar keer tegenkomen, en het viel mij op dat die enkel aanwezig is bij radio's met AF11x transistoren.
Bij een Radiola RA312T is dit ook zo, en uit nieuwsgierigheid heb ik de vraag voorgelegd op het franse radioforum. link
De uitleg in het frans:
c'est une diode d'amortissement du premier transfo FI, soumise au potentiel du collecteur du premier transistor FI, sa résistance interne diminue quand le signal est fort, elle compense la variation de capacité d'entrée du premier transistor FI qui est due à l'action de la CAG sur sa base.
En amortissant le primaire du premier transfo FI, la courbe s'élargie, et l'accord général de l'ampli FI reste bon.
Vous pouvez l'enlever, et constater alors un désaccord , donc une courbe BF changeante en fontion de la puissance du signal reçu, en tournant le poste sur lui même par exemple.
page 240 et 241 de l'excellent livre de W Sorokine : Dépannage des radiorécepteurs ( à transistor)
Vrij vertaald:
Bij sterke signalen komt de AGC in werking op de eerste MF transistor. Hierdoor verandert zijn inwendige weerstand en capaciteit, waardoor de centrale MF frequentie (van de tweede MF kring) ahw. verschuift. tov. de rest.
Door nu de eerste MF kring te dempen door middel van D1, wordt zijn bandbreedte groter, en compenseert dit de verschuiving van tweede, waardoor de algemene doorlaat opnieuw goed staat.
Radiola geeft aan als functie voor D1: régulation automatique de sensiblilté: automatische gevoeligheidsregeling.
Voor het schema van TS:
Bij sterke signalen wordt de spanning aan Q2 negatiever. Q2 wordt stilaan afgeknepen en hierdoor wordt de DC spanning op de collector hoger. D1 begint te geleiden en dempt zodoende IFT1. Merk op dat hier geen weerstand in serie met de diode staat.
D1 heeft enkel een schakelende functie, geen gelijkrichting. Bij zwakke signalen spert zij gewoon.
dawmast
Zorg dat je er bij komt, bij de Marine. Sympathisant van de Koninklijke Marine. Luistert graag naar militaire muziek.
Heel hartelijk bedankt voor de duidelijke uitleg over D1 in het schema.
Maar de vraag over ontvangst van sterke kortegolfsignalen op de middengolf is nog niet beantwoord.
Sommige transistorsuperhets hebben last van ontvangst van sterke kortegolfsignalen op de middengolf, vooral die goedkope dingen uit de jaren '60 en '70. Je hoort dan zenders die er helemaal niet op de middengolfband thuishoren, spooksignalen heten dat. Ik weet dat dat ontstaat door instraling via de koppelwikkeling op de ferrietantenne, omdat de koppelwikkeling zijn eigenresonatiefrequentie heeft op de kortegolf. Omdat de oscillator ook hogere harmonischen produceert op de kortegolfband, gaan die zich mengen met de op de ferrietantenne ingestraalde kortegolfsignalen en hoor je daardoor die spooksignalen.
Wat kun je daar eigenlijk aan doen als je zo'n ontvanger hebt? Zijn er manieren om dat kortegolf instralingsprobleem aan te pakken?Ook rechtuitontvangers kunnen daar zo flink last van hebben, dat je over de gehele band sterke kortegolfsignalen ontvangt die daar helemaal niet in thuis horen. In dat geval speelt de eigenresonantie van de antenne op het kortegolfgebied een grote rol. Dat probleem kun je verhelpen door er een afstembare seriekring te plaatsen tussen de antenne en de ingangskoppelwikkeling van de ontvanger.
Oh sorry. Dat was uit "Zo.. werkt de transistor".
@TS: een seriekring werkt bij een willekeurig draadje vaak niet erg effectief, doordat de impedantie van dat draadje op de meeste frequenties tamelijk hoog is. Zo'n seriekring voegt, al is hij voor de te onderdrukken frequentie uit afstemming, in verhouding maar weinig extra impedantie toe.
dawmast
Zorg dat je er bij komt, bij de Marine. Sympathisant van de Koninklijke Marine. Luistert graag naar militaire muziek.
Wat ook bijzonder is in de eerste MF-trap rond Q2 in het bovenstaande schema, is dat de ontkoppelcondensatoren van de voeding en die aan de koude kant van de MF-koppelwinding niet direct aan de massa zijn geknoopt, maar aan de emitter van Q2. Tussen het knooppunt van de koude kant MF-koppelwinding en de basisinstelweerstanden zit daar een ontkoppelcondensator naar de massa.
Deze manier vaan ontkoppelen zie ik wel vaker in transistor MF-trappen, heeft dat met het voorkomen van ongewenste meekoppelingen te maken? Ongewenste meekoppelingen in een MF-trap veroorzaken niet alleen maar ongewenste oscillaties, maar tasten ook de doorlaatkromme van de MF-trap aan.
Lijkt me eerder iets uit "Zo.. werkt de radio".
Of was deze ouder en werd daarin alleen de werking van een buizenradio besproken?
Ik weet nog wel uit welk boek ik dit heb gescand. 
Zoo... werkt de radio kwam in het Frans uit in 1935.
Er waren wel steeds herdrukken, tot in 1964 of zo, dus er had een hoofdstuk over transistors toegevoegd kunnen zijn.
Dat hebben ze met 'FM' en met 'opnameapparatuur' wel gedaan (dat laatste onderwerp echter niet in de Nederlandse druk, helaas).
--
De ontkoppeling gaat rechtstreeks naar de emitter. Zo zijn de basis-emitterkring en de collector-emitterkring zo kort mogelijk.
Wat heeft tenslotte de transistor met onze massa te maken?
In dit geval heeft de emitterweerstand dus ook géén invloed op de versterking; de transistor gaat maximaal versterken.
Een extra ontkoppelcondensator wordt zo dus ook uitgespaard.
evdweele
Overleden
Techniek is ervoor gemaakt om ons in de steek te laten. Het blijft een ongelijke strijd tussen de techniek en de technicus.
Op 21 oktober 2014 21:28:55 schreef ohm pi:
Lijkt me eerder iets uit "Zo.. werkt de radio".
Kijk eens goed op de naad tussen de twee pagina's.
dawmast
Zorg dat je er bij komt, bij de Marine. Sympathisant van de Koninklijke Marine. Luistert graag naar militaire muziek.
Philips paste in zijn transistorsuperhets een bepaald foefje toe om het oscillatorsignaal over de collectorbelastingweerstand van de mengtrap te elimineren. Het signaal vanuit de Local Oscillator komt via C19 van 100 nF en R14 van 12 Ohm op de emitter van TS5 binnen waar het gemengd wordt met het ingangssignaal op de basis. Via C18 wordt het oscillatorsignaal in tegenfase op de knooppunt tussen de eerste MF-kring en de collectorweerstand R13 van 2k2 gekoppeld. Is dit om te voorkomen dat het LO-signaal in de MF-versterker terechtkomt om zo bepaalde ongewenste interferentie te vermijden, of om te voorkomen dat het LO-signaal rondstraalt in de ontvanger? En hoe kan het signaal via C18 dan in tegenfase zijn t.o.v. het LO-signaal dat via de emitter de mengtrap ingekoppeld wordt? En is het niet beter om C18 tussen R13 en de massa aan te sluiten? Want dan zel het LO-signaal aan de uitgang van de mengtrap via de eerste MF-kring naar massa kortgesloten worden.
Mengtrap Philips A6X38AT:

