De punt, ik denk dat deze foto wel duidelijk is
199,9V en 1,999V bereik.
Met een 9V voeding ook snel te testen.
De deler:
code:
+ o-----o
|
.-. R1=RB
| |
| |
'-'
|
Uin o-----o
| |
.-.R2 .-.
| | | | Rin=RA=10M
| | | |
'-' '-' Uuit
| |
- o-----o-----o
(created by AACircuit v1.28.6 beta 04/19/05 www.tech-chat.de)
Rin is de ingangsimpedantie van de meter zelf: 10MΩ Dit is RA, RB=0Ω zit op de plaats van R1 en moet verwijderd worden.
Standaard spanningsdeler:
code:
+ o-----o
|
.-. R1
| |
| |
'-'
|
Uin o-----o
|
.-. R2
| | Uuit
| |
'-'
|
- o-----o-----o
Uuit=Uin(R2/(R1+R2))
In 'ons' geval:
Uuit=Uin((R2||Rin)/(R1+(R2||Rin)))
Omdat Rin >> R2, is R2||Rin bijna gelijk aan R2 en nemen we R2. Klopt niet helemaal maar kom er later op terug.
Vereenvoudiging dus naar:
Uuit=Uin(R2/(R1+R2))
Uuit max 200mV (199,9mV)
Uin max 200V (199,9V)
Dat is een verhouding van 1:1000
Dat betekent dat als R1 10MΩ wordt (de grootste weestand van je setje precisieweerstanden dat bij de meter hoor) dat R2 minimaal 10kΩ wordt.
Netter is R1=9.99MΩ dan komt R2=10kΩ precies uit. Maar we hebben 10MΩ 1%, dus moet R2 wat groter genomen worden, 1kΩ 1% in serie met R2 (10kΩ 1%) gaf me icm de potmeter genoeg speelruimte voor het afregelen.
Conclusie:
code:
+ o-----o
|
.-. R1
| | 10M-1%
| |
'-'
|
Uin= o-----o
199,9V |
max .-. R2A
| | 1k-1%
| |
'-'
| Uuit=199,9mV max
|
.-. R2B
| | 10k-1%
| |
'-'
- o-----o-----o