hallo allemaal ik ben nieuw hier op een forum, ik zal me dan ook maar even voorstellen. Ik ben AAD. 17 jaar havo 5 Natuur en techniek. En ik hoop dat jullie mij een beetje kunnen helpen.

Ik ben nu bezig aan mijn profiel werkstuk en ik ga een 2-weg hifi luidsprekerkast ontwerpen. Daarbij moet/wil ik ook een filter gaan maken die dus de juiste tonen naar de juiste driver stuurt. Nu snap ik het princiepe van een filter ongeveer.
spoel in serie= hoge tonen tegenhouden
spoel paralel = lage tonen kortgesloten
condensator in serie = lage tonen tegenhouden
condensator paralel = hoge tonen kortgesloten

corrigeer maar als het niet klopt

Nu lees ik ook dat er niet zomaar een formule is te gebruiken omdat luidsprekers niet altijd dezelfde weerstand hebben, of is dat te verwaarlozen ?

Ook zijn er verschillende ordes, en verschillende soorten zoals Linkwitz-Riley, Butterworth, Bessel. wat hier precies de nadelen voordelen van zijn weet ik niet echt. Dus weet ik niet aan welke ik moet beginnen en wat te hoog gegrepen is.

Wat vinden jullie dat ik moet gaan doen? wat dus voor mij haalbaar is. Ik kan natuurlijk hulp krijgen op school van leraren natuurkunde enz.

iig alvast bedank :)

Het is de bedoeling dat je er wat van opsteekt, en ik vind dat je goede vragen stelt. Maar de beschrijving van condensatoren en spoelen die je geeft is wat kort door de bocht. Algemener is dit:

condensator:
lage impedantie bij hoge frequenties
hoge impedantie bij lage frequenties

spoel:
hoge impedantie bij hoge frequenties
lage impedantie bij lage frequenties

Zo kun je meteen redeneren dat een luidsprekerfilter met alleen een parralelspoel of condensator niet werkt. Je zou dan de bron overbelasten! Die kun je alleen gebruiken in hogere orde filters (hoger dan 1 dus); de orde van het filter wordt grofweg bepaald door het aantal filterende componenten dat er in zit.

Luidspreker hebben inderdaad niet altijd dezelde weerstand, je spreekt dan ook van een complexe impedantie. Om een filter exact te berekenen zou je een wiskundig model moeten gebruiken van de luidsprekers in kwestie. En dat gaat denk te ver voor 5 havo, met alle respect.

Ik hoop dat ik je wat verder geholpen heb.

Elektuur heeft een aantal boeken over filters en luidsprekers: "Filtertechniek, theorie en praktijk" (niet zeker van de titel) en "Luidsprekerkasten ontwerpen" van Vance Dickason. Staan bij mij in de kast. En vast ook in de bieb.

Butterworth en bessel zijn inderdaad de meest voorkomende. Bessel heeft de snelste reaktietijd en butterworth heeft de meest rechte doorlaatband. Beide worden ongeveer even vaak gebruikt in scheidingsfilters.

Linkwitz-Riley is dacht ik wanneer je de overgang bij -6db in stelt in plaats van bij -3db.

Op 19 oktober 2004 03:19:17 schreef Zom-B:
Linkwitz-Riley is dacht ik wanneer je de overgang bij -6db in stelt in plaats van bij -3db.

Klopt, maar dat komt omdat een Linkwitz-Riley filter een constante-fase filter is, en daardoor het kantelpunt bij -6dB ligt. Het is een zogenaamd gestapeld filter. En als ik me niet vergis, kun je de karakteristiek alleen krijgen bij even ordes (2, 4, 6)

[Bericht gewijzigd door Fuzzbass op ]

bedankt al voor de ryplies, Ik ga morgen naar de grotere bieb in eindhoven want hier hadden ze nix. Daar zal ik de titels zoeken en menemen.

Over het propleem dat een luidspreker een complexe impedantie heeft en je dus een wiskundig model van de luidspreker zou moeten maken word dus te moeilijk. Hier zal ik het dan ook wel ff over hebben met de leraar. Maar hoe erg is het als je een luidspreker als gewone weerstand bekijkt?

Voordat ik die boeken heb heb ik dus ff geen vragen meer. daarna misshien wel.