Start stop schakeling vertraagd uitschakelen met reset knop

Hallo, op school moet ik een start stop schakeling maken die vertraagd moet uitschakelen en een resetknop moet hebben. Ik weet alleen niet zo goed hoe ik de resetfunctie moet tekenen in eplan, zou iemand mij advies kunnen geven? Zie hieronder werking van schakeling:

1. Startknop (NO - normaal open): De startknop wordt gebruikt om de motor onmiddellijk aan te zetten. Wanneer de knop wordt ingedrukt, sluit het stuurcircuit, wat een stuurrelais inschakelt. Het stuurrelais activeert vervolgens de tijdrelais, dat ingesteld is op uitschakelvertraging (OFF-delay). Tegelijkertijd wordt de motor ingeschakeld via de contactor.
2. Stuurrelais: Dit relais vormt de schakel tussen de startknop en het tijdrelais. Zodra de startknop wordt ingedrukt, schakelt het stuurrelais in, waardoor de motor start en het tijdrelais begint te werken.
3. Resetknop (NO): Nadat de noodstop of motorbeveiliging is geactiveerd, kan de motor niet opnieuw worden gestart zonder de resetknop (blauw) in te drukken. Deze knop herstelt de stuurkring na het verhelpen van de fout en brengt het systeem weer onder spanning.
4. Puls-timer (pulserend tijdrelais): De puls-timer wordt geactiveerd zodra een van de veiligheidselementen (noodstop of motorbeveiliging) in werking treedt. Dit relais zorgt ervoor dat de blauwe lamp in de resetknop begint te knipperen. De lamp blijft knipperen totdat beide veiligheidsvoorzieningen correct functioneren en de resetknop is ingedrukt.
5. Stopknop (NC - normaal gesloten): Wanneer de stopknop wordt ingedrukt, valt het stuurrelais af en start het tijdrelais met aftellen. De motor blijft draaien tot de ingestelde tijd is verstreken, waarna het tijdrelais de contactor uitschakelt en de motor stopt.
6. Noodstop (NC): De noodstop is een veiligheidsvoorziening die in serie is geschakeld met de stopknop. Bij activering van de noodstop wordt het gehele stuurcircuit onderbroken, waardoor de motor direct stopt, ongeacht de status van het tijdrelais.
7. Signalisatielampen: De signalisatielampen geven visuele feedback over de status van de schakeling:
• Een lamp geeft aan dat de motor draait (bij voorkeur wit of groen).
• Een tweede lamp geeft aan wanneer de noodstop is geactiveerd (bij voorkeur rood).
• Een derde lamp signaleert dat de motorbeveiliging is geactiveerd (bij voorkeur oranje).
• Een vierde blauwe lamp in de resetknop knippert wanneer de noodstop of motorbeveiliging is geactiveerd, aangedreven door de puls-timer.

Als je volgens de geldende normen wil werken moet de noodstopindicatielamp blauw zijn. Deze kan gewoon in de resetknop zitten.

Bij je beschrijving van je noodstop heb ik de nodige twijfels. Ik zie nergens welke performance level (Pla .. Pld) of welk SIL niveau (SIL1 .. SIL3) je wil (moet) bereiken en wat voor architectuur je wil toepassen (CAT B..4). En hoe je tot deze beslissingen bent gekomen. Dit zijn toch zaken die echt heel erg dwingend worden voorgeschreven.

Een gewone stopknop combineren met je noodstop is ook heel erg niet goed.

Een noodstop zal in dit geval de gehele hoofdstroom naar de motor moeten uitschakelen.Hoe zou je dit uitvoeren?

De stopknop moet de hoofdstroom uitschakelen anders blijft ie draaien ;-)
De noodstop is afhankelijk van de beoogde veiligheid. Tegenwoordig word de hoofdstroom in gevallen juist niet meer uitgeschakeld door de noodstop, bijvoorbeeld bij frequentie regelaars.

Een stopknop is wettelijk verplicht, een noodstop zeker niet altijd.

Voor beiden zijn wettelijke regels. Voor de stopknop zijn ze helder en liggen ze vast.
Voor de noodstop moet je zelf e.e a. motiveren, berekenen en vastleggen.