Ik probeer een oude "Ideal Werke W400",(is gelijk aan een Blaupunkt of Point Bleu) bouwjaar 1934, aan de praat te krijgen.
Bij Blaupunkt hebben ze me het schema bezorgd. Maar het klopt niet helemaal wat spoelen en afstemkringen betreft.
Het ding oscilleert als gek. Met veel geluk krijg je soms tussen veel gefluit en gejoel een zwak signaal. Zelfs met het juiste schema maar zonder meetgegevens zal het me waarschijnlijk niet lukken. Heeft iemand meer gegevens over dit kreng ?
NB: De aansluiting naar de anode van de buizen met topaansluiting is onafgeschermd. Is dit één van de oorzaken ?
Met dank

Is dat wel de anode? Vaak zit daar het rooster, bij die 'kleine' buizen (geen powerbuizen).

Die afscherming heeft er natuurlijk ook nooit gezeten, terwijl hij het ooit wel normaal gedaan heeft.
Is de toonhoogte afhankelijk van de afstemming? Ook als het volume heel laag staat?
Daar zeg ik wat: IS het volume van het gejank regelbaar?

Dit is een regeneratieve ontvanger 1931-1933 dus oscilleren hoort er bij. De bekende Mexicaanse Hond.
Normaliter draai je de "reaction" net voor oscilleren en stem je af op een zender. Het is een beetje spelen met de knoppen, maar dat was in de jaren 30 niet anders.

http://www.radiomuseum.org/protect-path.cfm?image=d%5Fblaupunkt%5Fw400%5Finnen%2Ejpg&kind=gross&disposition=attachment

Het volledige schema is via http://www.radiomuseum.org/r/blaupunkt_w400_w_400.html

Te verkrijgen. Je moet er wel lid van worden/zijn.

Als je inderdaad niet weet hoe het moet, kan dat gewoon de reden zijn.
In dit toestel wordt geloof ik de terugkoppeling met een condensator geregeld (CV3). Draai daarvan eerst eens de platen helemaal open. Wat hoor je dan?

Als je zo'n rechtuitontvanger met hoogfrequentterugkoppeling een beetje laat oscilleren, heb je een homodyne ontvanger. De oscillatordraaggolf mengt zich in de detector met de zijbanden van het ontvangstsignaal. Het verschilsignaal is dan het audiosignaal. De ontvanger houdt zich dan vast aan de draaggolf van het ontvangstsignaal.

Een homodyne heeft wel gekoppelde kringen en de mate van koppeling is bepalend voor de werking. Een generende ontvanger niet. Die koppeling bepaald hoe hard het ding gilt op de onvangstfrequentie terwijl je toch scherp kan afstemmen. De genererende zit daat dicht tegen aan maar ik denk dat die gekoppelde kringen net het verschil maken tussen alleen een mexicaanse hond horen of ook muziek. De synchrodyne was een betere variant die later gezelschap kreeg van de hydrodyne ;-)

Ik merk inderdaad als ik mijn rechtuitontvanger, met ontdemper en detector gescheiden en een tuggle antennetuner, laat oscilleren en ik stem hem goed op de draaggolf af, dat ik toch een goede selectieve ontvangst van de zender heb. Alleen als de zender door de fading zwakker wordt, hoor je dat de ontvanger gaat genereren.

Schema:

http://www.uploadarchief.net/files/download/audion2.gif

In feite een homodyne die zich op de zender synchroniseert. G.W. Short had in 1972 ook zo'n homodyne ontvanger ontworpen. Op http://home.kpn.nl/a.van.waarde/id26.htm wordt zo'n homodyne beschreven.