vraag is even simpel als het antwoord voor mijn bekrompen hersentjes complex.

Hoe werkt een kooi anker motor?

ik snap dat je een draaiveld opwekt in de stator en de rotor is gewikkeld, maar wordt niet via koolborstels bekrachtigd, maar door de slip.....

of zit ik er nu naast? Maar hoe weet ej je slip van je motor dan?

ik snap er de ballen van... Iemand die me e.e.a. uit kan leggen?

Even diep denken hoe de theorie was, is al weer 25 jaartjes geleden dat we dat leerde.
De rotor moet je eigenlijk zien als een kortgesloten spoel.
In je stator krijg je een draaiend veld . Door dat draaiend veld wordt er in de rotor een spanning opgewekt en dus stroom. Door de stroom krijg je een magnetisch veld dat mee wil draaien met het draaiveld in de stator.
Als de rotor dan net zo snel draait als het draaiveld in de stator wordt er dus geen spanning meer opgewekt aangezien ze ten opzichte van elkaar stil staan.
Hierdoor zal de rotor terugzakken in toerental, dan ontstaat er weer verschil in toerental en zal er dus weer spanning worden opgewekt in de rotor etc....
Het toerental van de rotor blijft dus achter op het toerental van het draaiveld en dat noemen ze slip.

dus feitelijk ban je 4 tot 8% van je rendement kwijt aan slip..... Die heb je nodig om je magneetveld op te wekken dus...

4 tot 8% van je toerental. asynchroonmotor gedraagt zich als een koppelomvormer, vergelijkbaar met die van de amerikaanse automatische versnellingsbakken.

aha.... die brakke dingen, waardoor ik bij mijn pa bakken eraf blijf trekken.

dank u.

maar idd 4 tot 8% van het toerental.. echter is dat toch ook weer gekoppeld aan je rendement?? of ben ik nu gek?

toerental neemt af, koppel neemt toe bij asynchroonmotoren, vergelijk de koppelomvormer:

draaiveld stator: 3000 omw/minuut, vanwege 50 Hz net in europa.
draaiing rotor: 0-2800 omw/minuut(bij gelijk aantal poolparen in stator en rotor)
bij de lage rotortoerentallen zal de motor veel koppel op z'n as leveren, tgv. de hoge slip, bij de hoge toerentallen juist weer minder. net als bij de koppelomvormer. Vergelijk het statordraaiveld met de verbrandingsmotor voor de koppelomvormer, en de rotor met de aandrijving erna.

Het anker van de asynchroonmoter moet ergens zijn energie voor de bekrachtiging vandaan halen. Je kunt je voorstellen dat de asynchroonmotor dus een transformator (met luchtspleet) is. de frequentie van de fluxwisseling in de 'kern' van deze transformator is afhankelijk van het rotortoerental, des te hoger het rotortoerental, des te lager de frequentie die 'overblijft'. De 'bekrachtigingsstroom' door het anker bepaalt het koppel. De hoeveelheid energie die de 'transformator' in het anker over kan dragen is afhankelijk van de frequentie. des te lager de frequentie is, des te minder energie er overgedragen wordt in de rotor voor de bekrachtiging daarvan.
In de praktijk zal er een evenwicht ontstaan tussen toerental en afgenomen koppel.

ach ja.... logisch natuurlijk...