windingratio terugkoppeling LO met buis

Hallo iedereen,

ik heb al meerdere keren een mengstage met buis gebouwt waar de LC-kring kring van de lokale oscillator in de roosterleiding zat van de LO-sectie van de mengbuis. Echter heb ik nog nooit het omgekeerde gedaan, zoals in hier bij getoonde afbeelding:

https://www.radiomuseum.org/images/tubeenvdiag_klein/schemas.png

Hier is de LC-kring van de LO-sectie in de anodeleiding van de LO-triode geplaatst, en nu vroeg ik me af wat de windingratio moet zijn tussen LC-kring en koppelwinding die richting rooster gaat... Als de LC-kring aan het rooster ligt, is een terugkoppelwinding ratio van 1:5 a 1:3 gebruikelijk (Anode tov Rooster) maar hier zorgt de LC-kring voor een (zeer) hoge impedantie in de anodeleiding van de LO-triode. Dus word hier een anode-rooster step-down ratio gebruikt, of 1:1 of hoe zit dat nu precies? Ik kan niet meteen in de datasheets van de ECH4 of ECH41/42 een vermelding vinden.

Daar de LC-kring in de anodeleiding zich gedraagt als een zeer hoge impedantie, lijkt een 1:1 ratio me te veel van het goeie, want er kan over die LC-kring al gauw enkele 10V RMS aan HF staan eens die triode oscilleert, terwijl het stuurrooster maar enkele Volts HF-sturing nodig heeft.

Voor ik een ganse spoelenset wikkel, en hij alsnog in de vuilbak eindigt, vraag ik het liever hier.

Mvg en dank op voorhand,
Thomas/ON4SPK

Ik zou dezelfde windingsverhoudingen kiezen, dus 1:5 à 1:3
De spoelen zijn gewoon een transformator en naar mijn mening maakt het nauwelijks uit welke van de twee spoelen samen met de condensator een resonantiekring vormt.
Als proef kan je natuurlijk gewoon snel een paar spoelen wikkelen om een mooie wikkelverhouding te vinden. Precieze trillingsfequentie is in eerste instantie niet zo belangrijk. Heb je een mooie wikkelverhouding gevonden, dan maak je pas je definitieve spoelen met de juiste wikkelverhouding op de juiste frequentie.

Hmm, bedoel je dan dat de roosterwinding 3x meer windingen zou moeten hebben dan de spoel vd parallele LC-kring? Ik denk dat de zelfinductie van die spoel (zeker in combinatie met de rooster C) dan gevaarlijk hoog word, zeker in combinatie met de parasitaire zelfinductie zou de zelf-resonantie dan wel eens gevaarlijk dicht bij de afgestemde LC-kring kunnen komen. Of bedoel je 3x minder windingen in de roosterspoel? Ik vind het gek dat in geen enkele datasheet dit vermeld word, terwijl alle andere datasheets wel vermelden welke windingratio (grofweg) men gebruikt.

Ik leerde ondertussen al één ding over HF-trafos, en dat is als één van beide zijdes resonant gemaakt word, de zaak compleet veranderd eens je Fres nadert/verlaat. Maar het kan goed waar zijn wat je zegt ohm pi, dat ik bv met een 1:1 windingratio bv een 150k:150k impedantie krijg. Het zal inderdaad experimenteren worden! En zowiezo proberen de roosterspoel´s inductie niet veel groter te laten worden dan die van de LC-kring.

Mvg,
Thomas

De inductie van de roosterspoel moet uiteraard lager zijn dan de anodespoel. Tenslotte is een triode een versterker. Zelf noem je in je post windingsverhoudingen van 1:3 tot 1:5. Daar moet je in beginsel niets aan veranderen. Je verplaatst alleen de afstemcondensator van de roosterspoel naar de anodespoel en past de waarde aan op je gewenste trillingsfrequentie.

Inderdaad zie je deze schakeling overal in de buizenboekjes voor deze buizen (ook ECH3, ECH4 etc.).
Voor power-oscillators (een totaal andere toepassing, met grote buizen) is deze schakeling zelfs normaal; alleen zó wordt de anodewisselspanning groot genoeg om rendement te krijgen. Maar dat is hier natuurlijk niet belangrijk.

Een probleem voor ons nu, is dat er in die tijd geen zelfbouw van spoelen voor superhets was. De knutselaar kocht een compleet spoelstel, vaak compleet met afstemschaal. Anders zou het veel te moeilijk worden het toestel zonder meetapparatuur af te regelen.
In zelfbouwschema's voor supers uit die jaren zie je dan ook nooit wikkelgegevens, maar alleen maar merk en type van het spoelstel.

Als de koppeling tussen je spoelen vrij vast is, is de spanning op beide spoelen ongeveer gelijk. Je 'stemt dan beide spoelen tegelijk af', wordt weleens gezegd. Bij een lossere koppeling geldt dat niet meer.

Ik denk dat je er niet aan ontkomt, een proefje te doen. Je hebt vast al gezien dat voor deze buis de aanbevolen roosterwisselspanning 8 volt is. Dat zou je kunnen controleren met een scoop (gebruik een 10x probe; de verstemming is in dit geval niet zo belangrijk), of met een multimeter en een diodedetector die je voor dit doel eventjes maakt.
Hieronder een voorbeeld als probe, maar in jouw geval zou ik het schakelingetje dan gewoon even naast de buisvoet solderen.

https://forums.qrz.com/index.php?attachments/img_4450-jpg.394141/

@F.E.T: Wat je zegt klopt volledig, en dat is waarom ik moet keihard snijden in elk ontwerp dat ik vind, en het aanpassen zodat moderne onderdelen de oude sets kunnen vervangen. Het komt misschien als complete verrassing, maar ik was totaal niet van zinnens een ECH te gebruiken, maar wel de Sovjet 1sh37b submini dubbel-stuurrooster pentode.
Datasheet link: http://www.jogis-roehrenbude.de/Leserbriefe/Becher-Radio/1sh37b.gif
Ik nam het schema uit de oude handboeken even als voorbeeld van wat ik in gedachten had op ca. 20/40 MHz. De reden dat ik deze schakeling koos is vrij simpel: aangezien ik g2 ga ´misbruiken´ als oscillator-anode (wat ik denk dat het idee achter de buis is ook), wou ik dat g2 voor het HF-ingangs signaal een lage impedantie is. Nu hoe doe je dat best? Dmv een parallel LC-kring in die leiding te steken lijkt me, die een lage impedantie weg bied voor alles behalve de LO-frequentie. Ik heb al e.e.a. van buizenschakelingen gebouwd doorheen men leven, maar ik denk dat ik nu toch een brug te ver ga springen (nl een volwaardige NBFM transceiver met batterij-buisjes). Het zou op zich geen onmogelijke taak zijn, ik heb tot slot al meerdere VHF portabels rond buizen gebouwd, maar deze waren alle AM. En ik heb nog nooit met deze schakeling gespeeld. Normaalgezien ik reken ik alles op voorhand uit, zodat ik geen onaangename verrassingen tegenkom.
Trouwens, ik probeer altijd het LO-voltage juist te krijgen zonder de kring te belasten dmv de Ig1 vd triode sectie te meten (van DK91 tot ECH81) omdat een goeie indicator is voor de HF-spanning op g1? Of heb ik dit verkeerd op? Je kan tot slot de kathode-stuurrooster ruimte als een diode bekijken, en zo via de DC-stroom door Rg1 de (RMS) HF-spanning achterhalen.

Van de moment ik een vertaling vind van die 1sh37b datasheet, edit ik deze post, zodat iedereen kan meelezen. Ik heb jammer echter geen scanner beschikbaar, en dankzij de huidige toestanden is de bibliotheek ook gesloten, anders zou ik het originele CQ-magazine ontwerp (dat Amerikaanse subminis gebruikt) dat de inspiratie was posten. Maar goed, het word zonder, momenteel toch.

73 de ON4SPK

PS. Een andere reden achter dit circuit is omdat het eenvoudig is de padder-condensator door een weerstand + kristal te vervangen, en zo eventueel ¨rockbound¨ te stabiliseren en de schakeling snel te verbouwen.

Wat je mogelijk kunt doen is om een windingsnatio van 1/3 tot aan 1/5 te gebruiken.
De windingsratio bij een penthode (heptode) deel is kleiner, omdat een penthode meer versterkt meer als een triode.
De LC kring is nu opgenomen in het rooster, de terugkoppeling gaat via de koppelspoel naar de anode.
Het principe is een Armstrong oscillator.

Op 16 april 2020 23:51:50 schreef Glowinthedark:
[...] ik denk dat ik nu toch een brug te ver ga springen (nl een volwaardige NBFM transceiver met batterij-buisjes). Het zou op zich geen onmogelijke taak zijn, ik heb tot slot al meerdere VHF portabels rond buizen gebouwd, maar deze waren alle AM.

Je kunt wel inspiratie opdoen door naar de 30..40 MHz FM-portables uit de legerdump te kijken, van in en net na WW2. Denk aan bv. de WS88 en dergelijke.

Trouwens, ik probeer altijd het LO-voltage juist te krijgen zonder de kring te belasten dmv de Ig1 vd triode sectie te meten (van DK91 tot ECH81) omdat een goeie indicator is voor de HF-spanning op g1?

Zeker, dat is een uitstekende methode, en ik had daar ook aan moeten denken. Goed dat je het noemt.
Voor de (eq.) ECH4 uit je voorbeeld bijvoorbeeld zou je dan ca. 230 µA moeten meten. e: Volgens het buizenboek 190 µA. Nu, veel zal dát niet uitmaken.

(wie weet welk boek dit is?)

Philips, Grondslagen van de radiobuizentechniek. Deel 1

Ja, natuurlijk. Trouwens ook te vinden op tubebooks.org ('I wish I could read Dutch', mooi).

Een mooie kwantitatieve bespreking van de roosterstroom (dus niet alleen 'het bestaat', maar ook 'het is zoveel, en wel hierom') vond ik bij Spangenberg; eveneens op tubebooks:
http://www.tubebooks.org/Books/Spangenberg_vacuum_tubes.pdf

Op 20 april 2020 10:44:17 schreef Frederick E. Terman:
Een mooie kwantitatieve bespreking van de roosterstroom (dus niet alleen 'het bestaat', maar ook 'het is zoveel, en wel hierom') vond ik bij Spangenberg; eveneens op tubebooks:
http://www.tubebooks.org/Books/Spangenberg_vacuum_tubes.pdf

Wie kom ik op bladzijde 1 tegen? ;-)

[Bericht gewijzigd door ohm pi op (99%)]

Oh ja... op laatst gaf ik meer boeken uit dan ik zelf schreef. ;)