Hey allemaal,

Ik ben bezig een versterker te maken met een NPN transistor. Hij heeft als doel om het signaal uit een AM receiver te versterken, zodat het naar een speaker geleid kan worden.

Nu heb ik een schema gemaakt:

http://dl.dropbox.com/u/7943543/versterker.png

Helaas ben ik niet zeker of het helemaal correct is. Zo heb ik bijvoorbeeld een spanningsdeler gemaakt om standaard zo'n 0,6V op de basis te zetten waar het voltage van de ontvanger bij wordt "opgeteld". Ik heb de weerstanden 22 en 100 kilo ohm gemaakt om de stroom door de basis te beperken (die mag voor deze transistor max. 0.5A zijn). Nu ben ik alleen wel onzeker of de stroom die door de basis zal lopen genoeg is (daar kan ik nergens iets over vinden...).

Verder heb ik gelezen dat een weerstand achter de emitter het werkpunt van de transistor stabiliseert en de stroom door de transistor beperkt, maar hoe werkt dit? klopt het dat wanneer de stroom doordat bijv. de temperatuur stijgt, er een groter spanningsverval ontstaat, waardoor het voltage op de basis lager wordt en er dus minder versterkt wordt?

alvast bedankt,

Tom

Receiver = ontvanger, speaker = luidspreker.
Ik ga er even van uit dat je begrijpt dat dit schema ook gelijkstroom door de luidspreker laat lopen.

Hoeveel wisselstroom wil je in de luidspreker laten lopen? (vermogen, impedantie, wet van ohm)
Hoeveel ruststroom moet er dus in de collector lopen? (totale stroom moet steeds één kant op lopen)
Hoeveel basisstroom heb je dus minstens nodig? (stroomversterking)
Wat zegt dat over je basisweerstanden? (wet van ohm)
Is de emitterspanning nul volt? (wet van ohm)
Moet de basisspanning dus 0,6V zijn? (Kirchhoff)

Daarna zien we wel weer verder.

Ik ga er even van uit dat je begrijpt dat dit schema ook gelijkstroom door de luidspreker laat lopen.

Ik heb de condensator dus verkeerd geplaatst?

Over de luidspreker, deze heeft een impedantie van ~150ohm. Wat het maximale vermogen ervan is en welk vermogen een goed hoorbaar geluid geeft weet ik helaas niet, en kan ik ook niet terugvinden in het boekje dat bij de electronica-doos kwam waar de speaker in zat.

Over de weerstand van de collector (de sp luidspreker) zal toch een stroom lopen die ongeveer gelijk is aan Ie (ik ga ervan uit dat Ib relatief klein is).
Die stroom zou volgens P = I^2 * r, dus sqrt(P/r)=sqrt(1/150) ongeveer 82mA moeten zijn. Nu ik de indruk krijg dat gelijkstroom door de luidspreker alleen maar hitte zal opwekken, moet ik deze dus zo beperkt maken?

Hoeveel ruststroom moet er dus in de collector lopen? (totale stroom moet steeds één kant op lopen

Dit begrijp ik niet helemaal, ik las "Therefore, the amount of bias in an amplifier circuit determines its quiescent values." (http://www.allaboutcircuits.com/vol_3/chpt_4/9.html),
dus hoe kan ik deze bepalen?
Maar als ik verder nadenk, de versterkte stroom van de ontvanger, zal niet zo groot zijn als de russtroom, en aangezien ik toch zo'n 1 wat will hebben, zou de russtroom dus ook 82mA moeten zijn?

Hoeveel basisstroom heb je dus minstens nodig? (stroomversterking)

Dit hangt als ik het goed heb af van de Hfe van de gebruikte transistor en dus zou moeten gelden dat Ib is ongeveer Ic/Hfe?

Is de emitterspanning nul volt? (wet van ohm)

als ik zo kijk naar het schema denk ik van niet.. die zou gelijk moeten zijn aan Ub - 0,6V?

Moet de basisspanning dus 0,6V zijn? (Kirchhoff)

er zou dus moeten gelden Ub = Ue + 0,6V?

Ik herken de speaker als uit een electronica-experimenteerdoos van een grote ex-gloeilampenfabriek in het zuiden des lands..

Je schrijft dat je 1 watt uitgangsvermogen wilt hebben.
Bereken eens welke amplitude de wisselspanning moet hebben om bij 150ohm, 1W vermogen te maken?

Dat is effectieve spanning, dus reken de piek-piek spanning die je dan nodig hebt?

Probeer maar eens, en laat de resultaten maar horen.

Geert Jan

oke dus P = U^2/r

dus u = sqrt(P*r) = ongeveer 12V

dus de spanning van piek tot piek zou 24V moeten zijn(klinkt erg veel in mijn oren...)

De formules liegen niet :-)
Als er DC-stroom door een luidspreker loopt wordt dat inderdaad direct warmte, heb je niets aan. Sterker nog, in professionele versterkers zit een beveiliging die de versterker uitschakelt zodra er DC op de uitgang staat. Speakers gaan daardoor anders kapot.

Je amplitude moet omhoog, je voedingsspanning dus ook. Daarnaast moet er op de een of andere manier geen DC meer door de luidspreker lopen.

Toch werkten heel lang geleden (eerste helft jaren '30) veel klasse A-versterkers op deze manier. De luidspreker was daar dan wel op berekend. Tegenwoordig zou je een weerstand+koppel-C of een uitgangstrafo met luchtspleet pakken. Of een balanseindtrap bouwen, maar dat is overdreven.

Ik heb zelf nog wel een 150 ohm luidsprekertje in serie met een AC128 gezet. Zie trouwens ook de 'Pioneer' (met een OC14) en de 'Step by step' (met een 2N408) bouwdozen.
http://www.uploadarchief.net/files/download/20111212fet_pionier_3.png
Het is natuurlijk onrealistisch 1W te willen uit zoiets. Een paar tientallen mW komt dichter in de buurt.

dus de spanning van piek tot piek zou 24V moeten zijn(klinkt erg veel in mijn oren...)

De conclusie is dus dat je dit audiovermogen niet met deze speaker en deze voeding kunt krijgen, toch?

Als je dezelfde berekening maakt met 8 ohm, zul je zien waarom die lage impedanties bij lage spanningen populair zijn. Maar daarvoor moeten er andere dingen gebeuren, daar kijken we later even naar.

Nog even over je transistorschakeling. We gaan even schatten. Als we er vanuit gaan dat er geen basisstroom loopt, dan kun je de basis-spanning uitrekenen. De collectorspanning kan nooit lager worden, dan werkt de transistor niet meer.

Laten we ervoor zorgen dat de collectorspanning halverwege zit tussen de spanning die we in de vorige paragraaf hebben uitgerekend, en 3.3V.

Je kent de weerstand van de speaker, dus je kunt uitrekenen wat de ruststroom zou moeten zijn.

De emitterspanning is 0.7V lager als de basisspanning. Die kun je dus ook uitrekenen.

Als we er weer van uit gaan dat er geen basisstroom is (de versterking van een typische transistor is 100x of groter, dus om te schatten kan dat best), dan ken je de emitterstroom, die is namelijk gelijk aan de collectorstroom.

We weten nu de emitterspanning en de emitterstroom, dus je kunt de weerstand R uitrekenen.

Volgens mij had je een software-emulator in gebruik. Probeer de schakeling eens, je hebt nu alle waarden.

Hou er rekening mee dat de weerstand R tegenkoppeling geeft en de versterking beperkt. Probeer eens wat er gebeurt als je er een elco over zet.

Ik stel voor dat we daarna eens gaan kijken hoe je aan jouw gewenste vermogen komt. maar ik denk dat dit rekenwerk je wat inzicht gaat geven. Ik probeer je te leren dit soort schakelingen te schatten, je zult zien dat dat akelig goed gaat.

We moeten later maar eens kijken hoe je meer herrie maakt. Je versterker werkt, maar een boze buurman zul je er niet mee krijgen.

Geert Jan

Oke ik heb uw advies opgevolgd, en de basis spanning al gauw verhoogd tot zo'n 1V (0,6V zal em niet worden:))

de spanning over de collector zou dan zo'n (1+3(simulator wilde geen gebroken getallen))/2 = 2V.
dus de ruststroom is I=U/r = 2/150 = ongeveer 13mA

Ie = Ic (eigenlijk Ic + Ib, maar Ib is te verwaarlozen voor de schatting)
Ue = 1V-0,7V = 0,3V
R = U/I = 0,3/13*10^-2= ongeveer 23 ohm

ik heb deze schakeling in de volgende simulator gestopt:
http://www.falstad.com/circuit/
En dit is de "code" voor de import (om een of andere reden verdwijnt de condensator bij de antenne steeds als ik een export doe, maar ook zonder de condensator is het voor mij goed duidelijk dat hij versterkt, doordat de spanningsdeler genoeg spanning op de basis zet):

$ 1 5.0E-6 10.634267539816555 61 5.0 50
v 304 336 304 96 0 0 40.0 3.0 0.0 0.0 0.5
r 384 192 384 96 0 150.0
w 304 96 336 96 0
w 336 96 384 96 0
w 304 336 336 336 0
w 336 336 384 336 0
g 304 336 304 368 0
w 384 272 384 336 0
r 336 96 336 176 0 20000.0
r 336 224 336 336 0 10000.0
w 336 224 336 208 0
w 352 208 336 208 0
w 336 208 336 176 0
t 400 208 432 208 0 1 -1.7081925400178841 0.6115913685680772 100.0
w 352 208 400 208 0
w 384 192 432 192 0
r 384 272 432 224 0 23.0
w 432 224 448 224 0
w 384 272 448 272 0
c 448 224 448 272 0 1.0E-5 0.05479114366676969
R 256 208 208 208 0 1 40.0 1.0 0.0 0.0 0.5
w 336 208 272 208 0
c 256 208 272 208 0 9.999999999999999E-6 -0.31702537163995115

Helaas merkte ik niks toen ik een condensator toevoegde.

Nu begrijp ik wel beter wat er met de ruststroom bedoeld wordt:) Deze russtroom is er in mijn geval omdat ik een basis-basis voltage wil hebben omdat anders het voltage uit mijn ontvanger de transistor nooit 'aan' zou zetten. Klopt het ook dat deze stroom als het ware een basis vermogen creëert en dat door de versterking van het ontvangerssignaal dit vermogen enigszins veranderd wordt?

Verder is het mij nog niet geheel duidelijk waarom voor een voltage tussen Ub en 3,3V gekozen moest worden voor de schatting:/ Is hier een logische verklaring voor?

alvast heel erg bedankt voor de hulp die u heeft gegeven,

Tom

Zoek maar eens op "Klasse A versterker". Dan weet je dat er inderdaad sprake is van wat jij een "basisvermogen" noemt, alleen heet het daar "ruststroom". Die wordt inderdaad bepaald door de basis- en emitterweerstanden in jouw geval.

Overigens kan het ook heel leerzaam zijn om een schakeling te bouwen waar je echt naar kunt luisteren, dan hoor je ook wel wat de invloed van de condensator over de emitterweerstand is. Verder ben je niet afhankelijk van eventuele nukken of omissies in je simulatiesoftware; wat je hoort en op je scope ziet is wat er echt gebeurt.

Kijk eens naar deze efficientere schakeling: http://www.circuitsonline.net/schakelingen/2/audio/250-mw-versterker.h…

De 150Ω luidspreker die je nu gebruikt is bedoeld voor een BC transistor, de ruststroom die je nu probeert te halen kan wel een funest zijn.

We willen natuurlijk niet voorzeggen, maar misschien toch één of twee uitgangswaarden:
Omdat de voeding 3,3V is, en je ook nog een paar tienden nodig hebt voor de emitterweerstand en de tor zelf, is het handig te rekenen met 3V. Deel die in tweeën, zodat er in rust 1,5V over de luidspreker staat; dat betekent dat de ruststroom 10mA moet zijn.
Over de emitterweerstand komt dan maximaal 0,3V en gemiddeld dus 0,15V (als hij niet ontkoppeld is), of altijd 0,3V (als hij wèl ontkoppeld is). In beide gevallen levert je dat de waarde van die weerstand op.

Nu kun je zelf voort. Ik heb het idee dat je dit wel kunt, of gaat kunnen, maar probeer nauwkeurig op te schrijven wat je bedoelt.

Oh ja, en wat @Henry S. zegt, een klein BC.. of 2N.. torretje doet dit ook al prima. Het voordeel is dat die wat meer en lineairdere stroomversterking hebben. Niet dat je veel versterking nodig hebt, maar minder vervorming is wel fijn. De BD wordt erg krom in deze toepassing.

hmm had ik toch maar die transistor uit de philips doos moeten gebruiken, was een BC238. Ik had deze BD 135 gebruikt omdat die mooi in mijn breadbord pastte.

Ik denk dat ik het nu inderdaad beter begin te begrijpen: je gaat er van uit dat in rust ongeveer de helft van de voedinsspanning op Rc staat omdat je dan beide kanten op even goed kunt versterken (tenminste als je vermindering in voltage ook tot versterking rekent).

Die ontkoppelcondensator dient dan als stabilisator van de spanning over Re, omdat de condensator de AC component over Re wel doorlaat(en fungeert als een bypass (sorry ken hier echt geen Nederlandse term voor)) maar de DC component niet.
Indien dit wel zo gebeuren zo de spanning over Re dus veel minder gelijkmatig zijn.
Nu zegt u dat de emitterspanning gemiddeld 0.15V zou zijn zonder zo'n condensator, dit wijst er dus op dat de basisspanning wordt vermindert. Naar mijn insziens komt dit, omdat indien de AC component niet over de emmitter weerstand staat, er geen terugkoppeling plaats vind op basis van de AC component. Indien dit wel zou gebeuren, dan zou het ingangssignaal toch bepalen in welke mate de transistor zal versterken?

Ik heb bij al deze informatie de volgende berekeningen gemaakt en het volgende schema:

Uc = 1,5V
Rc = 150ohm
Ic = 10mA

Ic is ongeveer Ie dus Ie is ook 10mA.
Ue = 0,3V
Re = 30ohm

http://dl.dropbox.com/u/7943543/versterker_2.png

Nu zal alleen nog steeds de DC component door de luidspreker lopen, en dit zal de luidspreker niet ten goede komen. Ik zou dus als het ware nog een condensator moeten plaatsen om alleen de (versterkte) AC component over de speaker te zetten. Maar is het dan niet nodig om een aparte weerstand bij de emitter te gebruiken, en de luidspreker daar parallel aan te zetten met een condensator?
zoiets als:

http://dl.dropbox.com/u/7943543/alternatieve%20versterker.png

de Collector weerstand zou ik dan groot kiezen, zodat zoveel mogelijk stroom door de speaker zal lopen. Nu twijfel ik enkel nog over de condensatoren. Met name hun capaciteit: ik wil namelijk signalen met een frequentie van 0-22khz versterken. Betekent dit dan, dat ik condensatoren met grote capiciteiten moet gebruiken om de lage frequenties ook goed door te laten ?

heel erg bedankt nog voor alle snelle reacties:)

Tom

Je begint het te snappen, maar een boel dingen moet je nog leren uitrekenen.
Neem even je eerste schema, met de luidspreker in de collectorleiding.

De ruststroom is 10mA. Stel nu dat de stroomversterking van de transistor 100x is, dan is de basis(rust)stroom dus hoeveel?
Kijk nu naar de spanningsdeler 47k/15k. De onbelaste uitgangsspanning daarvan is 0,8V. Maar hoeveel stroom kun je hier eigenlijk uit halen? Stel dat je de uitgang van de spanningsdeler zou kortsluiten naar de nul. Er zou dan 3.3V/47kΩ = 0,07mA lopen. Dus zelfs de kortsluitstroom is al minder dan de basisstroom (reken dat na).

Ik weet wel dat iedereen hier zegt dat je de basisstroom niet hoeft mee te rekenen, maar dat klopt hier dus niet: je weerstandswaarden zijn nu nog te hoog.

Hoe hoog moeten ze dan wel? Een vuistregel is dat je in de weerstanden ongeveer 10 à 20x zoveel stroom laat lopen als in de basis. (Stel, je kiest 10x in de bovenste weerstand: in de onderste loopt dan natuurlijk 9x de basisstroom! De rest is immers in de basis gegaan.)

Nu kun je dus nieuwe waarden voor de basisspanningsdelerweerstanden uitrekenen.
Als nu bij controle blijkt dat de collectorstroom toch nog iets te laag is (doordat de Ube niet precies 0,6V is), dan maak je de onderste basisweerstand wat groter; is de collectorstroom te hoog, dan maak je de onderste basisweerstand wat kleiner.

--
Het schema met de luidspreker plus een condensator parallel over de collectorweerstand is erg onpraktisch. Want de collectorweerstand zelf kan evengoed niet groter genomen worden! De ruststroom moet immers hetzelfde blijven? De totale piekwaarde van de wisselstroom kan natuurlijk nooit groter zijn dan de ruststroom, want anders zou de collectorstroom tijdelijk van richting omkeren (teken dat maar eens uit).
En nu moet die wisselstroom component ook nog gedeeld worden over de luidspreker en de collectorweerstand. Dan blijft er wel erg weinig over. Vandaar dat ik dat schema afraad, je schiet er niets mee op.
En daarbij: van 10mA gelijkstroom heeft de luidspreker geen last.

--
Of de condensatoren de lage of de hoge tonen beperken, kun je uitrekenen. Wat is hun reactantie bij verschillende frequenties? Hun reactantie moet laag zijn in verhouding tot de weerstand waarmee ze in serie, of waaraan ze parallel staan.
De grootste condensator zul je over de emitterweerstand nodig hebben. Zijn reactantie moet klein (maximaal gelijk) blijven aan die dertig ohm. Hoe groot moet de condensator dan zijn voor de laagste (of de hoogste?) toon die je nog praktisch onverzwakt wilt weergeven?

indien de russtroom 10mA is, en de hfe 100x (de datasheets zeggen voor de bc238 minimaal 120 en max 800, maar typical is opengelaten), dan is Ib dus 0,1mA.

De onbelaste uitgangsspanning daarvan is 0,8V. Maar hoeveel stroom kun je hier eigenlijk uit halen? Stel dat je de uitgang van de spanningsdeler zou kortsluiten naar de nul. Er zou dan 3.3V/47kΩ = 0,07mA lopen. Dus zelfs de kortsluitstroom is al minder dan de basisstroom (reken dat na).

Deze manier van rekenen begrijp ik niet helemaal. Naar mijn mening zou er maximaal 3,3/62k = 0,05mA door de spanningsdeler, en dus maximaal door de aftakking naar de basis toe lopen. Dit gebeurt praktisch nooit, omdat niet alle stroom door de basis zal gaan.

Volgens de vuistregel zou door de weerstanden van de spanningsdeler dus circa 10x zoveel stroom lopen als door de basis.

Stel, je kiest 10x in de bovenste weerstand: in de onderste loopt dan natuurlijk 9x de basisstroom!

Ik zie stroom als elektronen, in een serieschakeling van weerstanden is de stroom door elke weerstand dus gelijk. Hoe is het dan mogelijk dat er minder stroom loopt in de onderste weerstand? Moet er niet gelden dat I door de beide weerstanden dus zo'n 0,1*10mA is, en door de basis 0,1?
Als ik hier verder op borduur zou er dus, laten we de basis even van de spanningsdeler afhalen, 1,1mA over de beide weerstanden moeten lopen.
Rtot = U/I = 3,3/(1,1/1000) = 3k

Dus de weerstand waarover de basis is aangesloten zou zo'n 3k/3.3 = 0.91k moeten zijn. De ander is dan dus 2.09k.
Ga ik kijken naar de weerstandenreeks dan komt de combinatie van 1k en 2.2k wel in aanmerking.

de emittercondensator moet een capacitieve weerstand hebben van <30 ohm.
hoge freq. hebben een lagere reactantie t.o.v. lage frequenties. dus laat ik nu 20Hz als ondergrens nemen. er moet gelden dat X <= 30ohhm = 1/(C*2pi*f)
C*2pi*f >= 1/30
C >= (1/(30*2pi*f)
C >= 0,27mF

Ik zou dus een 270uF kunnen gebruiken bij de emitter.

Nu kom ik bij de koppelcondensator. Die moet als het ware een verbinding voor stellen naar de basis zonder weerstand, althans zo zie ik dat. Wel nu, de capacitieve weerstand bij 20Hz zou dan kleiner moeten zijn dan de weerstand ondervonden in de transistor. Maar hoe kan ik dan deze condensator bepalen?

wederom bedankt voor alle hulp, ik wist niet dat er zoveel bij een simpele versterker kwam kijken,

Tom

BC238 in een Philips kit? Dat is toch best apart, je zou daar een BC548 verwachten. Was het geen BC338? Die heeft Philips wel zelf gemaakt en is beter geschikt als eindtrap.

[Bericht gewijzigd door maartenbakker op (11%)]

Heb net nog speciaal gekeken, is een bc238, op een wit plaatje gemonteerd.

Een spanningsdeler, geplaatst over een spanningsbron (hier 3,3V), is zelf ook weer een spanningsbron, met een onbelaste spanning en een inwendige weerstand.
Denk je niet dat, als je de uitgang van de spanningsdeler kortsluit naar nul, de stroom bepaald wordt door de bovenste weerstand?
Maar iédere stroom die je aan het knooppunt onttrekt doet de spanning wat zakken.

Moet er niet gelden dat I door de beide weerstanden dus zo'n 0,1*10mA is, en door de basis 0,1?

Neen, natuurlijk niet. Als de stroom die in de onderste weerstand vloeit even groot zou zijn als de stroom die uit de bovenste weerstand vloeit, waar moet dan de stroom voor de basis vandaan komen? :)

Omdat we toevallig weten dat de tor meer versterkt dan 100x, laten we zeggen ruim 300x, zullen we de basisstroom dan maar op 30uA stellen.
Voor de BC238 zal de basis-emitterspanning in deze toepassing een haartje meer dan 0,7V zijn. Laten we dus zeggen dat de basisspanning ten opzichte van de nul 1,0V zal worden.

Hoeveel spanning staat er dan over de bovenste basisweerstand?
Houden we toch onze 1mA in de bovenste weerstand aan, hoe groot moet die weerstand dan dus zijn?
Over de onderste weerstand hoeveel volt? Hierdoor loopt 0,97mA (de rest is naar de basis gegaan), hoe groot moet deze weerstand zijn?

--
De emitterweerstand ontkoppel je inderdaad met een flinke C, wil je bij 20Hz nog wat versterking overhouden. Dat heb je goed uitgerekend. De werkspanning hoeft maar laag te zijn, er staat maar 3V over.

De basiskoppelcondensator vervoert het signaal van de bron naar de basis, maar óók naar de beide basisweerstanden. Zoals je met wat fantasie kunt inzien, staan voor het signaal deze weerstanden parallel (zowel de bovenste als de onderste voert namelijk naar een punt waar de wisselspanning nul is!), en ook parallel aan de basis.
Het berekenen van de basisingangsweerstand van de BC238 voor het signaal gaat nog boven je pet, maar deze is hier ongeveer 1 kiloohm.

Nu weet je waarin de ingangscondensator moet werken, en kun je weer verder.

Denk je niet dat, als je de uitgang van de spanningsdeler kortsluit naar nul, de stroom bepaald wordt door de bovenste weerstand?

ah zo. Ik zie de kortsluiting als een draad parallel aan de uitgangsweerstand van de spanningsdeler in mijn schema. De elektronen kiezen dan allemaal voor de draad en niet voor de weerstand. Vandaar dus dat die bovenste weerstand de stroom bepaalt.

Moet er niet gelden dat I door de beide weerstanden dus zo'n 0,1*10mA is, en door de basis 0,1?

Neen, natuurlijk niet. Als de stroom die in de onderste weerstand vloeit even groot zou zijn als de stroom die uit de bovenste weerstand vloeit, waar moet dan de stroom voor de basis vandaan komen?

Ah ik hield er natuurlijk geen rekening mee dat de elektronen uit de basis en de onderste weerstand samenvloeien en door de bovenste weerstand zullen gaan:)

Hoeveel spanning staat er dan over de bovenste basisweerstand?

indien 1V als basisspanning, betekent dit dat over de bovenste basisweerstand een spanning van 2,3V loopt.

Houden we toch onze 1mA in de bovenste weerstand aan, hoe groot moet die weerstand dan dus zijn?

R = U/I = 2,3/(1/1000) = 2,3kOhm (toch nog redelijk in overeenkomst met mijn andere post, maar de redenering van mij was gewoon _fout_)

Over de onderste weerstand hoeveel volt? Hierdoor loopt 0,97mA

de onderste weerstand is dan 1/(0.97/1000) = 1,0k.

Het berekenen van de basisingangsweerstand van de BC238 voor het signaal gaat nog boven je pet, maar deze is hier ongeveer 1 kiloohm.

Helaas:/ dat is dan nog magie voor me(kan ik deze dan wel op een manier terugvinden voor het geval ik een andere transistor gebruiken wil?). Indien weer uitgegaan wordt van 20Hz, nu bij 1k, dan moet gelden:

dat X <= 1000 ohm = 1/(C*2pi*f)
C*2pi*f >= 1/1000
C >= (1/(1000*2pi*f)
C >= 8,0uF, dus de 10uF is goed om als koppelcondensator te gebruiken.

Dit brengt me dan tot (hopelijk het laatste voor deze thread:)) schema:

http://dl.dropbox.com/u/7943543/versterker_3.png

oh, misschien vreemd maar waarom worden in dit schema zulke grote basisweerstanden gebruikt?

Tom

Op 15 december 2011 16:29:48 schreef Tomw:
oh, misschien vreemd maar waarom worden in dit schema zulke grote basisweerstanden gebruikt?

Omdat die versterker niet een luidspreker hoeft aan te sturen. Het is een voorversterker waarvan de uitgang op de ingang van een eindversterker wordt aangesloten.

Het rekenen gaat lekker zo. Toch maak je nog een fout: je berekent de koppelcondensator alleen voor de basisimpedantie. Lees dit nog eens:

De basiskoppelcondensator vervoert het signaal van de bron naar de basis, maar óók naar de beide basisweerstanden.
Voor het signaal [staan] deze weerstanden parallel (zowel de bovenste als de onderste voert namelijk naar een punt waar de wisselspanning nul is!), en ook parallel aan de basis.

Je moet de drie waarden dus parallel nemen. Het signaal uit de condensator vloeit weg door de ene weerstand naar boven, door de andere naar beneden, en door de basis. Zij allen belasten de signaalspanning, je moet dus hun parallelschakeling gebruiken.

--
Het genoemde schema werkt met hogere impedanties, en verder is de 'factor' voor de basisspanningsdeler lager genomen. Er loopt in de bovenste basisweerstand maar 2,6x zoveel stroom als in de basis.
Dat is een ontwerpkeuze. De stabiliteit tegen temperatuurinvloeden is bij hun nu iets minder goed.

Oeps... Ik heb dat deel dus verkeerd gelezen, stom van me. De capacitieve weerstand zou dan dus <= 1/(2/1000 + 1/2300) moeten zijn. Dat komt neer op 41*10^1 ohm.

Dan weer het zelfde rekensommetje invullen levert mij een koppelcondensator van 19uF, ietsje meer dus dan ik al had.

Nu vraag ik me enkel wel af of ik de transistor (nu een bc238) kan vervangen door bijv. een 2n2222A (hiermee doel ik op een drastische verandering in de "basisweerstand", de basisstroom kan ik met behulp van datasheets als het goed is wel uit rekenen), dit ivm het compact maken van de versterker (de bc238 uit de ee2003 is behoorlijk groot door het plaatje waar hij op gesoldeerd zit).

Tom

ps. Is er nog een reden voor de vuistregel dat de stroom over de bovenste weerstand 10-20x zo groot is als in de basis?

De al door mij genoemde BC548 is een uitstekende directe vervanger (BC546, BC547, BC549, BC550 allemaal mogelijk). Ik zou die transistor uit de kit inderdaad bij de kit houden.

[Bericht gewijzigd door maartenbakker op (15%)]

Een goede reden voor het kiezen van een zo grote stroom in de basisspanningsdeler (10 à 20 maal de basisstroom) is, dat de uitgangsspanning van die deler zo maar heel weinig afhangt van de basisstroom.
Met andere woorden: de exacte waarde van die basisstroom doet er dan niet zoveel toe.
En dat betekent weer dat de eigenschappen van de transistor als geheel niet zo belangrijk zijn, zodat je de schakeling zó kunt nabouwen, ook al is jouw transistor nèt ietsje anders dan je dacht.
Ook is er dan maar weinig verloop door temperatuur of ouderdom.
Je kunt zelfs vaak een heel ander type transistor gebruiken zonder veranderingen in de schakeling.

Je leest daarom vaak bij een schakeling zoiets als: 'de transistor moet een NPN-type zijn met een stroomversterking van minstens 100'. En dat is dan voldoende om die schakeling te laten werken. :)