Hoi,
Ik zit in mijn eerste jaar HBO5 Elektro-Mechanica (in Belgie). Wij hebben een taakje gekregen over diodes, maar ik kan in mijn cursus niet duidelijk de gegevens terug vinden om tot een goed resultaat te komen.
Ik vermoed dat ik voor vraag 1 in de juiste richting zit, maar vraag 2, daar geraak ik niet wijs uit. Kan hier iemand het eens bezien en eventueel de nodige verbeteringen aanbrengen. Ook zou ik
graag te weten komen wat de "regels" zijn om met de Kirchhoff methode netwerken op te lossen. taak is in bijlage te vinden.
Bedankt alvast!
Chris
Ik krijg in LibreOffice onder Linux geen plaatjes te zien, kan mijn fout zijn. Meer in het algemeen denk ik dat je sneller respons krijgt met direct aanklikbare tekst en plaatjes. Sommigen zullen terughoudend zijn om wildvreemde docx documenten te openen.
Op 7 januari 2018 22:41:59 schreef aobp11:
Ik krijg in LibreOffice onder Linux geen plaatjes te zien
Ik wel. Ook LibreOffice met Linux (Xubuntu)
Misschien een instellingsfout?
benleentje
Golden Member
Als ik op de grafiek vanaf 0,3V plus en min 0,1V doe dan krijg ikbij 0,2V een stroom van ca 3mA en bij 0,4V een stroom van ca 15mA.
Dat geeft een delta If van 12mA
door op de grafiek 0,2 volt en 0,4 volt af te leiden naar de stroom (omhoog en dan naar links kijken hoeveel stroom er vloeit)
en bij 0,4V een stroom van ca 15mA.
Lijkt mij meer 23 mA, op het einde van de getekende curve.
@Chris: ik begrijp niets van je oplossing bij vraag 2. Een overdrachtskarakteristiek is toch niet één getal (en de ingangsspanning niet slechts één constante spanning)? Ik vermoed dat je in eerste instantie moet nagaan hoe de Vuit zich gedraagt als functie van Vin. Zo moeilijk is dat niet als je het splitst in het aparte geval waarbij de de diode geleidt en het aparte geval waarin de diode spert. En in tweede instantie, wat gebeurt er als Vin een sinusvormige spanning is rond 0 V van effectief 10 V?
Ik zend hierbij mijn cursus mee adh waar wij alles mee moeten oplossen. wij krijgen veel te weinig informatie lijkt mij. Dus ik begrijp goed jouw antwoord aobp11
benleentje
Golden Member
Merci, kan je nog verklaren hoe je aan die 3mA en 15mA komt? Aan de hand van een formule ofzo?
Nee er is geen formule. Je heb toch de grafiek gekregen.
Bij 0,3V zit je op 10mA, dat kan je zo aflezen.
Welke stroom krijg je bij 0,2V?
En welke bij 0,4V?
Omdat de grafiek nogal vaag is krijg iedereen er een iets ander getal uit. Ik zeg bij 0,2V dat het 3mA misschien vind jij dat het 4mA is. Maakt niet zo veel uit. Het gaat om de methode dat je een grafiek kan aflezen.
Als je het heel nauwkeurig wilt neem je een geo driehoek en zet de lijnen uit en meet de met een lineaal heel precies op.
Ik zit in mijn eerste jaar HBO5
Dat snap ik dan weer niet. Bij ons in NL is HBO5 het 5de jaar van de HBO opleiding
Bij ons is dat hogeschool korte type1
HBO 1-4 is middelbaar, Hbo5 is hogeschool korte type (bachelor) hbo6 is master hbo7 univ
@Chris: ik heb toch de indruk dat de 3 begrippen stroom-spanningskarakteristiek, overdrachtsvergelijking en tijdsdiagram royaal aan bod komen in het cursusmateriaal.
NB een "karakteristiek" is niets anders dan een grafiek van een (functioneel) verband. Gebruik van deze term is van oudsher nogal in zwang in de elektronica. Denk ook aan karakteristiekenschrijver i.p.v. het Engelse curve tracer.
benleentje
Golden Member
In ieder geval kwamen grafieken bij mij op de MTS al voor en dat zou dus bij jullie in HBO1-4 al lang behandeld moeten zijn.
Op HBO5 niveau word er van de leerling verwacht een hoop zelf te doen en uitzoeken en is de leerstof daarom expres minimaal. Als je te weinig inzet doet word de achterstand vanzelf groter omdat de leraar het al behandeld heeft er ook niet meer op terug komt. Tenminste zo ging het bij mij op de HTS. Een 2de keer iets uitleggen gebeurde bijna nooit.
Daar kan ik inkomen, echter dit is een omscholingstraject. De klas bestaat voor 80% uit leerlingen die nooit elektriciteit hebben gehad. Ook noemt het vak basiselektronica, bedoelt om vanf 0 te beginnen.
Laat ik dan dit vragen:
- waarin verschilt opdracht 2 van het voorbeeld op pag. 55-58?
- spelen de concrete weerstandswaarden eigenlijk wel een rol zolang de uitgang niet belast wordt?
- speelt de 1 k weerstand een rol, ongeacht of de uitgang wel of niet belast wordt? Wat is dan wel het gevolg van zijn aanwezigheid?
@aobp11, ik moet u hierbij het antwoord schuldig blijven. Maar indien dit leidt tot het juiste antwoord, dan was ik in mijn kladversie toch al op de goede weg. dank u wel
@benleentje: te weinig inzet is hier niet het geval, gezien mijn andere resultaten boven de 80/100 zitten en mijn examens zowel elektriciteit als elektronica ook boven de 75% zitten. Wel bij te vermelden het was openboek en het niveau is laag. Als je 1+1 = 2 in de klas krijgt aangeleerd en je moet achteraf in een x²+y² =z/4 bijwijze van spreke oplossen... dan lukt dat niet mijn insziens
Wij krijgen zodanig weinig uitleg en over de manier van lesgeven door de leerkracht is zowel onze klas als andere klassen unaniem, dat de leerkracht in kwestie beter op rust kan gesteld worden. Hij is zo'n verstrooide professor en vraag je een relevante vraag wordt hij nog kwaad ook. Leuk om les van te krijgen. Elke week hebben wij die man 4u achter elkaar en telkens hebben we met gans de klas zoiets van: "en over wat ging het vandaag?" En voor mij is het ook 15 jaar geleden dat ik op de schoolbanken zat.
Even te vermelden ook, de mens in kwestie zei dat er de dag van vandaag in de industrie geen relais/contactoren meer gebruikt worden. Ik heb 15 jaar ervaring als elektricien in de bouw en petrochemie en wij werkten dagdagelijks met contactoren.
Mijn excuses voor mijn iets of wat hoge toon, maar ik kom graag vooruit in mijn leven en ik leer graag bij en ik doe mijn uiterste best. Maar er zijn grenzen aan mijn kunnen en daarbij vroeg ik alleen maar hulp aan mensen die er wat/veel meer van kennen.
benleentje
Golden Member
IK bedoel ook niet dat je nu te weinig inzet doet. Maar wel dat je daar erg op moet letten. En er word op dit niveau weinig uitgelegd, je word immers geacht dat zelf te doen.
@aobp11, ik moet u hierbij het antwoord schuldig blijven. Maar indien dit leidt tot het juiste antwoord, dan was ik in mijn kladversie toch al op de goede weg. dank u wel
Sorry, bij opdracht 2 helemaal niet. Kijk nog eens naar de grafiek op pag. 57. Vind je daarin ook maar iets terug van de waarde van R1? (Zo niet, waarvoor kan R1 dan dienen?)
aobp11, neen inderdaad niet, ik vermoed en verbeter me als ik fout ben, dat R1 (1k Ω) dan dient als soort van belasting van het netwerk?
Op pag. 57 voorkomt R1 dat de stroom binnen de perken blijft als Vin groter wordt dan VR. In opdracht 2 doet de 2 kΩ weerstand dat net zo. De 1 kΩ weerstand is hier waarschijnlijk alleen aanwezig om verwarring te stichten (wat gezien jouw uitwerking ook aardig blijkt te lukken). In de praktijk kan het trouwens soms echt nodig zijn om altijd een minimale belasting van de spanningsbron te garanderen, bijv. bij sommige schakelende voedingen.
Ok bedankt. Maar wat houden de formules die op p63 zijn weergegeven dan juist in? Ik was van daaruit vertrokken.
Dit was de laatste taak dat we moesten maken. We hebben dit vak maar 80 uur gehad en ik had me graag verder verdiept in de wondere wereld der elektronica. Het is een zeer boeiend vak, maar met zo weinig uren lijkt het me onwaarschijnlijk om dit deftig onder de knie te krijgen.
De schakeling op pag. 63 is nogal anders en ingewikkelder. Hier kan Vuit niet verder zakken dan VR. Zodra Vin hoger gaat dan VR gaat de diode geleiden. Effectief heb je dan een spanningsdeler (R1 in serie met R2) tussen 2 andere spanningen in (Vin en VR) waarbij Vuit de spanning op het knooppunt is. Vuit wordt dan een gewogen gemiddelde van Vin en VR met gewichten in verhouding R2 : R1. De gewichten zijn dus R2/(R1 + R2) en R1/(R1 + R2). Je kunt Vuit dan schrijven als
Vuit = (R2/(R1+R2))*Vin + (R2/(R1 + R2))*VR, of wat handiger als
Vuit = (R2*Vin + R1*VR)/(R1 + R2),
of bijv. op de manier van pag. 63 onderaan.
evdweele
Overleden
Techniek is ervoor gemaakt om ons in de steek te laten. Het blijft een ongelijke strijd tussen de techniek en de technicus.
Ik heb even wat meegelezen in die cursus. Het taalgebruik maakt het er niet makkelijker op.
Ik heb bijvoorbeeld geen idee wat men bedoelt met < Vin weerhouden >.
Het woord 'weerhouden' ben ik in de 50 jaar dat ik me met elektronica bezighoud nog nooit in cursussen of documentatie tegengekomen.
@ Hieronder:
een woordenboek had ik ook al geraadpleegd, maar dat lost het probleem van de vage omschrijving niet op.
"Weerhouden" is geen woord dat in de techniek wordt gebruikt.
[Bericht gewijzigd door evdweele op (23%)]
Die cursus is rommel. Iemand heeft gedacht zelf wel even vlug-vlug wat grafiekjes te maken, maar alles ziet er erg slecht uit.
Wat de taal betreft: er is niets mis met Nederlands voor een cursus, maar dat is dit niet.
Je schrijft toch ook geen elektronicacursus in het Utrechts, ook al is met die taal op zich niets mis - in Utrecht.
Je hebt die tig bladzijden ook helemaal niet nodig.
Som 1:
Statische weerstand = spanning / stroom
Dynamische weerstand = verandering in spanning / verandering in stroom
Stromen lees (gok) je uit de grafiek; NIET zelf een magische formule voor bedenken!
Ezelsbrug voor dioden: dynamische weerstand is ALTIJD kleiner dan de statische; de grafiek is immers hol (= wordt steeds steiler).
Som 2:
Mogelijkheid 1: diode spert. Uitgang is dan gelijk aan ingang (waarom?)
Mogelijkheid 2: diode geleidt. Uitgang is dan ... wat? (waarom?)
Bij welke spanning ga je van 1 naar 2?
Bonusvraag: wat verandert er aan de spanning van een spanningsbron als je daar 1 kΩ overheen zet?
Of, anders gezegd voor dit geval: als de ingangsspanning opgegeven wordt, hoeveel doet het er dan toe of daarover een belasting staat?