1 GHz PLL in 100 kHz steps
Praktische opbouw
Het blokschema is tamelijk direct te vertalen naar de IC's die gebruikt zijn in het volgende schema:
Schema PLL gestuurde oscillator
De prescaler voorziet in de eerste deling, en heeft een gevoelige HF ingang (signaalnivo's tussen 10 en 300 mV). De uitgang van de prescaler is niet TTL-compatible, aanpassing wordt verzorgd door een BC550. Deze aanpassing inverteerd het signaal, maar dit heeft voor de verdere functie geen gevolgen.
Belangrijkste schakel is de programmeerbare deler 74HCT4059. Het deeltal wordt ingesteld via zogenaamde jam-inputs, en kan in deze configuratie per digit in BCD worden ingesteld. De jam-inputs moeten altijd worden aangesloten op +5 V (1) of GND (0). Om bijvoorbeeld deeltal 1034 in te stellen zijn J13 (1x 100 MHz), J5, J6 (1 en 2 x 1 MHz) en J3 (4x 100 kHz) hoog, de overige laag. Praktisch gezien kan deze instelling met jumpers, dipswitches of BCD rotary switches worden uitgevoerd, eventueel met behulp van pull up/down weerstanden.
Het referentiesignaal wordt door de 74HCT4060 gemaakt uit een 6.4 Mhz kristal. Fine-tuning van deze frequentie is mogelijk door 1 van de 33 pF condensators te vervangen door een trimmer.
De eigenlijke PLL (74HCT4046) heeft 2 fasevergelijkers. Er wordt gebruik gemaakt van PC2, deze heeft als voordeel gebruik te maken van flankdetectie zodat de duty cycle van de signalen niet van belang is. Daarnaast heeft PC2 een tri-state uitgang zodat het regelsignaal zeer klein blijft zolang weinig correctie nodig is. Van de vaste faserelatie tussen signaal en referentie wordt tevens gebruik gemaakt voor een lock-detector.
Het loopfilter is een dubbel filter, dat zorgt voor integratie van het foutsignaal, en extra onderdrukking van de referentiefrequentie. Tot slot is voorzien in een ingang voor modulatie. Deze ingang biedt een basale pre-emphase voor gebruik in broadcast toepassingen - deze functie is eenvoudig uit te schakelen door het verwijderen van de 2,2 nF condensator aan de audioingang.
De demping in het loopfilter wordt goeddeels bepaald door de 2 weerstanden van 1 kΩ en de condensator van 220 µF. Door de verhouding tussen de weerstanden te veranderen of de condensator aan te passen kan de demping en integratietijd worden aangepast.