Schakelingen

Hoi,

Ik heb wat problemen met het oplossen van deze simpele serie schakeling.
Ik volg een internet cursus en wat hulp hiermee zou welkom zijn.

De opgave is als volgt.

code:


                  R1              R2             R3
                   ___            ___            ___
                .-|___|----o-----|___|-----o-----___|-.
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |          |               |          |
                |    U1    |       U2      |    U3    |
                |          |               |          |
                o----------)---------------)--------------
                |          '               |          |
                |                 Utot     '          |
                |                                     |
                |                                     |
                |

R1 = 5 Ohm
R3 = 15 Ohm
U1 = 20 Volt
U3 = 60 Volt
Utot = 100 Volt

Zoek R2

Wat ik uitreken is als volgt.

U = 100 - 80 = 20 volt (U2)
I = 80 / 20 = 4 A
R = 20 / 4 = 5 Ohm R2

Klopt dit of doe ik het verkeerd?
Bedankt voor de hulp alvast. Iets zegt mij dat ik hier af en toe vragen ga stellen :p

Bekijk de schakeling eens anders. Het is een serie schakeling van 3 weerstanden waarover de spanningen bekend zijn.Die zijn rechtevenredig dus ......

Ik heb even moeten puzzelen op hoe je de stroom uitrekent. Het is inderdaad 4A, en R2 is dus 5 Ohm, dat klopt.

Maar waarom reken je met 80V en 20 Ohm?
Dat is de spanning over de beide andere weerstanden en hun totale weerstand, wat in deze schakeling inderdaad werkt. Maar je had ook de spanning over 1 van de in serie geschakelde weerstanden en diens weerstandswaarde kunnen gebruiken, dat werkt in veel meer gevallen.

Omdat de weerstanden in serie staan is de stroom door elke weerstand hetzelfde, maar de spanning wordt bepaald door de weerstandswaarde. (vergelijk: als ze parallel staan, is de spanning over elke weerstand hetzelfde, maar de stroom wordt bepaald door de weerstandswaarde.)

Je kunt dus ook de spanning over 1 weerstand, zeg U3 (60), en diens weerstandswaarde R3 (15) gebruiken, om zo ook op 4 A uit te komen (60/15).

Dan heb je de stroom die door alle 3 loopt (want in serie). Dan alleen de spanning nog, en omdat Utot en de andere 2 spanningen gegeven zijn is dat inderdaad Utot-U1-U2 = 100 - 20 - 60 = 20.

Dan heb je spanning èn stroom, dus U/I=R, dus 20/4 = 5. Inderdaad.

EDIT: Ah, benI2C ziet 'n shortcut. Je weet de spanning over de onbekende weerstand, en er blijkt een bekende weerstand te zijn waar die spanning over valt. En de stroom is gelijk, dus moet de weerstandswaarde dat dan ook zijn. 5 Ohm. (Maar dat werkt dus alleen met mazzel dat het inderdaad zo mooi uitkomt)

Eluke.nl // Backwards Lightspeed Bus: i*i=-1, so iic=-c.

Ok, bedankt. Had het nu pas door door nog eens goed te kijken.

En waarom ik 80 en 20 gebruik? Dacht dat je de spanning alleen kon berekenen met dezelfde waardes?

Heb hier ook nog een schakeling dus mij wat frustreert.

code:


                                R1
                                ___
                       .-------|___|-------.
                       |                   |
                       |                   |
                       |                   |       R4          .
                       |        ___  R2    |     ___
           ------------)-------|___|-------)----|___|-----
                       |                   |
                       |                   |
                       |                   |
                       |         R3        |
                       |        ___        |
                       '-------|___|-------|

Alle weerstanden zijn 6 Ohm

Gevraagd: Bereken Rv

Volgens mij zou het dit kunnen zijn...
Rvab = 1/6 + 1/6 + 1/6 = 3/18 = 6 Ohm
Rv = 6 + 6 = 12 Ohm

Klopt dit? Sorry voor alle domme vragen maar wiskunde is niet mijn sterkste kant.

Hensz

Golden Member

Je vermenigvuldigd de 1/6's met elkaar, je moet ze optellen.

en

3/18 <> 6

Misschien moet je nog eens nakijken hoe je met breuken rekent óf je pakt er toch een rekenmachine bij. ;)

Let ook op bij berekeningen in het algemeen of de uitkomst wel ergens op slaat. 3/18 kan namelijk nooit en te nimmer groter zijn dan 1.

Don't Panic!

1/6 + 1/6 = 2/6, niet 2/12.

3x 1/6 is dus 3/6 oftewel 1/2, en dat moet je vervolgens weer inverteren, dus 1/ 1/2 = 2 ohm.

Bij gelijke weerstanden parallel kun je delen door het aantal; 3 weerstanden van 6 ohm geven 6/3=2 ohm, maar dat werkt dus alle met gelijke weerstanden.

[Bericht gewijzigd door SparkyGSX op 13 december 2019 16:10:35 (39%)]

Een manager is iemand die denkt dat negen vrouwen in één maand een kind kunnen maken

Ja, nu begrijp ik het! Ik pakte het compleet verkeerd aan laatste keer dat ik met breuken rekende was in het lager onderwijs.
Maar eens op zoek gaan naar een rekenmachine :p

Thevel

Golden Member

Maar eens op zoek gaan naar een rekenmachine

Zit waarschijnlijk gewoon op je PC of smartphone.
Anders een online rekenmachine, zelf gebruik ik regelmatig deze.

dit werkt ook.

[Bericht gewijzigd door rew op 13 december 2019 17:27:47 (33%)]

four NANDS do make a NOR . Kijk ook eens in onze shop: http://www.bitwizard.nl/shop/

Of voor wie het graag simpel houdt :)

code:


echo $(( 20 /(20/5) ))
5

waarbij de eerste 20 overeenkomt met de spanning over R2, de 20/5 met de stroom door R1 die uiteraard gelijk is aan de stroom door de andere beide weerstanden.

NB een geluk dat het hier allemaal met gehele getallen kan, anders had ik bc nog moeten opduikelen...

(nb en misschien wil een vriendelijke moderator de titel wel aanpassen tot iets meer sprekends? "wet van ohm", bv.?)

[Bericht gewijzigd door big_fat_mama op 13 december 2019 17:49:16 (15%)]

hoe beter de vraag geschreven, zoveel te meer kans op goed antwoord

Je 2e som (parallel en serieschakeling)
Die moet je in 2 stappen uitrekenen.
Stap 1 is de parallelschakeling van R1, R2 en R3
Daar moet je eerst de vervangingsweerstand van uitrekenen.
1/Rv = 1/R1 + 1/R2 + 1/R3
Als de weerstanden alle 3 GELIJK ZIJN dan kun je ook toepassen:
Rv = R / aantal oftewel 6Ohm/3 stuks = 2 Ohm
Beide rekenmethoden leveren hetzelfde antwoord op, reken maar na.

Nu heb je voor R1-R3 een vervangingsweerstand.

Stap 2 (moet niet zo moeilijk zijn als je de 1e som al helemaal snapt)
de serieschakeling van:
De Vervangingsweerstand R1 .. R3 + R4
waarden invullen en....
2 Ohm + 6 Ohm = .....

Daar waar een schakeling rookt, vloeit de meeste stroom (1e hoofdwet van Toeternietoe)
Ben G.

Golden Member

U1 + U3 is 80V dan blijft er 20V over voor R2. Dit is gelijk aan R1, dus R2 is 5 ohm ...
Zoals Lucky Luke al zegt :)

[Bericht gewijzigd door Ben G. op 13 december 2019 23:59:06 (15%)]