benleentje
Golden Member
hetzelfde met piekstromen die niet echt verklaarbaar zijn.
Een moderne motor kan tot 15x In aan piekstroom trekken. Als je meter net op dat moment een meting doen zal je een hoge stroom zien.
Maar meestal doen ze nog wel een middeling oid over de metingen maar dat zou je dan in de handleiding van de meter moeten vinden.
Maar TS doet al middeling en is een hoge waarde als uitschieter wel vreemd. Maar ik denk dat FET wel op het goede spoor zit en en je dus ook naar de frequentie moet kijken.
Ik zou gewoon een gloeilamp ergens ophangen
Natuurlijk, aan een gloeilamp zou je zulke spanningsstijgingen onmiddellijk zien; vaak valt het wel op zelfs als je er niet eens naar aan het kijken was. Maar ik zou niet weten waar je zo gauw een gloeilamp vandaan tovert.
De trafo-naar-geluidskaartmethode is eenvoudig en werkt goed. En echt, als de primaire spanning van een 6,3V-trafootje 20% hoger wordt, dan wordt de secondaire spanning ook echt bijna 20% hoger - dat gaat lukken.
Ik ging er eigenlijk van uit dat @TS, die zelf vermogensmonitors kan maken, ook wel weet hoe je zoiets zou kunnen riggen.
Maar voor de volledigheid: de secundaire spanning via een spanningsdeler op gewenst line- of mic-niveau brengen, zwak genoeg om eventuele stijgende spanningen ook nog te kunnen zien. Diodes antiparallel over de geluidskaartingang is uiteraard standaard, die eten ál te enthousiaste overspanningspieken wel op.
Je zou nog kunnen filteren, maar waarom. Alles is interessant in dit geval.
Op maandag 12 februari 2024 16:33:24 schreef blurp:
[...]In tegendeel, ik heb lang geleden met K20/K21 metingen (gevoeligheid van telecom apparatuur voor stoorpulsen op de voeding) gemerkt dat inductieve pieken op de (230V) voeding vrijwel onvervormd capacitief door de transformator gingen.
je bedoelt over de trafo, niet door.. (wat Kruimel als common mode omschrijft)
Op maandag 12 februari 2024 16:50:55 schreef Kruimel:
Ik zou gewoon een gloeilamp ergens ophangen, dan zie je dips en pieken in de netspanning vrij makkelijk.
ook mijn eerste gedacht, maar durfde het anno 2024 niet meer voor te stellen 
betreffende de overspanning... het net is één grote spoel (gelukkig over lange afstand bekeken gedempt), dus bij afschakelen ontstaan er inductiepieken. Als ik me het goed herinner mag dat tot 1,5kV gaan. Althans, dat is waar apparaten moeten tegen kunnen. uiteraard is de tijdsduur van die piekjes heel kort.
[Bericht gewijzigd door kris van damme op (18%)]
benleentje
Golden Member
dus bij afschakelen ontstaan er inductiepieken. Als ik me het goed herinner mag dat tot 1,5kV gaan. Althans, dat is waar apparaten moeten tegen kunnen.
1,5kV zegt zo weinig. Als ik een klein 12V relais uitschakel heb ik ook zomaar 1kV of meer. Maar dat is met een vrijloop diode en condensator al weer op te vangen en geeft dan in de condensator maar een kleine rimpel.
Voor pieken moet je dus kijken naar hoeveel energie erin een piek kan gaan zitten.
Om gedurende 1s seconde een heel spanningsnet in een woonwijk naar 280V te laten stijgen is heel erg veel energie nodig als dat werkelijk op 50hZ zou zijn. Zo een beetje dat iedereen zonnepanelen in overvloed heeft.
Of de woonwijk zou compleet verlaten moeten zijn en iedereen heeft zijn hoofdschakelaar uit staan en jij bent nog de enige.
Volgens de normen mag zo een hoge en lange piek op 50Hz natuurlijk niet. Maar je zal dan toch eerst de oorzaak ervan moeten weten. Er kan altijd ergens een defect zijn.
KGE
Golden Member
Op dinsdag 13 februari 2024 01:59:44 schreef harry64:
Je kan de sinus van het lichtnet ook meten met een optocoupler. Toevallig recentelijk zo'n schakeling aangetroffen in m'n PM3264 scoop.
[bijlage]
Dat lijkt mij meer een lichtnet synchronisatieschakeling of nuldoorgangsdetector.
Een gewone optocoupler is niet lineair (door de karakteristiek van de LED en de versterking van de transistor in de opto)
Je kan een gewone opto wel beperkt in een 'liniair' gebied instellen. Die scoopschakeling lijkt mij ook niet liniair daar er nog een soort filter achter hangt.
Deze topic is gestart met de vraag of iemand wat meer weet over de overspanningsnormen voor het laagspanningsnet.
Het doel van een energiemonitor is het volgen van de eigen installatie; wanneer 10 minuten lang 253 VAC opgewekt wordt, moeten de eigen zonne-omvormers afgeschakeld worden (of een last inschakelen om de spanning iets te laten zakken).
Overdag is de gemeten netspanning rustig en varieert deze in 0,2 volt stappen keurig met de zonopval op de zonnepanelen; blijft alles netjes binnen de normen, niets aan de hand.
Maar ‘s avonds (geen zonnestroom) springt de netspanning soms (niet altijd) continu van hot (230 VAC) naar her (247 VAC) met af en toe forse uitschieters die het overspanningsalarm triggeren. Je verwacht dan lichtflikkeringen te zien (halogeenlampen), maar dat zie ik niet.
Het probleem is, dat er blijkbaar vanaf het net te vaak opmerkelijke spanningspieken gemeten worden, die het monitoren van de eigen installatie kunnen ontregelen. Bestaat er een overspanningsnorm voor laagspanning?
Uiteraard, een meet-, systeem- of denkfout is altijd mogelijk. Als bijlage daarom de gebruikte meetvoorzet.
Op maandag 12 februari 2024 16:50:55 schreef Kruimel:
Als het een capacitieve koppeling is heb je in elk geval een verbinding gehad naar aarde, anders wordt een piek van 500V omlaag getransformeerd naar 26V (maar eigenlijk minder, want je transformator verzadigt dan).
Klopt, telecomapparatuur hangt altijd aan aarde.
Maar ook met een goed common-mode filter bleef er meer dan de transformatie-verhouding uitkomen. Minder dan 1:1, genoeg verzwakt om de bruggelijkrichter heel te laten, maar nog steeds meer dan 12/230 ste.
En dat was ook mijn punt: de parasitaire capaciteit van een trafo kan ervoor zorgen dat er secundair meer spanning uitkomt dan je zou verwachten.
Hoeveel precies hangt van heel veel andere dingen af.
Dan hebben we een verschillend idee over de stroomweg denk ik. Wat ik denk is dat de spanning die jij meet niet komt omdat er een enorme spanningspiek is tussen fase en neutraal, maar dat de spanning op beide aders samen door een effect van ergens worden opgetild. De hoeveelheid energie die nodig is of vrijkomt om de netspanning tijdelijk van waarde te veranderen is erg groot, waardoor dat onwaarschijnlijk is. Er vloeit gewoonlijk vrij weinig stroom door het stroomnet naar aarde, en die stoorspanningen ontstaan makkelijker.
Een versimpelde schets van een representatief systeem zie je hier:
Links is de lokale transformator die de middenspanning omzet in 230V, daar is de neutraal geaard. "Jouw" transformator met zijn parasitaire capaciteit zie je in het midden en rechts is de gebruiker met een stuk telefoonkabel er aan. Tussen de distributietrafo en de plek van je opstelling kan er van alles gebeuren. De problemen die je duidelijk zou kunnen zien zijn bijvoorbeeld een (vonkende) storing van een andere fase naar aarde. De kabel naar het onderstation zal immers enige zelfinductie hebben waardoor je beste hoogfrequentere pieken kan hebben, zonder dat de spanning tussen de fasen er ernstig door wordt beïnvloed.
Deze common-mode spanningen ga je zien als je aan de andere kant van de trafo een lokale aarde hebt, want de stroom zal dan door de parasitaire capaciteit van de trafo secundair naar aarde vloeien. De spanning zal hier niet worden beïnvloed door de transformatorverhoudingen en dat verklaart wat mij betreft de grote spanningen die je ziet. De spanning zal niet heel veel energie bevatten op dat punt, maar halfgeleiders hebben genoeg aan een klein piekje om zichzelf lekker kort te sluiten en alsnog op te branden.
Dat een common-mode filter daar helpt ligt aan het feit dat beide windingen dezelfde richting op gewonden zijn zodat de verbruiksstroom geen factor is en je relatief veel zelfinductie kan gebruiken. Differentiële storingen zijn lastig tot dezelfde waarde te filteren, maar dan ook lastiger te doen ontstaan.
Storingen kunnen ook van de andere kant komen, want de telefoonlijn is relatief hoogimpendant en storingsbronnen zijn er zat. Ik weet niet op welk punt die geaard zijn, maar zeker als het ver weg is en ze lopen langs zwaarbelaste stroomkabels dan is wat common-mode spanning ten opzichte van de lokale aarde wat mij betreft niet onverwacht.
Op dinsdag 13 februari 2024 11:24:11 schreef Harm J Seef:
Deze topic is gestart met de vraag of iemand wat meer weet over de overspanningsnormen voor het laagspanningsnet.
Sorry, niet eens beantwoord. Ik weet niet wat de normen zijn, maar zelfs zonder normen is het duidelijk dat meerdere seconden op 280V niet acceptabel is.
Maar ‘s avonds (geen zonnestroom) springt de netspanning soms (niet altijd) continu van hot (230 VAC) naar her (247 VAC) met af en toe forse uitschieters die het overspanningsalarm triggeren. Je verwacht dan lichtflikkeringen te zien (halogeenlampen), maar dat zie ik niet.
Hier is het wat mij betreft duidelijk dat het een meetfout betreft, want dat soort variatie herken je echt wel aan andere symptomen. De vraag is alleen wat er aan de hand is. Heb je enig idee hoeveel samples er daadwerkelijk worden genomen per interval? Ik ben niet zo goed in code lezen of coderen, dus ik kan niet goed oordelen hoe de code werkt. Er kunnen soms wat timingsissues zijn waardoor het aantal samples anders is dan verwacht.
Wat ook een ding is natuurlijk is dat je de maximale waarde meet, en niet RMS waarde berekent op basis van het hele verloop van de sinus. Elke vorm van storing zal dan ook een onevenredige invloed hebben op het resulterende getal. Is het mogelijk om op één of andere manier een screendump te maken van de resultaten die het eindresultaat vormen? Dan kan je wat beter zien of de gemiddelde waarde wordt weggeblazen door een enkel piekje, of dat er daadwerkelijk over de hele periode hoge waarden worden gemeten.
Transformatoren met capacitieve afscherming bestaan gewoon. Heel veel scheidingstrafo's en antieke radio's hebben dat.
Op dinsdag 13 februari 2024 14:00:47 schreef Kruimel:
Een versimpelde schets van een representatief systeem zie je hier:
[bijlage]
Het probleem met zo'n versimpeling (die ik ook in de boekjes gezien heb, dankje) is dat het niet klopt.
In de praktijk zit de parasitaire capaciteit niet alleen aan een kant van de trafo, maar aan beide kanten.
Als je even nadenkt is dat natuurlijk logisch: Er is capaciteit tussen iedere slag van de wikkeling met iedere andere slag van iedere andere wikkeling.
Dus is er capaciteit tussen de pin 2 en 3, zoals getekend in jouw tekening, en tussen 1 en 4 (niet in jouw tekening).
Maar met die tweede capaciteit is er wel een heel mooi pad voor hoogfrequent door de trafo heen!
Als er een aarde is werkt dat pad heel goed voor common mode, maar het werkt sowieso ook voor diff-mode.
(Het probleem bij die K21 meting was common mode, en inderdaad hielp een common mode filter een beetje. Maar het probleem bestaat net zo hard voor differential mode, al is de effectieve capaciteit van de trafo voor diff-mode een stuk kleiner)
Ohja @Kruimel: "lokale aarde"? Ik denk dat je nooit een ITU K20 test gedaan hebt. Lokale aarde bestaat niet. Aarde is aarde (en de hele test vind plaats op een (geaarde, duh!) metalen plaat).
Op dinsdag 13 februari 2024 14:23:33 schreef blurp:
Het probleem met zo'n versimpeling (die ik ook in de boekjes gezien heb, dankje) is dat het niet klopt.
Tja, als je zo begint... Waarom teken je dan geen complexer model voor me? Scheelt mij ook tijd.
Deze twee opmerkingen zijn in wat mij betreft in tegenspraak met elkaar:
Dus is er capaciteit tussen de pin 2 en 3, zoals getekend in jouw tekening, en tussen 1 en 4 (niet in jouw tekening).
Maar met die tweede capaciteit is er wel een heel mooi pad voor hoogfrequent door de trafo heen!
Ohja @Kruimel: "lokale aarde"? Ik denk dat je nooit een ITU K20 test gedaan hebt. Lokale aarde bestaat niet. Aarde is aarde (en de hele test vind plaats op een (geaarde, duh!) metalen plaat).
Als er maar één aarde is, is er geen spanning tussen pin 1 en 4, maar dat is niet waar. De aarde is eigenlijk helemaal niet zo een goede geleider, dat is ook de oorzaak van zwerfstromen en de exacte spanning die je zelf als nulreferentie gebruikt hoeft niet hetzelfde te zijn als die bij de distributietransformator, daarom heb ik ze ook verschillende nummers gegeven. Een aardlek naar een aardpen bij een gebruiker gaat zeker het lokale aardniveau wel veranderen, maar de context om dat te meten (met een multimeter met lange kabels) is gewoon niet heel realistisch.
Als er een aarde is werkt dat pad heel goed voor common mode, maar het werkt sowieso ook voor diff-mode.
Ehm, nee. Stroom gaat in een kring, als die kring alleen uit die van fase en neutraal bestaat loopt er geen stroom door aarde en is die irrelevant. Om een aardstroom te krijgen moet je op twee plekken met aarde verbonden zijn. Als jij last hebt met brugcellen die stuk gaan maar niet met buffer-elco's die sneuvelen heb je last van common-mode spanningen, niet van diffentiële spanningen.
Op dinsdag 13 februari 2024 14:22:09 schreef Ledlover:
Transformatoren met capacitieve afscherming bestaan gewoon. Heel veel scheidingstrafo's en antieke radio's hebben dat.
Dat klopt, en als je secundaire aan een lokale aarde verbonden is werkt dat best goed. Sluit je secundair echter iets anders aan, zoals een telefoonlijn die ergens verderop geaard is en storingsspanningen heeft houdt je dezelfde problematiek. Je hebt dan een serieschakeling van de capaciteit primair naar aardscherm en van aardscherm naar secundair. De 'user case' voor trafo's met een aardscherm is niet universeel, en ik neig liever trafo's te hebben met een kleinere capaciteit dan eentje met een aardscherm. Zware netfilters introduceren op het aardpotentieel van je stopcontact makkelijk storingen die je je meetopstelling in koppelt door ermee verbonden te zijn.
HarmP
Golden Member
Ik heb jouw document doorgelezen en zie twee aandachtspunten:
1) de code bepaalt gedurende 1 s de hoogst gemeten spanning, en rekent die terug naar Vacrms onder de aanname dat het een zuivere sinus is. Als er ‘rommel’ op het net zit klopt die aanname niet.
2) zover ik kan zien gebruik je voor de arduino AnalogRead met de standaard referentie, wat de voedingsspanning zou zijn. Dat betekent dat de meting schaalt met de voeding van de arduino.
De trafo die ik voorstelde heeft @TS dus al, zie ik: in zijn logger zit alles al!
Met maximaal twee extra weerstandjes (en misschien twee diodes) had die pc-opname dus al een paar keer gemaakt kunnen zijn, waarna we leuk met z'n allen in de zo gemaakte .wav-file naar pieken en andere uitschieters hadden kunnen zoeken.
En misschien láát die trafo pieken wel onevenredig sterk door - nu, dan zien we op de pc tenminste precies waar, en wanneer, die logger problemen heeft.
Het discussiëren over waarom iets niet kan, duurt altijd veel langer dan het gewoon even doen. 
De vraag van TS sneeuwt wat weg.....
Metingen 2023 diverse plaatsen en spanningen
https://www.netbeheernederland.nl/spanningskwaliteit/metingen
hier staat een mooi document over de spanningskwaliteitseisen
https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Achtergronddocument_sp…
benleentje
Golden Member
Op dinsdag 13 februari 2024 11:24:11 schreef Harm J Seef:
Het probleem is, dat er blijkbaar vanaf het net te vaak opmerkelijke spanningspieken gemeten worden, die het monitoren van de eigen installatie kunnen ontregelen. Bestaat er een overspanningsnorm voor laagspanning?
Uiteraard is daar een norm voor maar weet zelf ook niet welke. Maar er zijn ook normen en regelgeving dat apparatuur tegen overspanning en spanningspieken moet kunnen. Maar ik begrijp niet zo goed wat je daar dan aan hebt. Het is gewoon een feit dat er over een dag altijd wel iets aan pieken, spikes en overspanning te meten is. Maar zolang je niet weet wat je meet kan je er niets over zeggen. En zolang apparatuur daar geen last van heeft maakt dat ook niets uit. Dat zelf je halogeen verlichting er geen last van heeft zich toch ook wel iets.
Maar als het iets toon frequent is dan zou het qua tijd ook constant moeten zijn en geen willekeur.
Pas als je nu weet wat je gemeten hebt zou je kunnen zeggen die lijkt mij niet goed en deze spanningspiek zou niet mogen optreden. En dan zou je daar dan weer de veroorzaker moeten opsporen en vragen of die er wat aan willen doen.
Het discussiëren over waarom iets niet kan, duurt altijd veel langer dan het gewoon even doen.
IK ben het heel erg met je eens. Het is natuurlijk niet altijd waar dat even proberen sneller is maar in dat geval is dat wel zo.
[Bericht gewijzigd door benleentje op (12%)]
De inductieve pieken van het afschakelen van lasten zijn differentieel.
En dan is het feit dat 1 en 4 ergens ver weg allebei aan aarde liggen niet meer relevant, die piek zorgt ervoor dat 1 en 4 allebei niet op aardpotentiaal liggen.
Voor common mode pieken maakt het inderdaad niet uit aan welke kant van de trafo je de parasitaire capaciteit tekent (tenzij je het inductieve gedrag van de trafo correct modelleert, maar dan moet je eigenlijk nog meer dan 2 capaciteiten modelleren)
Maar los daarvan: Het punt is (en blijft) dat pieken (zowel common mode als diff mode, zowel met/zonder aarde/commond mode filter) minder omlaag getransformeerd worden dan de transformatieverhouding doet vermoeden, omdat ze hoe dan ook gedeeltelijk (of geheel bij common mode) capacitief doorgegeven worden.
@benleentje: Pieken die capacitief door een net-trafo gaan duren geen seconde, die zijn (veel) korter dan een periode van de netspanning.
benleentje
Golden Member
Maar los daarvan: Het punt is (en blijft) dat pieken
Moeilijk verhaal voor mij maar dat geeft niet. Maar die pieken duren dan toch geen seconde?
Op dinsdag 13 februari 2024 17:40:09 schreef Frederick E. Terman:
En misschien láát die trafo pieken wel onevenredig sterk door - nu, dan zien we op de pc tenminste precies waar, en wanneer, die logger problemen heeft.
Blijft raar dat ie dat dan alleen 's avonds doet en niet overdag.
=> ” Ik heb jouw document doorgelezen en zie twee aandachtspunten:
1) de code bepaalt gedurende 1 s de hoogst gemeten spanning, en rekent die terug naar Vacrms onder de aanname dat het een zuivere sinus is. Als er ‘rommel’ op het net zit klopt die aanname niet.
2) zover ik kan zien gebruik je voor de arduino AnalogRead met de standaard referentie, wat de voedingsspanning zou zijn. Dat betekent dat de meting schaalt met de voeding van de arduino. ”
1. De sketch is uitsluitend bedoeld voor het afregelen van de meetvoorzet om schade aan de Arduino te voorkomen. Er wordt telkens in een halve periode gezocht naar Umax. Wanneer één seconde niets gemeten wordt zoals bij 0 VAC, wordt de meetcyclus beëindigd en het resultaat als nul volt weergegeven, waarna de volgende meetcyclus gestart wordt.
De sketch voor de energiemonitor gebruikt de sampling-techniek om de werkelijk effectieve waarde te herleiden.
2. Correct. Maar dit geldt alleen voor Vin. Daarna neemt Arduino’s eigen 5 VDC spanningsregelaar het over. Aref zal daardoor een fractie van de gemeten spanningspieken mee verlopen.
=> ” De trafo die ik voorstelde heeft @TS dus al, zie ik: in zijn logger zit alles al! Met maximaal twee extra weerstandjes (en misschien twee diodes) had die pc-opname dus al een paar keer gemaakt kunnen zijn, waarna we leuk met z'n allen in de zo gemaakte .wav-file naar pieken en andere uitschieters hadden kunnen zoeken. ”
De energiemonitor meet in de meterkast, en ik heb niet zoveel zin om mijn desktop-pc uit te bouwen voor een tijdelijke meetopstelling. Ooit begonnen met audio weet ik hoe brom klinkt.
Veel belangrijker voor mij is dat er geen denk-, meet-, of systeemfout in de meet-hardware opstelling zit.
=> ”Metingen 2023 diverse plaatsen en spanningen”
Nogal ongeloofwaardige website, want laagspanningsfouten komen niet voor, ondanks alle uitvallende omvormers.
=> ”hier staat een mooi document over de spanningskwaliteitseisen”
Dit document ken ik. Er wordt gesproken over spanningsvariaties, maar nergens wordt je wijzer hoe dat gemeten wordt.
=> ”Uiteraard is daar een norm voor maar weet zelf ook niet welke. Maar er zijn ook normen en regelgeving dat apparatuur tegen overspanning en spanningspieken moet kunnen. Maar ik begrijp niet zo goed wat je daar dan aan hebt.”
De bedoeling is het optimaal regelen van de eigen huis-installaties. Bij een overschot aan zonne-energie gebruik ik deze liever voor het extra opwarmen door de elektrische boiler, of elektrische bijverwarming, of…, enz.
Bij het ontwerpen van een energiemonitor ga je er van uit dat de netspanning niet boven de 253 VAC komt, en dit blijkt dus niet zo te zijn. De van het net komende spanningspieken ontregelen mijn monitor. Wanneer ik de norm weet, kan ik mijn monitor daar naar aanpassen.
Ergens in mijn geheugen spookt iets rond over een gemiddelde van 90% piekspanning boven 253 VAC gemeten over 10 minuten, en 264 VAC als absoluut maximum.
Free wheelend op alle reacties, had ik opeens de ingeving van een las-inverter die harmonischen aan het net teruggeeft. Bij een ouderwets ‘kortsluitings’-lassapparaat zie je lichtflikkeringen, maar een moderne lasinverter maakt gebruik van las-frequenties op een veelvoud van de netfrequentie. Er verschijnt bij mij het beeld van een lasser-(hobbyist) hier in de buurt, die soms ‘s avonds tot in de late uurtjes lekker bezig is. Wat aardig overeenkomt met de eigen waarnemingen.
Een harmonische vervuiling is ook waarschijnlijk omdat de gemeten spanningspieken verder geen lichtflikkering geeft. Zoekend op internet onder ‘lassen netvervuiling’ terecht gekomen op de site van Fluke
https://www.fluke.com/nl-nl/informatie/blog/netvoedingskwaliteit/wat-b…
die een aardige beeld geeft van hoe de netkwaliteit eventueel gemeten k a n worden.
Doorneuzend kwam ik terecht op https://www.amperes.nl/gallery/netvervuiling.pdf . Deze pdf geeft de gezochte informatie; ”De netcode stelt grenzen aan het LS en MS net tot 35kV 8% THD (=Total Harmonic Distortion) gedurende 95% van de week. Voor harmonische vervorming van de stroom is een THD van 25% de maximale bovengrens.”, en dit alles inclusief de afgeleide wiskunde. Asjeblieft, en daar kun je het mee doen.
Als bonus werd in deze pdf ook de meet-oplossing aangereikt;
”Oude meters meten vaak alleen het 50Hz signaal. Dat kan onbedoeld een vertekend beeld geven. Omgekeerd kan een meter die tot in de kHz meet, en dus de harmonischen mee neemt, weer een vertekend beeld geven van de grootte van een 50Hz spanning of stroom. De verhouding tussen de gemiddelde waarde en de effectieve waarde van een sinus is normaal gesproken 1,11. Hierbij wordt uitgegaan van een berekening over een halve periode van de sinus. Van dit principe wordt gebruik gemaakt van een meter met ‘True RMS’, zodat de werkelijke effectieve waarde, dus inclusief die van de harmonischen, van een signaal wordt gemeten”
Voor een zo correct mogelijke energie-vermogensmeting, gebruik ik een Arduino met de sampling-methode voor het herleiden van TRMS. Ofwel, juist door deze meetmethode k u n n e n harmonischen een verkeerd meetresultaat geven. Mijn oude draaispoel-multimeter gaf geen overspanning, waar de TRMS-meter dat wel deed.
De oplossing is ook simpel; na een TRMS-overspanningsmelding met een gemiddelde meting controleren of de foutmelding correct was.
N.B. Voor Netbeheer Nederland is 253 VAC nog steeds geen overspanning; pas bij 264 VAC moeten zonnestroom-installeties direct afgeschakeld worden. Vanwege de vele afschakelde omvormers stelt de ACM zelfs voor om zonnestroom-omvormers pas bij 264,5 VAC gedurende 10 minuten af te schakelen.
benleentje
Golden Member
na een TRMS-overspanningsmelding
Mij lijkt om echt true RMS te kunnen meten met een arduino een lastige opgave. Echter zijn er ook IC die dat voor je doen