KT88 en Henry julle ook bedankt voor je reacties.
Ben ook niet zo'n voorstander van tegenkoppeling want dat maakt vaak meer ellende dan je lief is; maar soms kun je
er niet aan ontkomen.
Groeten,
Mac.

Die berekening is niet zo boeiend.
Heel simpel gesteld: in een berekening van Ck in een GKS telt slechts het laagkantelpunt, in dat geval hoef je slechts rekening te houden met Rk.
(Rload // Ra) * mu, de vervangingsweerstand van de buis die in parallel staat met Rk is altijd factoren groter, dus die verwaarloos ik hier.

Volgens de auteur van het boek gaat het om de RL+Ra weerstand in serie, gedeeld door (µ+1). De uitwerking hiervan staat niet vermeld, maar als je dit hanteert, komt dit in de buurt van de Rk (en dus niet verwaarloosbaar).

1/(omega*C) is de wisselstroomweerstand, het -3dB punt (0.7 Au) zit dan op de waarde van Rk.

Dit begrijp ik niet zo goed. Een RC filter bestaat toch uit een R en een C in serie die samen een spanningsdeler vormen? Hier staan de R (= Rk) en de C toch parallel. Of zie ik dit verkeerd?

In volgende link staat ook een formule die hiermee rekening houdt. Graag zou ik begrijpen hoe men hieraan komt.
http://www.turingbirds.com/articles/tubes/common_cathode/bias2.html

de regel om Rk gewoon te gebruiken in de formule is goed genoeg. je verwaarloosd hier de weerstand gezien in de kathodeleiding als het ware. deze is meestal veel groter dan RK dus maakt niet veel uit.
deze staat als het ware parallel over Rk
dus wil je het goed doen bereken je die en dan bereken je die parallel met Rk daarmee kan je dan de minimum capaciteit bepalen bij een frequentie. het verschil gaat echter minimaal zijn en je zit toch met afwijkingen bij elco's en standaard waarden dus....
men neme gewoon Rk

denk even mee

een elco houd een spanning vast? de weerstand staat parallel over de elco dus deze zal trachten de elco te ontladen.
bij zeer lage frequentie zal dit goed gaan bij hogere niet aangezien er geen tijd voor is.
bij zeer lage frequentie zal de bias verschuiven en de versterking dus afnemen. bij hogere frequentie blijft deze constant. Er is als het ware geen tijd om de spanning op de condensator te doen veranderen.
ideaal gezien moet deze constant blijven (bij negatieve bias is dit ook zo ware het niet dat je stroom met door een shunt)
een constante stroombron zou ook werken. In dit geval zou dat het ideale benaderen. (moest een ideale stroombron bestaan natuurlijk)

[Bericht gewijzigd door beertje_01 op (40%)]

Die tweede link geeft de goede formule. Nu zie je ook de twee kantelpunten waarover ik het al had. Je hebt óók Rk nodig in de berekening!

De combinatie Rk en Ck vormt een parallelschakeling. Voor hun kantelfrequentie geldt dezelfde berekening als voor een serieschakeling met dezelfde onderdelen.

Afleiding van de formule:
De versterking is A' = (Rl·μ )/(Ra + Rl + Zk·(μ + 1))
De maximum versterking heb je bij hoge frequenties, waar Zk = 0: A = (Rl·μ )/(Ra + Rl)
Deel de eerste door de tweede:
A'/A = (Ra + Rl)/(Ra + Rl + Zk·(μ + 1))

Nu ga je voor Zk de complexe impedantie invullen, dan A uitrekenen, de absolute waarde nemen, etc.; dat wijst zich verder wel.

Merci alvast,
en weet u hoe men aan de formule voor A' komt?

Die volgt uit het vervangschema van de buis als spanningsgestuurde spanningsgenerator u = μ.Ugk, met inwendige weerstand Ra, versterkingsfactor μ en belasting- en kathodeimpedanties Rl en Zk.

De generator u (de buis), Ra, Rl en Zk zitten allen in een kring. Aangezien u gelijk is aan μ maal de spanning tussen g en k, geldt:


           Zk                  
Uk = --------------·mu·(Ug - Uk)
      Zk + Rl + Ra

waaruit volgt



             Zk·Ug·mu     
Uk = ----------------------
      Ra + Zk·(mu + 1) + Rl

Ul is - Uk/Zk * Rl:


               Rl·Ug·mu       
Ul = - ----------------------
        Ra + Zk·(mu + 1) + Rl

A'= Ul/Ug, zodat tenslotte


              Rl·mu       
A'= - ----------------------
       Ra + Zk·(mu + 1) + Rl

Bedankt voor de uitwerking.
Ik heb nog enkele vraagjes:
Als Ul= Uk/Zk*Rl, dan betreft dit toch de spanningsval over de load?
Ug is toch de spanning gemeten tussen grid en grond?
Dan vind ik A'=Ul/Ug wel een rare formule.
Ik zou verwachten het quotient van de spanning tussen anode en grond gedeeld door de spanning tussen grid en grond.

Ug = Ug - 0 = spanning tussen rooster en nul/aarde/massa
Ugk = Ug - Uk = spanning tussen rooster en kathode

etc.

We hebben het wel over de signaalspanningen hè, het al of niet aanwezig zijn van gelijkspanning heeft er niet mee te maken.

Ok, het is me allemaal duidelijk. Echt bedankt voor de gedane moeite!
Nu heb ik nog een vraagje: bij een lowpass filter is de kantelfrequentie toch de frequentie waarbij sqrt(2)/2 keer het signaal nog doorgaat.
Wat is de betekenis van de kantelfrequentie bij een weerstand en capaciteit die parallel zijn geschakeld?
Is dit de frequentie waarbij sqrt(2)/2 keer de stroom door de weerstand loopt?

[Bericht gewijzigd door roebas op (11%)]

Serieschakeling van R en C:
Noem de stroom voor f= ∞: I
De kantelfrequentie is dan de frequentie waarbij, bij gelijke totale spanning,
nog maar 1/2 √2 I door de serieschakeling loopt.

Parallelschakeling van R en C:
Noem de spanning voor f=0: U0
De kantelfrequentie is dan de frequentie waarbij, bij gelijke totale stroom,
nog maar 1/2 √2 U0 over de parallelschakeling staat.

In beide gevallen geldt dat XC = R

Ja. Het is een mooie site omdat alles, als een recept in een kookboek, lekker bij elkaar staat. De plaatjes vind ik ook leuk. De grafieken komen me bekend voor, behalve die liniaal - die is nieuw :).

Op 13 mei 2008 12:04:19 schreef Frederick E. Terman:
Die tweede link geeft de goede formule. Nu zie je ook de twee kantelpunten waarover ik het al had. Je hebt óók Rk nodig in de berekening!

De combinatie Rk en Ck vormt een parallelschakeling. Voor hun kantelfrequentie geldt dezelfde berekening als voor een serieschakeling met dezelfde onderdelen.

Afleiding van de formule:
De versterking is A' = (Rl·μ )/(Ra + Rl + Zk·(μ + 1))
De maximum versterking heb je bij hoge frequenties, waar Zk = 0: A = (Rl·μ )/(Ra + Rl)
Deel de eerste door de tweede:
A'/A = (Ra + Rl)/(Ra + Rl + Zk·(μ + 1))

Nu ga je voor Zk de complexe impedantie invullen, dan A uitrekenen, de absolute waarde nemen, etc.; dat wijst zich verder wel.

klopt wel degelijk....sorry