Ik denk dat m'n edit je laatste post kruist, nog even dat fasegedrag.
Ck staat in serie met Ri, en vormt met de trafo weer een High-pass. De kantelfreq schuift bij een veel te grote Ck (>10x of zo) een stuk op. Lang geleden dat ik een bodediagram getekend heb, maar volgens mij maakt de fase van het signaal een behoorlijke slinger en is niet meer de normale cosinus faseverschuiving.
Maar dan zit je knoeien met elco's van 1000uF 
hallo zeg, dat zijn een hoop moderator posts achter elkaar.
Op 29 april 2008 19:09:16 schreef KT88:
Per 100 ohm kathodeweerstand 10 uF in de voortrap is een vuistregel die mij doorgaans wel voldoet.
maar ik wist niet dat een vuistregel voor de ontkoppen-elco bestond 
[Bericht gewijzigd door Riktw op (13%)]
Op 30 april 2008 01:18:53 schreef Henry S.:
Ik denk dat m'n edit je laatste post kruist, nog even dat fasegedrag.Ck staat in serie met Ri, en vormt met de trafo weer een High-pass. De kantelfreq schuift bij een veel te grote Ck (>10x of zo) een stuk op. Lang geleden dat ik een bodediagram getekend heb, maar volgens mij maakt de fase van het signaal een behoorlijke slinger en is niet meer de normale cosinus faseverschuiving.
Maar dan zit je knoeien met elco's van 1000uF
Even onderscheid maken tussen DC en AC condities, dus statisch en dynamisch.
Bij een grote Ck schuift het kantelpunt steeds verder naar beneden, totdat er vrijwel DC stabiliteit is bereikt.
Het verband met faseverschuivingen zie ik niet zo, eerlijk gezegd.
De trafo zal het niet erg vinden dat er een grote C op de kathode zit, zolang die maar niet in DC saturatie vervalt en de Lp groot genoeg is.
Dan hebben we het wel over minstens 800H ofzo.....
In dat geval, even makkelijk rekenend 1/(sgrt L*C) is iets van 1.1 Hz........
Op 30 april 2008 10:01:36 schreef roebas:
Nu heb ik wel nog steeds geen antwoord op mijn vraag...
Die berekening is niet zo boeiend.
Heel simpel gesteld: in een berekening van Ck in een GKS telt slechts het laagkantelpunt, in dat geval hoef je slechts rekening te houden met Rk.
(Rload // Ra) * mu, de vervangingsweerstand van de buis die in parallel staat met Rk is altijd factoren groter, dus die verwaarloos ik hier.
1/(omega*C) is de wisselstroomweerstand, het -3dB punt (0.7 Au) zit dan op de waarde van Rk.
Voorbeeld: Rk is 1000 ohm, Xc-k voor -3dB is daar dan gelijk aan op het kantelpunt.
Xc = 1/ (2*pi*f*C) is dan 1k, met C in Farads.
Kies een kantelpunt, zeg even 10 Hz, formuletje invullen, dan is C 16 uF.
Die factor 1/2*pi is constant, nl. afgerond 0.16 .
Een slimmigheidje kan dan zijn Xc = 160000/f*C met C in uF.
Daarmee heb je zowel de 2 maal pi als de factor 10-6 weggewerkt. 
Voor het berekenen van Xc van de koppelcondensator bij een kathodevolger wordt het weer anders, daar moet je Thevenin toepassen op zowel Rk als de Ri van de buis die in parallel staan en samen de Ri van de spanningsbron vormen.
Vandaaruit bereken je dan de koppelcondensator voor een bepaalde kantelfrequentie, in samenhang met de belastingsweerstand.
Op 30 april 2008 10:01:36 schreef roebas:
Nu heb ik wel nog steeds geen antwoord op mijn vraag...
Het was nota bene het eerste antwoord dat je kreeg, direct na de startpost: "de benodigde C is dus C = 1/(2 pi Rk f)". En beredeneerd was het ook.
Zoals daar ook stond: dat is een benadering voor een redelijke μ.
In werkelijkheid heb je te maken met twee kantelpunten.
Als je steeds lager gaat in frequentie, neemt de versterking natuurlijk niet steeds verder af. Hij wordt gewoon gelijk aan de versterking die je zou hebben zonder ontkoppelcondensator.
Hetzelfde geldt voor de faseverschuiving; die bereikt een maximum en keert dan weer terug naar de oude waarde.
Als je het precies wilt berekenen moet je de waarde Rk * gm weten; maar daar komt nog wel wat meer bij kijken. Jouw boek heeft het in ieder geval fout; daar komt Rk niet eens in voor!
[Bericht gewijzigd door Frederick E. Terman op (16%)]
McDuff
Zomaar een gesprongen zekering vervangen maakt vaak meer kapot dan je lief is. We zullen er even naar kijken heeft meerdere betekenissen. Elektronica is niet eigenwijs: mensen die het niet kennen zijn dat vaak wel! Kortsluiting is bij mij: samen roken.
Mijn leraar gaf als vuistregel vroeger aan dat je de Xc eentiende van
de waarde moest kiezen van Rk voor de laagst gewenste frequentie in een niet tegengekoppelde schakeling.
En dat werkte ook nog goed!
Maar ja, dat was in het buizentijdperk en buizen hebben
richtlijnen nietwaar?
Groeten,
Mac.
[Bericht gewijzigd door McDuff op (16%)]
Die regel komt erop neer dat je het kantelpunt kiest op ééntiende van de "laagste gewenste frequentie".
'Mijn' formule (en dus die van @KT88) gaat uit van die kantelfrequentie.
Het voordeel is dat je dan weet waarover je praat; je leraar gaf dat niet duidelijk op.
McDuff
Zomaar een gesprongen zekering vervangen maakt vaak meer kapot dan je lief is. We zullen er even naar kijken heeft meerdere betekenissen. Elektronica is niet eigenwijs: mensen die het niet kennen zijn dat vaak wel! Kortsluiting is bij mij: samen roken.
Vandaar dat ik het woord richtlijnen gebruikte.
Want of dit een persoonlijke benadering van genoemde leraar was weet ik niet, hij was niet zo'n theoreticus.
Maar in principe geef ik jullie helemaal gelijk als het
gaat om de theorie.
Groeten.
Mac.
De theorie zal mij ook enigszins jeuken, hoor. 
Wel aardig dat je spreekt van een "niet-tegengekoppelde schakeling", want de kathode ontkoppelaar *is* juist dat! 
Of er globale tegenkoppeling overheen staat, is i.d.o. minder belangrijk (behalve als je het stabiliteitscriterium gaat bekijken: nabij de kantelfrequentie en daaronder zal het nuttig effect van de tegenkoppeling afnemen omdat de versterking ook afneemt, tot aan het punt waar Xc niet meer meedoet en Rk bepalend is geworden. De vervorming en R-out neemt daar dus toe.....).
Met dank aan Ir. S. J. Hellings, wiens boek verplichte kost zou moeten zijn. 
McDuff
Zomaar een gesprongen zekering vervangen maakt vaak meer kapot dan je lief is. We zullen er even naar kijken heeft meerdere betekenissen. Elektronica is niet eigenwijs: mensen die het niet kennen zijn dat vaak wel! Kortsluiting is bij mij: samen roken.
Misschien begrijp ik het niet goed.
Ik heb het nog steeds over een triode versterkerschakeling
waarbij de kathodeweerstand wordt ontkoppeld dmv een
capaciteit. Met Xc bedoel ik 1/2piFC.
M.i. zal bij het naderen van het kantelpunt en daaronder Xc steeds minder invloed uitoefenen en steeds meer zal de waarde van Rk voor de mate van tegenkoppeling bepalend gaan worden.
Hierdoor neemt de tegenkoppeling juist toe (effectiever) en de versterking neemt af.
Als gevolg van de toename van de tegenkoppeling zal ook de vervorming dalen.
Eventueel optredende fazevervorming in het overgangsgebied van het kantelpunt zal, naar mate de frequentie lager wordt, eveneens meer gaan afnemen.
Nadeel is inderdaad dat Ri van de triode bij het toenemen van de tegenkoppeling verandert als Rk steeds meer invloed krijgt dan Xc in het gebied van het kantelpunt. Dit is echter verder niet relevant omdat die ver beneden het gewenste frequentiegebied ligt.In dit geval was gesteld dat Xc gekozen is als eentiende Rk.
Met vriendelijke groet,
Mac.
Ik zie nu dat ik het niet echt duidelijk heb opgeschreven:
Ik had het over de loop feedback en de effecten op de totale schakeling van de triodetrap + Ck in dat geheel.
Wat jij zegt klopt helemaal als je de trap op zich beschouwt.
Bedankt voor de feedback! ;D
Even in het 2e boek van Menno gekeken, die heeft er ook aan gemeten en gerekend, fase maakt idd een rare slinger bij een veel te hoge Ck.
McDuff
Zomaar een gesprongen zekering vervangen maakt vaak meer kapot dan je lief is. We zullen er even naar kijken heeft meerdere betekenissen. Elektronica is niet eigenwijs: mensen die het niet kennen zijn dat vaak wel! Kortsluiting is bij mij: samen roken.
KT88 en Henry julle ook bedankt voor je reacties.
Ben ook niet zo'n voorstander van tegenkoppeling want dat maakt vaak meer ellende dan je lief is; maar soms kun je
er niet aan ontkomen.
Groeten,
Mac.
Die berekening is niet zo boeiend.
Heel simpel gesteld: in een berekening van Ck in een GKS telt slechts het laagkantelpunt, in dat geval hoef je slechts rekening te houden met Rk.
(Rload // Ra) * mu, de vervangingsweerstand van de buis die in parallel staat met Rk is altijd factoren groter, dus die verwaarloos ik hier.
Volgens de auteur van het boek gaat het om de RL+Ra weerstand in serie, gedeeld door (µ+1). De uitwerking hiervan staat niet vermeld, maar als je dit hanteert, komt dit in de buurt van de Rk (en dus niet verwaarloosbaar).
1/(omega*C) is de wisselstroomweerstand, het -3dB punt (0.7 Au) zit dan op de waarde van Rk.
Dit begrijp ik niet zo goed. Een RC filter bestaat toch uit een R en een C in serie die samen een spanningsdeler vormen? Hier staan de R (= Rk) en de C toch parallel. Of zie ik dit verkeerd?
In volgende link staat ook een formule die hiermee rekening houdt. Graag zou ik begrijpen hoe men hieraan komt.
http://www.turingbirds.com/articles/tubes/common_cathode/bias2.html
beertje_01
My Tube is bigger then yours
de regel om Rk gewoon te gebruiken in de formule is goed genoeg. je verwaarloosd hier de weerstand gezien in de kathodeleiding als het ware. deze is meestal veel groter dan RK dus maakt niet veel uit.
deze staat als het ware parallel over Rk
dus wil je het goed doen bereken je die en dan bereken je die parallel met Rk daarmee kan je dan de minimum capaciteit bepalen bij een frequentie. het verschil gaat echter minimaal zijn en je zit toch met afwijkingen bij elco's en standaard waarden dus....
men neme gewoon Rk
denk even mee
een elco houd een spanning vast? de weerstand staat parallel over de elco dus deze zal trachten de elco te ontladen.
bij zeer lage frequentie zal dit goed gaan bij hogere niet aangezien er geen tijd voor is.
bij zeer lage frequentie zal de bias verschuiven en de versterking dus afnemen. bij hogere frequentie blijft deze constant. Er is als het ware geen tijd om de spanning op de condensator te doen veranderen.
ideaal gezien moet deze constant blijven (bij negatieve bias is dit ook zo ware het niet dat je stroom met door een shunt)
een constante stroombron zou ook werken. In dit geval zou dat het ideale benaderen. (moest een ideale stroombron bestaan natuurlijk)
[Bericht gewijzigd door beertje_01 op (40%)]
Die tweede link geeft de goede formule. Nu zie je ook de twee kantelpunten waarover ik het al had. Je hebt óók Rk nodig in de berekening!
De combinatie Rk en Ck vormt een parallelschakeling. Voor hun kantelfrequentie geldt dezelfde berekening als voor een serieschakeling met dezelfde onderdelen.
Afleiding van de formule:
De versterking is A' = (Rl·μ )/(Ra + Rl + Zk·(μ + 1))
De maximum versterking heb je bij hoge frequenties, waar Zk = 0: A = (Rl·μ )/(Ra + Rl)
Deel de eerste door de tweede:
A'/A = (Ra + Rl)/(Ra + Rl + Zk·(μ + 1))
Nu ga je voor Zk de complexe impedantie invullen, dan A uitrekenen, de absolute waarde nemen, etc.; dat wijst zich verder wel.
Die volgt uit het vervangschema van de buis als spanningsgestuurde spanningsgenerator u = μ.Ugk, met inwendige weerstand Ra, versterkingsfactor μ en belasting- en kathodeimpedanties Rl en Zk.
De generator u (de buis), Ra, Rl en Zk zitten allen in een kring. Aangezien u gelijk is aan μ maal de spanning tussen g en k, geldt:
Zk
Uk = --------------·mu·(Ug - Uk)
Zk + Rl + Ra
waaruit volgt
Zk·Ug·mu
Uk = ----------------------
Ra + Zk·(mu + 1) + Rl
Ul is - Uk/Zk * Rl:
Rl·Ug·mu
Ul = - ----------------------
Ra + Zk·(mu + 1) + Rl
A'= Ul/Ug, zodat tenslotte
Rl·mu
A'= - ----------------------
Ra + Zk·(mu + 1) + Rl
Bedankt voor de uitwerking.
Ik heb nog enkele vraagjes:
Als Ul= Uk/Zk*Rl, dan betreft dit toch de spanningsval over de load?
Ug is toch de spanning gemeten tussen grid en grond?
Dan vind ik A'=Ul/Ug wel een rare formule.
Ik zou verwachten het quotient van de spanning tussen anode en grond gedeeld door de spanning tussen grid en grond.
Ug = Ug - 0 = spanning tussen rooster en nul/aarde/massa
Ugk = Ug - Uk = spanning tussen rooster en kathode
etc.
We hebben het wel over de signaalspanningen hè, het al of niet aanwezig zijn van gelijkspanning heeft er niet mee te maken.
Ok, het is me allemaal duidelijk. Echt bedankt voor de gedane moeite!
Nu heb ik nog een vraagje: bij een lowpass filter is de kantelfrequentie toch de frequentie waarbij sqrt(2)/2 keer het signaal nog doorgaat.
Wat is de betekenis van de kantelfrequentie bij een weerstand en capaciteit die parallel zijn geschakeld?
Is dit de frequentie waarbij sqrt(2)/2 keer de stroom door de weerstand loopt?
[Bericht gewijzigd door roebas op (11%)]
Serieschakeling van R en C:
Noem de stroom voor f= ∞: I∞
De kantelfrequentie is dan de frequentie waarbij, bij gelijke totale spanning,
nog maar 1/2 √2 I∞ door de serieschakeling loopt.
Parallelschakeling van R en C:
Noem de spanning voor f=0: U0
De kantelfrequentie is dan de frequentie waarbij, bij gelijke totale stroom,
nog maar 1/2 √2 U0 over de parallelschakeling staat.
In beide gevallen geldt dat XC = R
Ja. Het is een mooie site omdat alles, als een recept in een kookboek, lekker bij elkaar staat. De plaatjes vind ik ook leuk. De grafieken komen me bekend voor, behalve die liniaal - die is nieuw
.
Op 13 mei 2008 12:04:19 schreef Frederick E. Terman:
Die tweede link geeft de goede formule. Nu zie je ook de twee kantelpunten waarover ik het al had. Je hebt óók Rk nodig in de berekening!De combinatie Rk en Ck vormt een parallelschakeling. Voor hun kantelfrequentie geldt dezelfde berekening als voor een serieschakeling met dezelfde onderdelen.
Afleiding van de formule:
De versterking is A' = (Rl·μ )/(Ra + Rl + Zk·(μ + 1))
De maximum versterking heb je bij hoge frequenties, waar Zk = 0: A = (Rl·μ )/(Ra + Rl)
Deel de eerste door de tweede:
A'/A = (Ra + Rl)/(Ra + Rl + Zk·(μ + 1))Nu ga je voor Zk de complexe impedantie invullen, dan A uitrekenen, de absolute waarde nemen, etc.; dat wijst zich verder wel.
klopt wel degelijk....sorry