Zeker , ben ik helemaal met je eens .
Die voldoening is bijna net zo groot als een echt goedwerkend zelfbouw apparaat maken , die dan ook echt goed werkt ...

Radioortje

Hier ook, ik vind restaureren bijna nog leuker dan zelf bouwen.

Fred

Wat is een "leidraad" voor het bepalen van kringwaarden.

Als ik een parallelkring maak in de anode leiding of in de wunderhorn kan ik een enorme hoeveelheid LC combinaties maken die allemaal resonant zijn. Maar de ene of de andere lijkt behoorlijk verschil te maken. Bij het filter na de wunderhorn bv. Met een 10uH spoel was er meer dan 50% minder amplitude na het filter, met 5uH is er bijna geen demping meer van de gewenste frequentie.
Ik ben namelijk de filters/kringen nu aan het berekenen. Dat gaat sneller dan experimenteel vaststellen.
Ik ga nu even uit van een reactantie van ongeveer 300 ohm voor de Condensator.

Dan de trippler. Die staat dus fout ingesteld weet ik nu van Eat. Hij staat nu in klasse A maar moet in C. Dat QQV buisje is een heel steil ding zag ik. Een PCC85 niet zo. Nu maakt (Z) een tripler met een enkel torretje, waarom kan ik het niet gewoon met een enkele pentode of triode maar moet het met buizen dmv een balansversterker ? Dan zou ik de ene helft van de PCC bv als trippler in klasse C kunnen zetten en de tweede als versterkingstrap of misschien als mixer om het 4MHz signaal er bij te mixen.

"meer dan 50% minder amplitude" :)

Als het goed is, geeft de ontwerper van een oscillator een richtlijn voor de L/C verhouding. En anders zul je moeten proberen.

Een tripler in A zal niet veel triplen. De derde harmonische is immers vervorming. En in klasse A had je de minste vervorming, toch? :)

Dat een PCC minder steil is dan een QQV mag eigenlijk niet verbazen. De eerste is een dubbeltriode, de tweede een dubbelpentode. Pentodes zijn steil, daar zijn ze voor.

Als je een enkele tor of buis gebruikt om te verdrievoudigen, moet je veel moeite doen om de tweede en de vierde harmonische buiten de deur te houden. De tweede is ook nog eens veel harder dan de gewenste derde, dus dat stelt nogal eisen aan je filtering (piraten hoeven dat niet, maar in echte zenders moet het wel).

Als je een balanstripler maakt, zitten er van huis uit al geen tweede en vierde harmonische in het uitgangssignaal.
Daarmee is hij dus veel en veel schoner.

Ok dat is duidelijk. Dat wordt dan dus toch een balanstrap. Hoor je dat Z, jij maakt een piraten zender :-)

Meer dan 50% minder amplitude klinkt wel maf maar is wel correct volgens mij. Dat kan dus bv een 52% lagere amplitude zijn.

Voor de Wunderhorn moet ik het de ontwerper vragen, Hmm, die hebben we alweer even niet gehoord ;-). Maar voor de bandfilters ben ik zelf de ontwerper. Ik heb het dus net even aan de andere Fredden gevraagd maar we weten het niet ;-) Als ik een parallelkring maak voor 5MHz met een 1pF C en 1000uH spoel of met 1nF en 1uH spoeltje maakt behoorlijk uit in bandbreedte en demping/doorlaat lijkt me. Ergens daar tussen ligt het optimum. Dat moet je kunnen berekenen lijkt me. De reactantie van de onderdelen in het eerste voorbeeld is bijna 32K, bij het tweede 32 ohm. Bij 32 ohm lijkt me dat de gewenste signalen ook deels naar aarde afgevoerd worden, 32K lijkt me veel beter, maar bouwtechnisch lastig en daarnaast zal de impedantie ook de in en uitgangen van de schakeling beinvloeden dus je zult niet zomaar wat kunnen gebruiken wil je het optimaal hebben. Het zal waarschijnlijk wel te hoog gegrepen zijn maar er is misschien wel een vuistregel zoals bij de afstemkring van een ontvanger (C= 2x de golflegte)

Dat van dat klasse A weet ik maar ik wist niet dat ik hem in klasse A had staan want het lukt nog steeds niet goed om dat rekenkundig gedoe voor elkaar te krijgen. Ik heb dat gebias met buizen al een paar keer gevraagd maar ik snap het nog steeds niet goed. Ik hoop dat iemand mij dat nog eens "live" wil uitleggen met datasheet en voorbeeldschakeling erbij. Gewoon hoe je dat stap voor stap moet doen. Er zitten zoveel onbekende in. Het lukt wel een stuk beter dan vroeger en ik kom wel in de buurt maar er zit nog te veel natte vinger werk bij. Bij het bouwen meet ik dan een spanning en dan weet ik daarna wel wat ik moet veranderen om hem hoger of lager te krijgen en of hij te hoog of te laag is maar ik weet dat liever van te voren. Dat scheelt tijd en maakt een bouwsel een stuk netter. Niet allemaal van die vieze overbodige soldeerklodders op mijn mooie kopervlak.

En toch is het zo simpel. Als je sturing wegvalt, maar de collector- of anodestroom verandert niet, dan staat de buis of tor in A. Nog anders: is de ruststroom groter dan de piekstroom van het signaal (vanuit zijn midden), dan sta je (in ieder geval voor dàt signaal) in A.
/e: Of bedoel je: hoe krijg ik hem in klasse A (,B, C). Dat doe je met de voorspanning (buis, FET) of ruststroom (bipolaire tor).
Die voorspanning wordt in het Engelse schema verkregen uit de sturing, door de roosterstroom. Hoe harder je instuurt, hoe verder hij klasse C gaat. Dat gaat dus automatisch goed, zolang je maar genoeg sturing hebt.
Mijn eerste regel gaat dan niet meer op trouwens, die geldt alleen voor "vast negatief".

Die vuistregel van C = 2 × λ vind ik wel grappig. Bij een middengolfontvanger klopt het niet..

Een parallelkring is een hoge impedantie voor zijn afstemfrequentie, ook als de XL en XC laag zijn.
Maar als je het niet zelf kunt berekenen, je kunt het toch altijd gewoon even in Simetrix proppen?

Welk schema gebruik je als bandfilter, en wat zijn de gewenste gegevens? (f0, B, Zi, Zo)

[Bericht gewijzigd door Frederick E. Terman op (23%)]

Een buis in klasse C is een buis die afknepen staat op de anodestroom. Dat is hetzelfde bij transistoren eigenlijk heel simpel dus. Voor de B instelling vloeit er in rust een geringe stroom in de anode of collector. Voor de A instelling de halve waarde van de piekstroom, dat is tussen nul en de maximale waarde van de anode of collectorstroom.
Voor een buis die op een negatieve spanning staat ingesteld van bijv -50V en Ia=0, is de insturing op het rooster tussen 0 en -100V. Er is dan dus een amplitude van 100V insturing nodig.
http://www.uploadarchief.net/files/download/klasse%20c%20instelling2.jpg

Meer dan 100V! Een buis in klasse C die geen roosterstroom trekt, dat kan niet. In B trek je al roosterstroom - in AB2 zelfs al.
Je komt in klasse C dus fors in het positieve gedeelte van de roosterspanningen, en daarom moet je stuurspanning flink meer zijn dan de negatieve voorspanning.

De klasse A instelling hoeft niet precies halverwege de piekstroom te zijn. Je kunt best een ruststroom hebben van 100mA, en een signaalstroom van 4mA daaroverheen. Dan is je piekstroom 104mA.

Wil je zoveel mogelijk "ruimte", dan kom je uiteraard wel ongeveer in het midden uit.

Inderderdaad Frederick, dus krijg je steilere flanken van die ( halve ) sinus in de anodestroom.
Wat dus weer gunstig is voor het rendement.
Hopelijk heb ik het goed...
Over de roosterstroom nog; als de buis in klasse C staat vloeit er toch geen roosterstroom zonder insturing.

Argghhh, heb ik weer. Is natuurlijk niet het touwtje, maar het palletje waarom het veertje zit in het ding dat op de afstemcondensator zit gebroken... Als jullie begrijpen wat ik bedoel. Ik heb het nu maar met twee componenten lijm vastgezet en hoop dat het de spanning van de veer+afstemkoord kan verdragen...

O gruwel, lastig. Kun je misschien een gaatje in de zijkant boren, en het koord daarin vastmaken?

In C loopt er zònder sturing geen roosterstroom, maar dat geldt voor alle buisinstellingen van A t/m C.
Het belangrijkste bij C is: korte perioden waarin de buis helemaal in verzadiging wordt gestuurd, en de rest van de tijd helemaal geen stroom. Zo krijg je je rendement (en vervorming, maar dat komt verderop wel weer goed).

Nee, eromheen loopt het draad ook. Ik hoop dat de lijm het houdt. Eerst laat ik het goed uitharden om de kans zo groot mogelijk te maken.

Er gaat een nieuwe wereld voor mij open. Was ik een beetje bang dat 10Vtt uit de oscillator te hoog was blijkt het minstens 100V te moeten worden. Zal ik dan toch maar met torren verder gaan ? Dat -50 red ik ook niet meer met een kathode weerstand lijkt me. Gelukkig heeft mijn nieuwe voeding -60V.

Gelijk helemaal blij het datasheet erbij gepakt maar nu ben ik helemaal de weg kwijt. Er staat in geen enkele grafiek iets over -50V. Het gaat maar tot -5V.
Maar geen nood, ik moet dus zorgen dat hij ver genoeg wordt open gestuurd of liever gezegd, ver genoeg dicht gaat. Alles berekent, in grafiekjes op gezocht. Super, erg makkelijk nu nog de kathode weerstand en klaar maar toen ging ik nadenken, en dan gaat het meestal fout.
Als ik -Vg=7V wil en 15mA dan is dat 466 ohm voor Rk. Maar als -Vg=5V dan is de Ri zo hoog dat er 6,5mA loopt.
Bij 466 ohm is 6,5mA ongeveer 72V. Oftewel bij -7V loopt er geen stroom door de buis hoe kan de -Vg dan 7V zijn.
Bij 15mA is de Ri 7KOhm, dat redt je niet bij -7V.

Ik mis nog ergens een klein stukje maar ben er bijna.

Over die regel C=2xgolflengte: Die gaat niet op, er is dan dus wel een regel :-)

Fred

Op 28 oktober 2008 20:41:48 schreef fred101:
[...]
Over die regel C=2xgolflengte: Die gaat niet op, er is dan dus wel een regel :-)

Fred

Maar het is helemaal geen regel ... Slechts een vuistregel, die moet je altijd met gezond verstand gebruiken. ;)

Fred, nogmaals, een oscillator moet oscilleren, meer niet! Dus geen vermogen mee maken of hoge spanningen.
Je kan ook de tripler buis 'eerder laten vastlopen', bijvoorbeeld door de anode spanning wat lager te kiezen.

:)

Fred, ik raak toch vaak wel een beetje buiten adem van je posts. Want ik weet nooit precies waar ze over gaan.
Nu zal dat misschien 4 pagina's geleden wel eens opgenoemd zijn, maar dat vind ik nooit.
Wat je misschien zou kunnen doen, is de betreffende schema's ergens parkeren, en dan steeds even een linkje naar het betreffende schema in de post opnemen.
/e: niet noodzakelijk in iedere post natuurlijk; alleen als je er na een tijdje nog eens een opmerking over maakt of vraag over stelt.

Terzake: probeer je nu een buis in C te krijgen met een katodeweerstand?

Die 100V is zomaar een voorbeeld. Toch kunnen in C de spanningen hoog oplopen, hoor.
Over vuistregels gesproken: je kunt altijd de buis gewoon instellen met een negatieve roosterspanning die het dubbele is van de afknijpspanning bij de voedingsspanning (voorbeeld: in de Ia-Ug karakteristiek zie je dat Ia nèt nul is bij een Ug van -10V. Dan zet je de buis op -20V roosterspanning.
De sturing moet nu, in dit voorbeeld, dus meer dan 20Vp zijn (meer dan 40Vpp dus). Het rendement beloopt bij deze instelling gewoonlijk iets van 75%.

Fred, achter de oscillator eerst een buffer zetten.
Dan kun je de oscillator op een lager pitje laten lopen, wat de stabiliteit ten goede komt.
Met die buffer kun je de spanning opwerken.
Zorg dat je de oscillator niet belast.
Zeker omdat je heel veel omhoog wilt, zal de oscillator rotsvast moeten zijn.
Een wunderhorn is geen wundermiddel.

Ja ik draaf wel eens wat door, is goed voor de conditie :-) Een schema posten wordt wat lastig dat probeer ik namelijk zelf te bedenken en om dat te doen moet ik dus dingen berekenen die nog niet lukken. Eigenlijk moet ik dat nog maar niet proberen en domweg iets nabouwen, dat is moeilijk genoeg, maar helaas zit ik zo niet in elkaar.

Het schema wat FET gaf met die balanstrapjes in dit topic: http://www.circuitsonline.net/forum/view/65393/1/70cm+all+buizen+trans…
is een beetje waar ik het principe van af kijk maar hier gebruiken ze ook geen externe negatieve gridspanning. Echter wel een kathode weerstand. Dat mag dus niet ?

Ik ga wel gewoon experimenteren dan kom ik er hoop ik wel achter. Ik kan me voorstellen dat dit zo te complex wordt. Ik wil gewoon meer dan ik kan.

Op 28 oktober 2008 21:34:01 schreef fred101:
[...]
Ik ga wel gewoon experimenteren dan kom ik er hoop ik wel achter. Ik kan me voorstellen dat dit zo te complex wordt. Ik wil gewoon meer dan ik kan.

Pfff! Pfoeh! Eindelijk heeft ie z'n verstand terug. :)
*Bouwen* Mormel! ;)
Gisteren, over 2nos, al verteld: Geen kathode weerstand maar een Negatieve Rooster Spanning (NRS)!

Tip:
Maak de (deel) schakeling op een stuk sloop chassis, gebruik je buizentester als regelbare anodespanning en als regelbare NRS...
/e
@Jim REA,
Hoe is het met je multi fluitplavuizenpieper?

Je hebt ook geen negatieve spanning nodig voor je grid, als de aansturing maar groot genoeg is. Stel je hebt een DC instelling met roosterspanning van -2V, bij een stroom van 4mA. (kathodeweerstand is 500 Ohm) Stel nu dat de buis ook precies een steilheid heeft van 4mA/V.
Zet nu een signaal van 2V top top op de buis. Dan zal een deel worden afgekapt. Als de roosterspanning onder de -3V komt, dan is de anodestroom (bijna) 0. Dus dan wordt een deel afgevlakt. Probleem is wel dat je hele DC-instelling gaat verschuiven zodra er signaal op staat. Om dit netjes te berekenen is volgens mij nog wel wat werk. (de standaard-trucjes voor lineaire instelling gelden niet meer).

Het is misschien handig om je kathode gewoon met een zenerdiode op +5V te zetten.

@FET: Ik ga denk ik ook maar gebalanceerde trapjes gebruiken. Die andere harmonischen waren inderdaad nog aanwezig, en vrij lastig filterbaar. (ondanks de dubbele LC-kringen)

Overigens kan het ook met Si-dioden en lineaire trapjes, Fred.

In dat schema zorgt de sturing voor roosterstroom. Die roosterstroom laadt de koppelcondensatoren op, en dàt zet zoveel negatief op je roosters dat de buizen in C ingesteld worden.

Als nu de sturing wegvalt, zou de buis helemaal geen negatieve roosterspanning meer krijgen en dus opsmoren door de enorme anodestroom die er dan zou gaan lopen.

Om dat te voorkomen, is er ook nog die kathodeweerstand. De kathodeweerstand veroorzaakt voldoende negatief om die buizen normaal in te stellen zonder oververhitting.

Pas bij aansturing worden ze in cutoff gedreven. Paradoxaal genoeg juist door die roosterstroom. Maar dat is geen echte paradox:
Doordat er een korte periode roosterstroom loopt, staat de buis de rèst van de periode afgeknepen.

Dit gemengd negatief was heel gebruikelijk. Je zag ook vaak een aparte negatieve-roosterspannings-voeding, die de buizen alvast temde; de rest van het negatief kwam dan weer van de sturing.

Zoals eerder gezegd, het voordeel voor de amateur is dat de buis zich automatisch optimaal instelt, aangepast aan de sturing. Minder sturing? Neemt-ie gewoon een beetje minder negatief, zodat je toch stroompieken in de anode krijgt.

He he, eindelijk wat vooruitgang geboekt. Ik heb ook nog een probleem gevonden wat voor rare dingen zorgde. Een brak buisvoetje, die moet ik nu vervangen. Ik heb nu op mijn counter de goede frequentie na de trippler (9,3-9,8 MHz). Nu kan ik dus verder. (ik had onderhand beter een 12MHz kristal oscillator kunnen mengen met 2,2-2,7MHz) Misschien ga ik dat ook nog proberen.

Ik heb de oscillator weer uitgekoppeld op de kathode. De driedubbelaar heeft een potmeter gekregen als kathode weerstand en bij 6V kathodespanning krijg ik een verdriedubbeling. Dat met die zener ga ik eens proberen.

Sorry Eat, ik was even de weg kwijt, ik ben blijkbaar toch beter in experimentele praktijk dan theorie ;-)

Ha, (Z), ik zag je post nu pas. Die verscheen natuurlijk terwijl ik mijn verhaal aan het typen was, en ik heb niet goed opgelet, anders had ik moeten zien dat er wat boven verschenen was.
Dat negatiefverhaal heb ik toevallig al 'aangesneden' (net als de sinus zelf).

Die push-pull verdrievoudiger (en push-push verdubbelaar) zijn inderdaad echt beter te temmen dan met enkele devices.

Het idee van apart passief te vermenigvuldigen en lineair te versterken is prima te verdedigen. Het is dan, door de duidelijke functiescheiding, ook gemakkelijker te zien en controleren hoe alles gaat.
Toen alles duur was probeerden ze te besparen, maar een handvol diodes (voor de push-push of push-pull) en een zootje torren kost nu niets meer.

@Fred, met de spectrumananlyzer kun je toch heel eenvoudig inregelen op beste verhouding 3f/troep?

probleem is vooral dat er destijds nog geen handige kleine diodes waren. Door diodes te gebruiken kun je wel de helft van de torren weglaten. En dat maakt toch ook weer flink verschil.

Op 29 oktober 2008 09:40:14 schreef Frederick E. Terman:

@Fred, met de spectrumananlyzer kun je toch heel eenvoudig inregelen op beste verhouding 3f/troep?

Dat is een stoot onder de gordel ;-)

Ik geloof dat ik het functioneren (eindelijk) begin te begrijpen. Door de uitleg van (Z) vielen de stukjes een beetje op hun plaats. Ik dacht steeds de verkeerde kant op. Hogere Vg spanning, buis gaat dicht terwijl ik weet dat dat niet zo is maar dat idee is nog steeds blijven hangen vanuit het begin.

De instelling (veel negatief op het rooster) wil de buis dichtzetten. Zonder sturing zou de buis inderdaad niets doen en helemaal potdicht zitten (als het negatief tenminste 'vast' is).
De sturing (veel signaal) is zo hoog, dat in de pieken het rooster zelfs positief wordt.
Het resultaat dus juist véél anodestroom, maar maar heel even. :+

Ik bedoelde het niet eens gemeen met die spectrumanalyzer. Maar zodra je een plaatje hebt, kun je ook gelijk gaan afrgelen - beschouw het als een extra praktijkoefening.