Capt501
http://pascal.nedlinux.nl Niet tegenspreken, Ik heb altijd gelijk !
Pientertje,
Het doet me echt deugd dat je serieuze vragen steld over de opbouw van een generieke ontvanger.
Ik kan je echter vertellen dat slechts heel weinig F-gelicencieerden daar een antwoord op kunnen geven.
Ofwel, zo diepgaand hoeft je kennis van de techniek niet te zijn.
Sterker nog, over de nieuwste ontwikkelingen is de vereiste kennis zo summier dat je er echt niets mee kunt.
Enigzinds on topic
Aanpassing Ant op RX, kan je gewoon met bandfilters doen.
Spoeltje met een aftakking is voldoende om een 50 of 75 punt te vinden
RF Versterker:
Het gaat er om te weten hoe sterk je ontvangen signaal van de antenne is.
En hoe sterk je signaal aan de detector moet zijn.
Je hebt ook nog een aantal MF trappen die gain leveren.
Verder is de voornaamste functie van je RF-amp het verkrijgen van een redelijk ruisgetal. dus niet maximale gain eruit proberen te persen maar kijken bij welke instelling je de meest gunstige S/N verhouding krijgt (en hoe je dat doet weet ik ook niet hoor)
Het verschilt verder kwa instelling niet zo veel van een gewone audio trapje
in de uitgang zit een spoeltje of een trafootje ipv en weerstand maar dat veranderd weinig aan het princype van berekenen.
De blokken onderling dienen uiteraard op elkaar aangepast te zijn.
Heeft je mixer een uitgangs impedantie van 150 ohm dan moet de ingang van je MF dat ook zijn, lijkt me voor de hand liggend.
maar verder is het maar net aan jouw welke impedantie je kiest per overgang.
Een dualgate fet is van nature hoogohmig dus aan de hete kant van je kring aansluiten is een aardig idee. levert je ook heel scherpe kringen op (in min geval meestal te scherp, waardoor ik maar een beperkt gebiedje kon ontvangen zonder bij te regelen)
De detector:
Een Foster Sealy detector is echt iets uit de oude doos... dat doen we echt niet meer.
FM detecteer je met een faselus schakelingeje daar zijn talloze IC's voor die ook gelijk een deel van je MF voor hun rekening nemen en vaak ook nog een signaalsterke uitgang voor je S-meter of AGC hebben.
Leuk topic, leuke vragen.... waren er maar zendamateurs die zich met dat soort dingen bezighielden ipv al die flauwekul waarvan ze de werking niet begrijpen.
dawmast
Zorg dat je er bij komt, bij de Marine. Sympathisant van de Koninklijke Marine. Luistert graag naar militaire muziek.
Het beste is om een eenvoudig superhet te maken met losse bipolaire torren in de MF-versterker. Als mengtrap kun je een Dual Gate MOS-FET gebruiken, of twee J-FET's in serie geschakeld. Op de onderste Gate sluit je de ingangskring aan en op de bovenste Gate het signaal van de oscillator.
Capt501
http://pascal.nedlinux.nl Niet tegenspreken, Ik heb altijd gelijk !
Hoewel ik dat niet wil tegenspreken zou het wel fijn zijn als je motiveert waarom je tot die keuze komt.
Immers mijn tegengas : het beste is om gewoon een radio te kopen die het al doet.
fred101
Golden Member
www.pa4tim.nl, www.schneiderelectronicsrepair.nl, Reparatie van meet- en calibratie apparatuur en maritieme en industriele PCBs
In jongensradio is daar een hoop over schreven. Daar heb ik veel van geleerd. Ook de bouw van mijn eerste superfred staat daar en de bouw van de hydrodyne. Die superfred was wel leerzaam. Daar kwam ik voor het eerst er achter dat je soms inpedanties moet aanpassen en soms juist niet. Dat ding heeft zelfs nog even een genererende detector gehad. Hij was voor AM. Ik heb nog steeds geen FM ontvanger gebouwd.
capt, ik denk dat de meeste zendamateurs die dit kunnen er geen vragen over stellen 
Maar je hebt gelijk, het kennísnivo is vaak niet bijster hoog, tenminste dat lijkt zo, anderzijds zal hier ook wel gelden dat je alleen de gene hoort die het niet weten. Iemand die weet hoe hij zijn antenne goed krijgt zal op zendamateur of CO niet vragen hoe het moet dus weet je niet hoeveel dat er zijn. Maar van alle zendamateurs die ik ken zijn er maar een paar die weten hoe een soldeerbout eruit ziet. 
Gelukkig is er af en toe jonge aanwas met de juiste instelling.
Ik had inderdaad de discriminator met de foster seeley omgewisseld.
goed, ik probeer het nog een keer:
De foster seeley werkt met één afgestemde kring. De opgewekte spanning in het bovendeel is precies in tegenfase met de spanning in het onderste deel als het toegevoerde signaal de freqeuntie heeft waarop de kring is afgestemd. Ze heffen elkaar op en het resultaat is nul. Maar als de frequentie hoger of lager wordt, dan zijn de signalen niet meer in tegenfase en is het resulterende isgnaal niet meer nul. Het de sterkte van het uitgangssignaal hangt dus af van de frequentie van het ingevoerde signaal. Een FM signaal wordt dus eerst omgezet in een AM signaal, dit AM signaal wordt door de diodedetectors gedetecteerd.
heb van hugo welther een pdfje gekregen met wat formules:
https://docs.google.com/fileview?id=0B2Sp293b-C_KOTgxYmFjODctYzFhNy00Z…
Op pagina 1092 staan wat forumules, maar wat micromicro farad is, en waar die 25330 vandaan komt weet ik niet. Dit ziet er wel nuttig uit, kan ik met deze formules het middenfrequent deel uitrekenen?
edit: link gefixed
Wil je toch eerst eens even dit verhaaltje (vooral bij de Foster-Seeley) lezen? Want het is net of je nu maar wat zit te raden (dat is vast niet zo, maar zo klinkt het een beetje).
De spanning over de boven- en onderkant van de tweede afgestemde kring (er zijn er twee, kijk maar in het schema) zijn natuurlijk ALTIJD in tegenfase met elkaar.
Maar het gaat uiteindelijk om de spanningen van die uiteinden ten opzichte van massa.
Kijk alstjeblieft even naar het schema en de vectoren. Hint: in resonantie is er iets met 90 graden, en daarbuiten wordt dat dan meer of minder.
Met Simetrix heb ik een mooie (en, ook belangrijk: heel simpele
) Foster-Seeley gemaakt. Maar voor een beter begrip moet je echt zelf even naar het schema en het artikeltje (of een vergelijkbare uitleg) kijken.
oh natuurlijk als de ingangsfrequentie afwijkt gaat de kring zich meer capacitief of inductief gedragen waardoor de richting van de vector verandert. En de diodes zijn geen detectoren maar gelijkrichters.
Ik ben wel benieuwd naar die simetrix file, of krijg ik die pas als ik het snap:P
Zoals ik al beloofde is het schema heel simpel. Ik gebruik alleen de twee gekoppelde kringen, en doe de rest eventjes in formule.
De twee kringen resoneren alletwee op 10.700 MHz. Voor allebei heb ik een Q van 20 gekozen. De koppelfactor is k=0.05 ofwel kritische koppeling - hoewel dat niet zo kritisch is. 

Hieronder zie je de secundaire spanning: een mooie vlakke top van 500mV over ongeveer 200 kHz (rood), en het faseverloop (groen) met -90 graden op de resonantiefrequentie, oplopend naar lagere frequenties, dus dichter naar de 0 graden; en aflopend naar hogere frequenties, dus dichter naar de 180 graden.
De faseschaal is niet zichtbaar. Maar 0 graden is bovenaan bij 600; −90 graden komt overeen met de 300 lijn, en −180 graden is onderaan bij de nullijn.
Hieronder zie je de som van de primaire spanning PLUS de helft van de secundaire spanning in rood. Bij lagere frequenties is secundair een beetje in fase met primair, zodat de spanning totaal hoger wordt; bij hogere raakt secundair juist steeds verder uit fase, zodat de som lager wordt.
In groen is de primaire spanning MIN de helft van de secundaire spanning. Nu zie je juist bij hogere frequenties een piek.
Dat alles is immers wat je in een echte FS ook doet: de secundaire kring heeft een middenaftakking, en op de beide uiteinden staat de halve secundaire spanning.
De kleine bobbeltjes komen door de twee kamelenbulten in de primaire spanning (waarvan hier geen plaatje staat). Die zitten er doordat we kritische koppeling gebruiken. Bij zwakkere koppeling zijn ze weg. Maar we hebben er geen last van zoals zal blijken.
De blauwe lijn is nu het verschil van de gelijkgerichte rode en groene spanningen. In Simetrix doe je dat door een Curve te maken, en dan de ABS functie te gebruiken om de gelijkrichting aan te geven:
abs(ARB1_OUT)-abs(ARB2_OUT)Dat verschil is dus wat je zou meten tussen de rechterkanten van de detectiediodes.
De lijn is tamelijk recht over het stuk van 10.6 tot 10.8 MHz, net wat we willen voor 75 kHz zwaai.
De onderdelenwaarden kun je nu zelf uitrekenen. Ik heb als impedantie voor de spoelen en condensatoren 100 ohm gekozen, zodat de weerstanden 2000 ohm moeten zijn. De stroombron kan dan 0,5mA zijn voor simpele getallen, hoewel dat natuurlijk verder niet uitmaakt.
De koppelfactor kun je niet in het schema aangeven, dat moet even in het F11 venster ingevuld worden:
k12 L1 L2 0.05heel erg bedankt!
Maar hoe stel ik de Q factor in... Ik krijg nu een soort piramide 
edit gevonden, gewoon de juiste serieweerstand geven bij lossy inductor. Ik ben weer eventjes zoet, als er nog vragen zijn dan horen jullie dat wel. Nogmaals bedankt FET!
[Bericht gewijzigd door pientertje op (49%)]
In mijn schema zitten ideale spoeltjes, maar de weerstand van 2k parallel zorgt (in combinatie met de XL van 100 ohm) voor de Q van 20.
Jouw manier met serieweerstand werkt ook goed. Maar als je alletwee doet wordt de Q natuurlijk lager.
Het werkt, ik heb alle grafiekjes hetzelfde als bij jou. Alleen is bij mij de top steeds 1V, terwijl ik stroombron echt ingesteld had op 0,5mA. Eigenlijk werkte het gisteren ook al, maar ik kreeg steeds die piramide omdat ik in simetrix met te weinig punten voor de grafiek werkte, waarom de standaardinstelling nou weer 25 is weet ik ook niet. Maar na een dag rekenen en rekenen wist ik het zeker, het lag niet aan mij. Toen ook maar een excel sheet gemaakt die met bandbreedte, frequentie en Rp de boel uitrekent:

Zo, je bent er geloof ik helemaal uitgekomen he? Dat is leuk. Het is wel waar dat de FS in nieuwbouw niet zoveel meer voorkomt in zijn oorspronkelijke vorm, maar je komt hem (of zijn neefje, de ratiodetector) toch nog heel veel tegen en dan is het handig te weten hoe hij werkt. En het principe is heel nuttig.
De standaard grafiek in Simetrix is geloof ik 50 stapjes, geen 25 dacht ik, maar evengoed niet zoveel inderdaad. Meestal maak ik er ook meer.
Dan doe ik bijv. 9.7 tot 11.7 MHz, dat is 2000 kHz, maar 2001 verschillende frequenties (als je de eerste en laatste meerekent). Dus dan vul ik in: 2001 steps. Dan heb je een datapunt precies op iedere kHz.
Meestal maakt het niet zoveel uit, maar soms is dat dan weer handig als je met de cursors gaat werken, dan krijg je niet van die kromme getallen.
Waarom je op de secundaire 1V krijgt weet ik niet. Heb je zowel primair als secundair 2k parallel staan?
nee, ik krijg 1 volt op de primaire. Ik zal morgen het schema uploaden.
Ik ben er nu wel uit ja. ik heb alleen nog een vraag over de toevoer: ik heb nu een stroombron gebruikt, maar uit de volgende trap komt een spanning. Hoe doe ik dat?
fred101
Golden Member
www.pa4tim.nl, www.schneiderelectronicsrepair.nl, Reparatie van meet- en calibratie apparatuur en maritieme en industriele PCBs
Ik heb net iets gemaakt wat voor jou ook handig kan zijn. Een kastje waar ik een tor in kan steken. Deze heeft een bnc in en uitgang connector. Dan kun je er een meetzender en bv scoop op aansluiten. De bnc's zijn ontkoppeld met condensators en verder zitten er 4 potmeters op ipv de basis, collector en emitter weerstanden. Er zit een Condensator parallel aan de emmiter potmeter. Verder de nodige banaanbussen zodat je overal spanningen kunt meten.
Nu kun je dus een versterkertje in een paar minuten opzetten, de instellingen meten maar ook kijken naar bv ingangsimpedantie door een potmeter of je bestaande volgende trap als belasting te gebruiken.
Ik heb het vrij ruim opgezet voor HF. Wil je het ook voor 2meter dan moet je het natuurlijk heel compact op een massavlak bouwen. Ik had zo een soort kastje al liggen. Kwam van een school. Er zat een vaste schakeling in. Ik heb er wat aan toegevoegd en weggehaald. Ik moet alleen nog een tor adaptertje maken. Een printje met drie bananen wat ik er in kan steken zodat ik daarop een tor kan solderen. Ik denk nog even over iets als een dinconnector die ik in het kastje kan zetten om torren direct in te prikken.
lijkt me handig. Moet ik ook maar eens bouwen.
Schema:
Let wel op, de top van 1V is wel als ik de koppeling verwijder.
Miscchien stomme vraag, maar hoe bepaal je bij het wikkelen de koppelfactor?
En mn demodulatie is een beetje raar, het lijk ergens tegen aan te botsen (groen is demodulatie, en rood is referentie 1khz):
Deze grens zit al aan de uitgang van de foster seeley, dus het zit niet in de diodedetctor.
Met grotere modulatiedieptes krijg je in plaats van een dipje een hele vieze brede spike.
grr: niet opgelet, dit had een edit moeten zijn. Sorry...
nog een edit: bij een modulatieindex van 5 is het over, en dat is precies 75KHz zwaai, interessant...
fred101
Golden Member
www.pa4tim.nl, www.schneiderelectronicsrepair.nl, Reparatie van meet- en calibratie apparatuur en maritieme en industriele PCBs
Ik zit ben aangestoken door dat gereken en aangezien ik toch met torren basiskunde bezig ben probeer ik nu de Zin en Zout te doorgronden. En dan anders dan domweg de formules toepassen zonder te snappen waarom.
Ik heb nu eerst de emitter volger gedaan. Ik denk dat ik er uit ben. De Zin is de impedantie die de source ziet. Daar staat een bekende spanning. Deze wordt geleverd door de souarce en door de eventuele basisweerstanden. Als je een source met een oneindig kleine Ri zou aansluiten met een vaste spanning dan gaat er een bepaalde stroom lopen. Die wordt begrensd door de weerstand van emitter naar massa. Dat is de basisstroom. Alleen is de emitter spanning 0,6 lager dan de basisspanning dus kan je de wet van ohm op de ingang toepassen (Vb-0,6)xib is Zin. Dan ga je alleen uit van een hfe van 100 om de basisstroom te bepalen.
Als je nu de basisstroom meet, en ook de collector stroom meet, en de spanningen kun je zo dus precies de ingangsimpedantie berekenen zonder een hfe of HFE te hoeven gokken. Klopt dat ?
De zout is wat makkelijker. Je weet de maximale stroom die de bron kan leveren, je weet de basisspanning. Als je de emitter naar massa zou kortsluiten (dus een short als load) dan gaat er een basis stroom lopen die alleen begrensd wordt door de interne weerstand van de source. Dat heeft echter tot gevolg dat er door de hfe ook een grotere collector stroom gaat lopen. De basis stroom en collectorstroom samen bepalen de emitter stroom. We weten de spanning op de emitter, namelijk de basisspanning minus 0,6 dus is de Zout de Ve/ie. Klopt dat ook ? Wil je dan powermatchen dan is dan moet de load, parallel met de emitter weerstand die Zout vormen. Dan heb je maximale stroom overdracht. Spanning veranderd niet in deze configuratie dus heb je maximale power overdracht.
Snap ik het nu eindelijk een beetje ?
We kunnen dit topic wel noemen: vragen aan Frederick E Terman...
Ik heb nog wat geklooid en ik heb het simpele schema omgetoverd in een echte foster seeley discriminator:
http://www.uploadarchief.net/files/download/echte_fs.png
Zijn demodulatie:
Ik heb hier ook nog wat aan gehad:
RF components and circuits - J. Carr
Hoe kan het dat de uitgangsspanning zo 'dik' is. Hij bestaat uit een hoogfrequent signaal, maar met een simpel RC filtertje is het al heel acceptabel.
Goed dit was allemaal theoretisch, nu praktisch:
Mijn ideale diodes zijn helaas op, welke kan ik daar het best voor nemen? Een bat85 en een 1n4148 werken niet echt lekker, tenminste in de simulatie dan.
Hoe maak ik zo'n spoel, dus met de juiste capaciteit, Q en K.
edit:
Heb er inmiddels ook een mixertje aangeknoopt. Ik bergijp nu het belang van goede filtering tussen de trappen. Om een behoorlijk resultaat te krijgen heb ik tussen mixer en detector een tweede orde butterworth bandpass gezet, en bij de output van de detector een 4e orde butterworth lowpass.
[Bericht gewijzigd door pientertje op (12%)]
Je gaat lekker in de sim, het went zeker al een beetje!
Toch maakte je een denkfout in het schema waarin de modulatie 'botste'. Dat kan je ook zien aan het feit dat er, rond de centerfrequentie, nu geen 0V meer uit kwam maar ruim 8,5V.
De fout is dat je een frequentieschema zonder meer in een tijdanalyse ging gebruiken. Misschien daarover een andere keer meer, want dat is een ingewikkelder verhaal wat op zich niets met de FS te maken heeft.
Je bent inmiddels helemaal in het tijddomein bezig, en zo te zien werkt alles lekker (en wel weer rond de nul!).
Morgen, als ik er tijd voor heb, zal ik nog eens een 'uitgeklede' FS laten zien en ook de Weiss, die er achteraf meer op lijkt dan ik zelf vroeger dacht.
De HF rimpel heb je ook ontdekt en 'kaltgestellt'. Prima.
Je kunt in het echt best werken met 1N4148's. In de simulatie waren de spanningen maar klein (ik wilde ronde waarden hebben), maar in het echt is meestal wel een aantal volten HF beschikbaar.
@fred: je maakt de fout, gelijkspanningen te gebruiken in (wisselspannings-)signaalberekeningen.
Die 0,6V heeft niets te maken met de wisselstroomimpedantie van een transistor. Met een Ge tor (van dezelfde beta) zou de Zi hetzelfde zijn, en als je een ideale stroomversterker zou gebruiken (weer met dezelfde beta) kom je ook weer op dezelfde Zi uit.
Samengevat: alle gelijkspanningen zijn nul volt signaalspanning! (nee, niet weer die 'wat is gelijkspanning' discussie; 'gelijk' is hier iets dat niet wisselt)
Ook hier is een goede sim weer ontzettend handig om van alles in uit te proberen. Kijk maar eens of je zelf een tor kunt 'bouwen'.
Ook hier wil ik later nog even op terugkomen, want het is ontzettend interessante kost allemaal.
Die 8.5V gelijkspanning was omdat ik niet met een condensatortje uitkoppelde (zo noem je dat toch?).
Ik ben inderdaad overgestapt op tijdsanalyse. Alleen het simuleren duurt zo lang. Hij staat nu rustig een minuut te rekenen aan een mixertje + demodualtor (@i5 750).
Ik wil wel langzaam naar een praktisch ontwerp toe. Nogmaals mijn praktische vraag: hoe maak je twee gekoppelde spoelen met een bepaalde q en k. Ik heb wat gelezen over afstand etc, maar hoe zit dat op een kerntje? Is daar de koppelfactor gegeven? En de q, is het mogelijk een te hoge q te nemen en dan met een potmetertje af te regelen?
fred101
Golden Member
www.pa4tim.nl, www.schneiderelectronicsrepair.nl, Reparatie van meet- en calibratie apparatuur en maritieme en industriele PCBs
FET, ik kwam hierop omdat ik een model van een tor had gemaakt, op papier tenminste. Ik werk met Momentele spanningen. Dus eerst een DC instelling en dan kijk ik wat er gebeurd als ik op de basis die spanning verander.
Daarbij heb ik de Zin berekend zoals ik denk dat het principe werkte en de uitkomst kwam overeen met de voorbeelden in het boek. Dus wat is bv het effect als de basisspanning 1 volt stijgt.
Daarna heb ik het zelfde schematje in simetrix getekend met een echte tor en toen met een variabele load gekeken waneer er maximale vermogens overdracht was . Dat kwam aardig in de buurt van mijn berekeningen. Ik ben nog niet bezig met de klein signaal impedantie en zich zelf repeterende wisselende spanning
want dan gaan ook de capaciteiten een rol spelen. Maar ik zie dat ik per ongeluk hfe ipv HFE heb getyped.
Als laatste heb ik een schakeling gebouwd met dat test kastje en daar de DC instellingen goed gezet. Toen met de vna gemeten en via de matching tool de zin en zout bepaald zodat ik een match op in en uitgang had en maximale gain in dB. Daarna het schema met zelfde tor in simetrix getekend maar nu belast met de Zout zoals berekend en toen had ik ook maximaal vermogen in symetrix. Alleen nu was het klein signaal impedantie, op 7 MHz en complex.
En daar ben ik nu. Nu ga ik het vervangingschema van de tor tekenen, de eigenschappen van de tor erbij zoeken en kijken of ik met de rekenmachine nu ook op die zelfde waardes uit kan komen. Ik zit alleen met de waarden. Zin moet 3400 ohm en 21 pF zijn. Zout moet 148.5 en -85pF zijn en ik weet niet hoe ik dat naar |Z|. Moet omwerken.
Erg leuk om een tor in weerstanden en condensators te ontleden. Ook om te zien hoe in en uitgang elkaar beinvloeden. Je ziet hier wat buffer werking maar bij de common collector wordt je gek, de kleinste verandering aan een kant zie je terug aan de andere. Pas toen ik de vna via een 20dB verzwakker aansloot voor een betere isolatie werd het wat controlleerbaarder maar een gelijktijdige match lukte daar niet. Ik kon wel de Zout meten die hoorde bij die 20dB verzwakte ingang.
Maar ik ben al blij dat ik nu min of meer weet wat er in zo'n ding gebeurd. Dat is al een hele vooruitgang 
Op 16 augustus 2010 23:32:01 schreef pientertje:
Nogmaals mijn praktische vraag: hoe maak je twee gekoppelde spoelen met een bepaalde q en k.
De Q is van een spoeltje meestal gegeven. Je kunt hem verlagen door een parallelweerstand, als dat nodig is.
De koppelfactor is vaak lastig van te voren te berekenen. Voor luchtspoeltjes gaat het nog wel.
Ik heb ooit deze formule gemaakt:
2
a (h+a)
k = -------------------- waarin
(s+a)(h+s+a)(2h+s+a)
k = koppelcoëfficient (tussen 0 en 1)
a = 0.45
h = lengte van één spoel uitgedrukt in 'diameters' van de spoelen
s = afstand tussen de spoelen uitgedrukt in 'diameters'
L1 L2
- +---+ +---+
d='1' | |<--s-->| | (plaatje is op zijn kant, h is 'hoogte')
- +---+ +---+
| h | | h |
Deze formule zul je verder nergens vinden, maar de resultaten komen erg goed overeen met die van een grafiek die ik laast in het Radiotron Designers Handbook vond.
Waarden tussen de 0,01 en 0,2 zijn tamelijk normaal. Dat komt goed uit, want Q waarden tussen 5 en 100 zijn ook heel gewoon.
Voor de duidelijkheid een voorbeeld: als de diameter 7mm is, en de lengte van de spoelen 14mm en de tussenruimte 21mm, dan moet je voor h dus 2 invullen, en voor s vul je 3 in. k wordt dan 0,0035. (Maar dan zitten de spoelen ook vrij ver uit elkaar.)
Als je de twee spoeltjes samen op één kern wikkelt wordt de k groter (doordat de krachtlijnen dan 'minder uitwaaieren'), maar ik weet geen handige manier om meteen te zeggen hoeveel. Maar omdat je de boel - als je zou gaan bouwen - toch moet nameten, merk je dat snel genoeg bij het inregelen, waarbij je de spoeltjes op de goede afstand schuift.
----
@Fred101: Zo te zien gaat dat allemaal goed. Inderdaad, als je de DC instelling van punt tot punt bekijkt, steeds met een andere instelling, dan kun je daaruit de signaalwaarden afleiden.
Simetrix berekent bij de DC instelling, en ook bij de Transient, de werkelijke waarden van spanning tot spanning, resp. van tijd tot tijd.
Bij de AC anlysis berekent Simetrix ook weer eerst de DC instellingen, en vervolgens het effect van kleine schommelingen daarin. Die 'schommelingen' (dat zijn dus de wisselstroomwaarden van het schema) gebruikt hij vervolgens voor de verdere AC analyse.
Je kunt dus in de AC analyse een diode met 1mA in geleiding brengen, en vervolgens de bron zo groot maken dat er 1A wisselstroom doorheen gaat lopen.
Sommigen noemen dat een fout in de simulatie, en zien dat als bewijs dat ALLE simulaties DUS ALTIJD bagger zijn. Dat lijkt mij onterecht. Volgens mij kiezen zij dan de verkeerde soort simulatie. 
De AC analyse is een prachtig gereedschap om heel snel ingewikkelde dingen te berekenen. Maar bij grote signalen, waarvan de kenner (wij dus!) weet dat hij rekening moet gaan houden met de 'kromheid' van de halfgeleiders, mag je de AC analyse zo niet toepassen.
Dan moet je de Transient gebruiken, of punt-voor-punt DC berekenen en dan daar weer een Performance plot van maken.
Ik geloof toch dat je dit wel in de gaten hebt; ik liet me even misleiden door je vorige post. 
fred101
Golden Member
www.pa4tim.nl, www.schneiderelectronicsrepair.nl, Reparatie van meet- en calibratie apparatuur en maritieme en industriele PCBs
Ik gebruik meestal transient met een signaalgenerator als source. Dan kan ik het sigmaal precies zo instellen als in het echt. Verder de currend in wire, voltage en power in device probe.
DC analyse functie heb ik eigenlijk nog nooit gebruikt. AC analyse gebruik ik wel regelmatig maar meestal op passieve netwerken en dan misbruik ik het om return loss te meten, je weet wel twee ac bronnen parallel. Een met een 50 ohm weerstand en dubbele spanning, de tweede met een 1GOhm tussen source en aarde en daar een fixed dB probe op. Dan kan ik de return loss meten. Maar inderdaad, bij versterkers enz moet je de bron wel even redelijk instellen anders krijg je hele rare resultaten. Uiteindelijk eindig ik dan met een trancient en de gevonden instellingen als controlle.
Ik had nog plaatjes beloofd van het 'uitkleden' van een FS. De afbeelding is een beetje groot, maar hopelijk gaat het.
- Dit is de traditionele FS van het leerboek (R3 is alleeen een 'meetweerstandje' van nul ohm voor de sim). De primaire spanning staat in fase op de secundaire kring, en de secundaire spanning (90° uit fase in resonantie, dus 'kwadratuur') wordt opgeteld (naar Uu+) en afgetrokken (Uu-). In resonantie zijn Uu+ en Uu- even groot (en beide positief!), en het verschil dus nul. Onder resonantie wordt Uu+ groter dan Uu-, boven resonantie andersom.
- Door via een condensator, C7, te koppelen kunnen we het DC (en laagfrequent) referentiepunt anders kiezen. Het is praktisch om hier de massa onderaan aan te sluiten, zodat de LF uitgang maar één punt wordt t.o.v. massa.
De lekweerstanden R6 en R10 kunnen ook zo aangesloten worden, en dit spaart weer een afvlakcondensator uit. - De primaire spanning hoeft niet op een aftakking van de secundaire spoel gezet te worden; het kan net zo goed op een aftakking van de secundaire capaciteit. Zo kun je een simpeler spoelenstel wikkelen. En C7 is ook weer overbodig.

- De kwadratuurspanning hoeft niet door zwakke magnetische koppeling, inductief, overgebracht te worden; het kan ook door zwakke elektrische koppeling, dus capacitief, hier door C17. Je denkt nu vast: dat kan niet, want onderaan C17 is de HF spanning nul. Dat is zo, maar ten opzichte van het midden van de kring staat hier wèl spanning.
De spoelen zijn hier dus NIET gekoppeld; het zijn losse kringen geworden. - Als er toch geen magnetische koppeling meer is, hebben we de eerste kring ook eigenlijk helemaal niet nodig; hij kan weggelaten worden.
Deze simpele FM-discriminator heet de Weiss discriminator.
goed, ik heb ondertussen ook niet stil gezeten. Heb alle eerdergenoemde boeken in bezit.
Ontvangers: Leuk boekje met veel theoretische en praktische informatie, op sommige punten wel wat verouderd.
Secrets of RF design: Echt een naslagwerk, van alles wordt de basis behandeld en veel praktische vragen worden beantwoord.
Experimental methods in RF design: Dit boek is bijna een vervolg te noemen op Secrets of RF design, op alle onderwerpen wordt dieper ingegaan, maar de basis wordt niet heel uitgebreid behandeld, dit wordt beschouwd als benodigde voorkennis. Verder net als Secrets of RF design erg informatief.
VHF/UHF handbook: niet wat ik er van verwacht had, verder een heel interessant boekje. Het gaat meer over het zendamateurwereldje dan over theoretische informatie over filters transistoren etc. Wel worden de antennes heel uitgebreid behandeld.
Nu ik de theorie snap hoeft het voor mij niet allemaal zo met losse torretjes enzo. Daarom heb ik dit bedacht:
Opmerking: de TBA120 is niet bedoeld voor 10,7MHz maar zou wel moeten werken. De gain is ook niet voor 10,7MHz gespecificeerd maar op 5,5MHz doet hij 68dB.
Op 12 augustus 2010 11:31:54 schreef Capt501:
...
Aanpassing Ant op RX, kan je gewoon met bandfilters doen.
Spoeltje met een aftakking is voldoende om een 50 of 75 punt te vinden
...
Wat voor type filter kan ik het beste voor de preselector gebruiken? Hij moet dus filteren en ook impedantieaanpassing tussen (spriet)antenne en RF-versterker doen.