Projectje: 723 voeding gebaseerd op Radio Bulletin voeding

Jep, zekeren is belangrijk. Ik heb ooit een ringkern door een kunststoffen kastje zien zakken ..

Primair en elke inkomende wikkeling krijgt een zekering.

Hi Sine,

Netjes opgebouwd!

Kruimel en anderen, de 723 regelaar blijft leuk, vooral omdat het ook mensen aanzet om het een en ander te verbeteren.
Dus ik lees altijd graag manieren om de stroom begrenzing wat beter te maken.

Waar ik uit ervaring van dagelijks gebruik van voedingen uit mijn meetomgeving ik eigenlijk geen hele mooie stroom begrenzing nodig heb.

Deze week een triple voeding van HP weer goed werkbaar gemaakt, het onderhoud viel uiteindelijk mee, laters meer hierover.
Deze voeding heeft voor de regelbare 6V uitgang een Foldback regeling en voor de +-20V een vast ingestelde stroom.

En zo heb ik nog een andere HP triple voeding met een iets ander stroom bereik maar ook geen instelbare stroom begrensing.
Dus in hoeverre is het nodig dat je de stroom heel stabiel begrenst, meestal maar weinig, tenminste in mijn omgeving.
En ja, ik gebruik ook precies instelbare LAB voedingen heel regelmatig.

Kom ik weer even terug op de LAB voeding van HP die ik deze week gereviseerd heb, ook al zou deze een regelbare stroominstelling hebben,
Je hebt dan nog geen controle over de piekstroom die er kan lopen, even uit mijn hoofd, 1200uF over de 6V uitgang van deze voeding.
Die bepaald de piekstroom bij calamiteiten en dat geld trouwens voor bijna iedere LAB voeding.
Wat ik bij moderne voedingen die op mijn werkbank staat varieert de condensator over de uitgang tussen 150uF en 800uF voor de modellen die wat meer stroom kunne leveren.

En ja, het is mogelijk een voeding te maken voor het meeste LAB gebruik die maar 25 a 50uF per ampère uitgang stroom heeft.
Fabrikanten kiezen meestal een veilige marge en voor de BOM kosten, dus daarom zijn de condensatoren over de uitgang vaak groter dan meestal nodig.

Het is lastig zowel de U loop en de I loop stabiel te houden vooral als de versterkers voor deze loops veel gain hebben en de opamps met weinig Fase Margin en trage power transistoren.
Het vergt veel testen om de overgang van CV naar CC mooi te laten verlopen bij verschillende belastingen.

Behalve de dood gecompenseerde voedingen zijn er weinig voedingen die altijd zoals gewenst reageren.
Accu's laden, motoren en allerlij andere inductieve belastingen maakt het de U en de I loop lastig.

Geen enkele voeding voldoet aan het "One Size Fits All"

Werk je met zeg 1,5, 3V en 5V met onderdelen die erg kostbaar zijn, dan zal je een LAB voeding moeten hebben die geen enkele aberratie heeft bij het in en uit schakelen, dus geen spanning pieken, en dus ook niet als je van de CC naar de CV gaat.

Bij elkaar is zo'n "simpel" apparaat zoals een LAB voeding aardig complex in zijn gedrag in de praktijk.
De 723 heeft een enkele BE overgang die de stroom meet en dan de sturing voor de power sectie weg trekt.
Omdat daar weinig gain in zit, treed daar bijna nooit generatie verschijnselen op.

Ga je de gain in de stroomloop verbeteren, dan is de kans groot dan de compensatie condensator,
die normaal rond de 1000pF is als goed opgebouwd, vergroot moeten worden tot 4700pF om de I loop stabiel te krijgen.
Hierdoor wordt de reactie tijd als de voeding een dynamische belasting ziet slechter, het kost aardig wat meetwerk hier een goede afweging in te vinden.

Een 723 als referentie te gebruiken voor een LAB voeding die verder met opamp's werkt, kan natuurlijk zie het Elektuur schema,
maar er zijn nu al zoveel mooie spanning referenties te koop, die beter zijn dan de referentie in de 723 regelaar.
Die 723 is trouwens voor de meeste fabrikanten niet meer de echte 723 is, de referentie is vaak anders opgebouwd.
Zowel in ruis, en stabiliteit van de referentie zitten er vrij grote verschillen tussen de fabrikanten en zelfs bij de TI modellen zelf en die van ST.

Experimenteren met een 723, doe dat vooral en je leert erg veel over fase marge, ruis en stabiliteit in elektronica.
Iets anders bij de 723 plaatsen in een 723 om de stroomloop beter te maken, altijd doen, en dan zorgen dat het beter is dan de basis BE spanning wat temperatuur gevoeligheid betreft en een mooier regelbereik om de stroom in te stellen is naar mijn menig een goed streven.

Groet,
Bram

Ha blackdog,

Het is me inderdaad duidelijk (geworden) dat het stabiliseren van de spanning- en stroomregeling nogal wat testen vergt, maar voor mijn gevoel is dat in die 24V voeding (die uiteindelijk een 0-30V/4,4A voeding werd) best goed gelukt. De responsie was best snel (ordegrootte 20µs voor beide stroom- en spanningsregeling, later zelfs nog iets sneller) zonder uitgangselco, maar er was wat spannings-overshoot (maar geen stroomovershoot). Door ongerelateerde keuzes en een drukbevolkte print werd het lastig om veel verder te experimenteren. In elk geval zal ik jou (en allen die meelezen) op de hoogte houden van de resultaten die ik met deze 723 behaal! :)

@Sine: Kudo's voor de bijzonder nette opbouw, dat niveau heb ik hier nog niet bereikt... _/-\o_

Wat is nu mijn plan? Ik was hier 2,5 jaar geleden al mee bezig geweest, maar toen kruisden een paar gebeurtenissen mijn pad en ben ik met het project gestopt. Ik heb toen een klein SMD printje ontworpen met de stroomspiegels (die je tegenwoordig alleen in SMD kan krijgen) en de andere componenten die weinig warmte genereerden, waaronder de SMD versie van de 723:

Het schema van deze print is als volgt:

20231121edit: (let op: pin nummers 4 en 5 zijn hier per ongeluk verwisseld, de print zelf klopt wel want die is gemaakt met een ander schema-symbool zonder grafische elementen).

Hier staan de componenten op voor de spanningsregeling, de stroomregeling en voor de stroombron om als belasting te dienen (die ook gebruik maakt van de referentiespanning van de 723). Ik heb het bordje zo ontworpen dat het makkelijk in een TH bord geïmplementeerd kon worden waar dan op enige afstand de componenten zouden staan die warmte genereren. Het schema is nu wat lastig te begrijpen omdat er een hoop componenten gewoon ontbreken, daarom had ik het concept-overzicht eerder gemaakt. De 723 en de stroomspiegels blijven op dit aparte bordje koeler en geven dan hopelijk minder instabiliteit. Het bordje had ik al af en besteld en ziet er in werkelijkheid zo uit:

Dit bordje kan dan met een haakse header op een andere PCB worden gesoldeerd als een SIL chip zoals je die vroeger nog weleens zag. De achterkant is leeg. Eerst dacht ik dat ik de schakeling zou bouwen op een breadboard, maar dat vond ik uiteindelijk toch niet heel handig en het eerste printje is toen (volledig bestukt) in de onafgemaakte projectenbak terecht gekomen. Hij is maar 22x30mm, en hem in de hand hebbende voelt het alsof ik hem beter in dunner materiaal (1,0 ipv 1,6mm) had kunnen laten maken.

Eén van de dingen die ik had geïmplementeerd, maar niet heb getoond in het concept is dat ik de voedingsspanning wilde voorregelen met een LM317 die beide de voedingsspanning voor het IC levert en een bijdrage doet aan de stroom van de referentiespanning. De concepttekening wordt dan zo:

De regelaar zorgt voor een gestabiliseerde spanning op ongeveer 3,9V hoger dan de referentiespanning van het IC en levert een kleine stroom (~5,6mA) naar de referentiespanning die in dit geval belast wordt met een potmeter van 1kΩ (~7mA). Beide zorgen voor een vermindering van de warmteproductie op de chip waardoor de spanning stabieler zou moeten worden. De lagere waarde van de potmeter zorgt vervolgens voor minder non-lineariteit door de belasting van de loper van de potmeter (wat een theoretisch probleem is in het originele ontwerp).

Ik bedacht me achteraf dat ik beter D3 kon toevoegen omdat ik de potmeter waarschijnlijk met een connector zal aansluiten. De referentiespanning kan dan niet onbeperkt omhoog worden getrokken als hij eens ingeschakeld wordt zonder de 7mA belasting op de referentiespanning. Die staat dus nu op de concepttekening erbij. Een ander ding dat ik in het concept (nog) niet heb verwerkt is de actieve stroombron om de uitgangsspanning omlaag te trekken zonder hulpspanning. Die staat wel op dit printje, maar vereist een externe MOSFET om als stroombron te dienen. De werking hiervan is gelijk aan de 24V voeding die ik al een paar keer eerder noemde.

Mooi werk.

Ben benieuwd naar het finale Prototype.

Hi Kruimel, :-)

Ik heb een paar vragen waarom je voor bepaalde waarde in het schema hebt gekozen.
Het gaat dan om de basis weerstanden van Q3 en Q4, de waarde van deze weerstanden zijn erg laag t.o.v. wat vaak voldoende is.

De 3,3Ω van Q4 pas bij 180mA gaat mee helpen.
De 22Ω van Q3 zorgt er voor dat de transistor pas gaat geleiden bij ruim 27mA door Q2, welke daardoor aardig wat moet dissiperen.

De enige rede die ik nu kan bedenkel is dat je de extra loopgain wil beperken die jouw uitgang configuratie oplevert.
Maar ruim 27 mA voor Q2 is wel erg zwaar voor deze transistor wat dissipatie betreft.

Laten we de hFE van de TIP35c een op 80 stellen, bij 2-Ampere uitgangstroom heeft de basis 25mA nodig.
Voor de BD242 nemen we ook 80x voor de hFE dan is uiteindelijk aan echte basis sturing 0,3mA nodig.

Daar komt natuurlijk de stroom bij die loopt door de BEweerstanden die nodig zijn om de lading van de basis snel genoeg weg te trekken.
De waarden die jij daar voor hebt gekozen zorgen er voor dat Q2 het lekker warm zal krijgen.
Dus behalve beperking van de extra gain in het stukje Q2, Q3 en Q4 kan ik niet beredeneren waarom je voor deze componenten waarde hebt gekozen.

Nou... misschien nog één rede, het maskeren van de stroom door R11 en R12 bij het varieren van de uitgang spanning.

Groet,
Bram

In de situatie dat Q2 (nagenoeg) volledig in geleiding mocht komen dan wordt Ic van Q2 ca. 500mA terwijl Icmax 100mA is voor de BC550C.

Het is me niet duidelijk hoe je aan dat (onjuiste) getal komt. In elk geval zal er dan ook iets anders mis moeten zijn dat het ooit zo ver komt, want dat betekent dat 0,5A door de basis van Q3 niet leidt tot het hoger worden van de uitgangsspanning. Dan is er toch al wel wat stuk zou ik zeggen.

@Blackdog, de reden dat ik lage weerstanden heb gekozen is het feit dat het in het bijzonder voor Q2 belangrijk is dat de Miller capaciteiten van Q2 en Q3 niet terugkoppelen naar het IC, dat niet zo veel stroom levert. Als de staande stroom nu groot is zal de impendantie van dit punt kleiner zijn en wordt de fasedraaiing pas op hogere frequenties een probleem. Ik vind het geen probleem dat de drivertransistor de eerste 180mA moet leveren, dat vermindert de versterkingsfactor en vergroot de stabiliteit bij lage stromen. Mijn plan was de actieve stroombron in te stellen op een stroom onder die 180mA zodat ik in die regio minder problemen heb met stabiliteit. Ik weet niet zeker of dit werkt, maar op zich kan het geen kwaad omdat de BD242 nog best veel vermogen kan hebben voor het een probleem wordt. In deze opzet zou hij bij 2A ongeveer 1/10 van de dissipatie te verwerken krijgen, wat in mijn optiek geen probleem is.

De keuze voor 33Ω kan ik me niet herinneren. Dat stond zo op mijn originele schema van een paar jaar terug, en ik heb geen idee waarom. Misschien een typo, want het is inderdaad erg laag. Met bijna 1W zal die BC550 niet heel blij zijn, ik denk dat ik eerst een BD139 gepland had, al heb ik daar geen schema bij gevonden. Ik speelde wel met het plan deze verbinding te 'bootstrappen' door het toevoegen van een tweede transistor die de spanningswisselingen op de collector minimaliseert. Dat zou er dan zo uitzien:

20231121edit: (let op: pin nummers 4 en 5 zijn hier per ongeluk verwisseld)

Nu is de spanning op de collector van Q2 relatief laag (~6,5V, komt neer op een veel redelijker 0,2W) en stabiel (al zal Q5 dan wel een BD139 moeten worden zie ik nu). Dat zorgt ervoor dat er geen terugkoppeling is van de uitgangsspanning naar de aansturing (de stroom door de Miller-capaciteit van Q3 en Q5 wordt kortgesloten naar de referentiespanning) en dan wordt alles in theorie stabieler. Van deze toevoegingen heb ik af gezien omdat het complexiteit toevoegt (wat nu juist niet mijn doel was hier) en omdat ik eigenlijk niet weet of het überhaupt een issue is. In mijn originele planning waren de driver en eindtransistor ook een stuk sneller, want toen had ik daar een MJF15031 (fT=30MHz) en een 2SD2052 (fT=20MHz) staan. Voor het proto begin ik echter met tragere transistoren en kijk wel of ik later nog ga versnellen. Ik vermoed dat het lastig gaat worden om effectief met snellere transistoren te werken. De capaciteiten zijn waarschijnlijk vergelijkbaar of zelfs groter, en met de BD911 en TIP35C combi in de 24V voeding heb ik al voldoende hoge snelheden kunnen halen. De vermogenstransistoren in die schakeling zaten aan best lange draden, dus ik denk dat ik daar uiteindelijk wel tegen een muur was gelopen, maar hier kan ik alles waarschijnlijk iets compacter houden, mede ook omdat er maar één in plaats van 4 eindtransistoren in de uitgangstrap zijn. Als het echt sneller moet dan zal ik misschien wat dieper in een paar meetmethoden moeten duiken, maar dat is wat mij betreft iets voor de (verre) toekomst.

Op 2 november 2023 15:01:43 schreef Kruimel:
Het is me niet duidelijk hoe je aan dat (onjuiste) getal komt. In elk geval zal er dan ook iets anders mis moeten zijn dat het ooit zo ver komt, want dat betekent dat 0,5A door de basis van Q3 niet leidt tot het hoger worden van de uitgangsspanning. Dan is er toch al wel wat stuk zou ik zeggen.

Die stroom zal eerder door R5 lopen dan via de basis van Q3.
Vandaar waarschijnlijk de opmerkingen.
Edit: O nee, daar staat max. 0,7V over. Trapte er ook even in...

Ja maar bij 0,5A staat er wel 11V over de BE van Q3, dus dan is er ook iets mis toch? <- Dat had je al door zie ik. In elk geval valt er wel wat voor te zeggen om de stroom uit het IC of door Q2 te minimaliseren, maar op pin 9 van het IC kan intern niet veel hoger worden getrokken dan UC-2-6,2≈3V. Dan hebben we het dus over een stroom van 65mA door Q2, wat nog best overzichtelijk is (maar de BC550 niet heel lang zal overleven door de warmte-ontwikkeling van ~2W). Ik laat het nu even zoals het is en ga later eens nadenken over het bestendig maken van de schakeling voor de uitval van componenten (want dat is wat we dan aan het doen zijn). De 33Ω weerstand zal ik in elk geval aanpassen, want dat is sowieso te laag.

Even een praktische opmerking:

(Ik ben nl een resultaat gericht iemand).

De LM723 of uA723 die worden aangeboden zijn soms FAKES.

zie bv

https://www.richis-lab.de/LM723_06.htm

Hoe kunnen wij nu weten of we met 'the Real Thing' te maken hebben?

Jouw schakeling kan nog zo goed zijn, maar als je Fakes hebt gekocht, is alle moeite tevergeefs geweest.

Overigens geeft die link een mooie uitleg over de werking van dit LM723 IC.

Op 2 november 2023 17:18:43 schreef redguuz:
Even een praktische opmerking:

Overigens geeft die link een mooie uitleg over de werking van dit LM723 IC.

https://drive.google.com/file/d/1_aYBPzB5lNCC7u23Zz-O6Vm7q_HNttv6/view…

Hier een Fake ST LM723 vergeleken met een echte ST LM723.
Het feit dat iemand nog oude LM723 's heeft, is dus helaas geen garantie voor echtheid:

Het zou ook "een oude Fake" kunnen zijn >:)

Het zou kunnen dat ik hier nepcomponenten heb, al ben ik er niet superbang voor omdat er nog nieuwe exemplaren van de 723 zijn die via reguliere kanalen voor weinig geld worden aangeboden. Het is nu eenmaal niet zo een duur component, dus vervalsen loont niet snel. Mijn TH voorraad is gemarkeerd met TI:

Bovendien heb ik er nog eentje in mijn 24V voeding. Dat was een stuk oudere waarvan ik het idee heb dat ik die ruim voor de grootschalige grijze import heb gekocht, daar kan ik het resultaat nog altijd mee vergelijken want die werkt in elk geval en zit in een voetje:

De andere komen denk ik van de Baco, waar ik tot nu toe nog geen probleemcomponenten vandaan heb. Als het problemen geeft zullen jullie dat zeker horen, al vrees ik er niet heel erg voor. De SMD varianten die ik heb zijn ook van TI en komen direct via TME die ik vooralsnog vertrouw als tussenpartij.

Op 2 november 2023 17:18:43 schreef redguuz:
De LM723 of uA723 die worden aangeboden zijn soms FAKES.

zie bv

https://www.richis-lab.de/LM723_06.htm

Ik zie in deze link niets terug over een fake component, hetgeen je in het artikel ziet is alleen een revisieverschil. Er zijn wel wat verschillende versies geweest en niet elk productiejaar en elke fabrikant zijn hetzelfde (staat soms ook in de datasheet). Zelf heb ik er nooit voldoende van gehad om verschillen te zien. Bovendien heb ik ook geen superstabiele of nauwkeurige meter om subtielere problemen met de referentie te kunnen opsporen. Ik heb wel een tweetal LM399's van blackdog waar ik misschien later eens mee kan vergelijken, maar dat heeft IMHO een wat lagere prio.

Op 2 november 2023 17:51:05 schreef bprosman:
[...]

https://drive.google.com/file/d/1_aYBPzB5lNCC7u23Zz-O6Vm7q_HNttv6/view…

Dank u! Die had ik nog niet. _/-\o_

Als intermezzo wil ik ook nog even iets anders proberen: de reden dat ik SMD componenten gebruik is het feit dat stroomspiegels of gematchte transistoren in TH niet heel makkelijk te krijgen zijn, en nog wel wat willen kosten. Met discrete componenten kreeg ik wel goede matching (als ik componenten uit dezelfde batch gebruikte), maar de differentiële verwarming is best duidelijk. Zo duidelijk zelfs dat als ik transistoren met de hand doormeet het uitmaakt hoe lang ik ze heb vastgehouden. Om dat probleem te ondervangen wil ik eens proberen of het mogelijk is om fatsoenlijke resultaten te halen met een zelfgemaakte discrete stroomspiegel. Je ziet mijn initiële poging met discrete transistors hier: Kruimel in "Stroombegrenzer".

Wat heb ik nu gedaan? Ik heb twee BD139 transistoren met wat koelpasta aan de koelvlakken tegen elkaar gezet (deze hadden een geïsoleerde achterkant), en tot een stroomspiegel gesoldeerd, en aan een 'pin header' met dunne pinnen gesoldeerd. De pinnen van de transistoren zelf en de bovenkant van de pinnen heb ik tussen twee stukken piepschuim geklemd en in krimpkous samengeperst. Dit is het soldeersel:

De reden dat ik de BD139 gebruik is het feit dat ik merkte dat het overgrote deel van de warmte van een TO-92 transistor zoals de BC550C via de pinnen gaat. Dat gaf problemen omdat het samen inpakken van twee van deze transistors de thermische koppeling helemaal niet zo goed helpt en de differentiële verwarming/koeling via de pinnen significant blijft tot je jezelf in bochten wringt. De BD139 zit intern op een plaatje koper dat de warmte verspreid en beter thermisch met de achterkant verbonden is. De pinnen worden vervolgens met dunne geleiders naar buiten gevoerd zodat de warmte af- en toevoer minimaal is. Dat wordt vervolgens geïsoleerd met piepschuim om thermisch minder last te hebben van de omgeving:

Deze constructie zou ik dan in een kleine voet kunnen plaatsen of direct op de print kunnen solderen en kijken of de gevoeligheid voor temperatuur acceptabel is.

Op 2 november 2023 17:18:43 schreef redguuz:
De LM723 of uA723 die worden aangeboden zijn soms FAKES.

zie bv

https://www.richis-lab.de/LM723_06.htm

Ik zie in deze link niets terug over een fake component, hetgeen je in het artikel ziet is alleen een revisieverschil.

Heb je overheengekeken, zie fotootjes:

Faelschung = vervalsing.

Zie ook andere fabrikanten van de LM723:

https://www.richis-lab.de/LM723.htm

Hij heeft ook heel mooie microscoopfoto's van andere vervalsingen, zie bv
2N3055 fakes:

https://www.richis-lab.de/2N3055_04.htm

Terug naar het oorspronkelijke topic:

Een andere Duitsers ("Wolfgang") geeft ook interessante wetenswaardigheden over de uA723:

https://electronicprojectsforfun.wordpress.com/power-supplies/a-collec…

Ook nog interessant, is de ontwikkeling van referentiespanning IC's door de 17th Shanghai Radio Factory (voor het Xi Peng Tijdperk):

https://www.richis-lab.de/REF23.htm

Ja, die Chinezen leren heel snel! Ze zijn IMHO veel slimmer dan de Amerikanen.
Die hebben nog steeds een houding van "Not Invented Here", m.a.w. Niet Belangrijk!

Chinezen luisteren altijd vol belangstelling wat jij te vertellen hebt!

Op 2 november 2023 19:59:13 schreef redguuz:
[...]

Heb je overheengekeken, zie fotootjes:

Faelschung = vervalsing.

Ik ben net zo blind als Kruimel, wamt ik kan er ook niets over vinden in het gelinkte artikel...

Waarschijnlijk bedoelde hij deze link: https://www.richis-lab.de/LM723_00.htm. Hier blijkt het een niet-ST 723 te zijn die in de behuizing zit.

In elk geval ben ik me bewust van de mogelijkheid tot vervalsingen, maar ik maak me er niet heel veel zorgen om. Het artikel toont dat het in elk geval om functioneel hetzelfde onderdeel gaat. In mijn geval is dat gunstig, want ik test alleen het werkingsprincipe. Als de referentie bijvoorbeeld slecht blijkt, dan kan ik dat foute IC gewoon uit het voetje trekken en vervangen met "goede" productie. Het is wel een gedoe als blijkt dat de chip totaal anders is, want dan zoek je jezelf een ongeluk. ;(

En hierbij nog de Application Notes (1968) van deze eerbiedwaardige Methusalem:

https://electronicprojectsforfun.files.wordpress.com/2018/08/ua723_app…

Ik ben net zo blind als Kruimel, wamt ik kan er ook niets over vinden in het gelinkte artikel...

DE website is enigszins primitief, maar hierbij

https://www.richis-lab.de/LM723_00.htm

Gelukkig gaat deze anekdote over een totaal andere voeding die gewoon niet zo ontzettend handig opgezet was. Niet elke Elektuur voeding was goed, en deze was eigenlijk gewoon een beetje slecht... Het beschreven probleem is specifiek aan dat ontwerp en is niet van toepassing op deze opzet.

Hi Kruimel,

Ik neem aan dat de oorspronkelijke fouten van de 1978 uA723 Elektuurvoeding zijn geadresseerd in de latere 1982 uA723 Elektuurvoeding.

Dit is eerder een laat excuus van Elektuur/Elektor voor hun eerdere ontwerpfout.
IMHO heeft die Rus op YouTube helemaal gelijk, maar wat eenmaal op Internet staat krijg je er niet meer van af, vandaar de (late) reaktie van Elektor.

Overigens laat het 1995 "Electron" artikel van PE1ABR zien dat mijn eerdere vraag "hoe ik een Conrad PS2403 "Idiot Proof" kon maken", nog niet zo gek was.

Vooral de "SM test", waarbij de 24V uitgang belast wordt met een inductieve last van een PL lamp is een uitstekend voorbeeld wat er nodig is, om spectaculair vuurwerk te voorkomen.
(Overigens was de Conrad PS2403 daar al in voorzien :P ).

Een compacte regelbare voeding vanaf 0 volt met een 723 en weinig componenten en geen hulpspanning.

Elektuur juli/augustus 1982 pagina 7-85 schakeling 56.