Op vrijdag 27 juni 2025 13:10:48 schreef RAAF12:
Zouden fabrikanten die 6V 50mA lampjes veel verschillende mogelijkheden hebben? Ze trekken een wolframdraad in de juiste diameter en krullen die tot een spiraaltje.
Ja, een fietslampje moet vooral tegen trillingen kunnen. het stereolampje moet vooral een bescheiden inschakelstroom hebben, zeker in combinatie met de kleine, fragile Ge torren van toen. Ik heb het ooit eens gemeten, verslag staat ergens op het transistor forum. (was denk ik in 2012..)
Op vrijdag 27 juni 2025 13:10:48 schreef RAAF12:
Zouden fabrikanten die 6V 50mA lampjes leveren veel verschillende mogelijkheden hebben? Ze trekken een wolframdraad in de juiste diameter en krullen die tot een spiraaltje.
Het opwarmingsweerstandsverloop van het Philips lampje (en voor elk ander wolfram lampje) bij een nominale aangelegde spanning (voor het Philips lampje 6V) heeft een ander verloop dan het opwarmingsweerstandsverloop bij een lagere aangelegde spanning.
De schakeling gebruikt het opwarmingsweerstandsverloop bij een veel lagere aangelegde spanning over het lampje en stabiliseerd daarop. Dit stabilisatie punt ligt niet op het opwarmingsweerstandsverloop wanneer er 6V op het lampje zou staan.
Voor de schakeling gedraagt zich het Philips lampje als een lampje met een veel lagere nominale spanning waarbij de juiste warme-weerstandswaarde wordt bereikt. Men zou dus ook een lampje kunnen gebruiken dat bij deze lagere nominale spanning een nominale lichtsterkte heeft (fel brand) mits het lampje dan dezelfde weerstandswaarde heeft als het Philips lampje op het stabilisatie punt maar, zoals maartenbakker al aangeeft, is dat niet bevorderlijk voor de levensduur van dat lampje.
Misschien doet deze schakeling het beter met een 12V, 100mA lampje. Maar ja, wat is beter? Minder vervorming of kortere bounchtijd? Dat is voor iedereen anders. Dat wordt dus allemaal uitproberen.
De verwarming van het lampje gebeurt grotendeels door de gegenereerde wisselspanning en een heel klein beetje door de gelijkstroom van Q1 (of T1)
Op vrijdag 27 juni 2025 16:51:55 schreef ohm pi:
De verwarming van het lampje gebeurt grotendeels door de gegenereerde wisselspanning en een heel klein beetje door de gelijkstroom van Q1 (of T1)
Correct.
Het Philips lampje heeft een nominaal vermogen van 300mW (6V 50mA). Om een indruk te geven van het in het Philips lampje ontwikkelde vermogen tijdens oscillatie op het stabilisatiepunt bij een bepaalde warme-weerstandwaarde hier wat getallen:
Plamp_dc = 0.0414mW (0.1034mJ)
Plamp_ac = 1.7962mW (4.4905mJ)
Plamp_acdc = 1.8376mW (4.5939mJ)
De schakeling benut (afhankelijk van de warme-weerstandwaarde) minder dan het 1/150 ste deel van het totale nominale vermogen van het Philips lampje, zo weinig.
Toch wel interessant om te zien dat het zo'n verschil maakt.
Helaas kunnen we niet in de keuken kijken van de fabrikant wat zo'n lampje anders maakt. Dingen als, zijn er verschillende soorten wolfram, wat is de dikte en lengte van gloeispiraal, spoed van spiraal, brand het lampje op onder resp. overspanning.
https://sound-au.com/project179.htm
Hier wordt de beroemde R53 thermistor vervangen door een lampje, hij moet zowel het hele circuit omgooien om het goed werkend te krijgen.
Mer een duidelijke uitleg hoe het lampje werkt in zo'n oscillator.
[Bericht gewijzigd door RAAF12 op (16%)]
die doet het ook met het Philips lampje
Wat 'zit er in' het LTSpice-lampje? Kun je daarvan een netlist laten zien (of een schemaatje)?
Toen de thread begon heb ik eens zelf een lampje 'samengesteld' in de sim.
Het ziet er erger uit dan het is. ARB1 berekent uit U×I het vermogen. Dit vermogen gaat als 'warmtestroom' in de warmtecapaciteit C1 van de gloeidraad en de rest van de lamp. Weerstand R1 is de warmteweerstand naar de omgeving1.
De spanning T stelt zo de temperatuur voor. V2 is de omgevingstemperatuur, bijvoorbeeld 300 K.
ARB2 neemt de temperatuur, bepaalt hieruit de weerstand van de gloeidraad2, en daaruit en uit V1 de opgenomen stroom.
De formules zien er zo uit omdat ik alles universeel wilde houden.
Unom= nominale brandspanning (bijv. 6 V); Inom= nominale brandstroom (bijv. 50 mA); Tnom= nominale brandtemperatuur (bijv. 2700 K); Tamb= omgevingstemperatuur (bijv. 300 K); tau= tijdconstante van de lamp, bij mij even benaderd door 0,06 × Inom0,54.
Het linker gedeelte mag 'zweven' (hoeft niet aan massa), zodat het model overal in een schakeling gebruikt kan worden. Voor de rechterkant (de warmtekant) was dat niet nodig; daaraan hangt verder nooit iets in de schakeling, al kun je wel de temperatuur T proben als je dat leuk vindt.
Dit model heb ik als module in een schemasymbool van een lampje gestopt, maar dat is hier niet van belang.
En that's it. Een 6V-puls van 0,1 seconde op het 6V/0,3W-lampje levert dit plaatje op:
En in de oscillator-tegenkoppeling werkt het ook.
--
1Met ingewikkelder RC-combinaties kun je het warmtegedrag van de lamp beter benaderen, maar dat vond ik voor het principe niet nodig.
2Uitgaande van een constante temperatuurscoëfficiënt. Voor een betere benadering kan een ingewikkelder formule worden toegepast.
Kun je je 6V/50mA lampmodel eens simuleren in de Philips oscillator (zoals getekend in onderstaande afbeelding) op de plek van het lampje en bepalen welke warme-weerstandswaarde je lampmodel heeft bij een gestabiliseerde oscillator uitgangsspanning van exact 1Vt met R13 (de instelpotmeter in de Philips oscillator) op de middenstand 110 Ohm?
Neem voor RC van de Wienbrug 1k8 en 3,9nF (geeft ongeveer 22,6kHz) om de simulatie resultaten eens te kunnen vergelijken met die van mij. Neem voor Q3 een BD135 of ander soortgelijk type (een 2N3055 doet het ook.)
De DC-instelling is heel vreemd, zo zonder DC-tegenkoppeling. Met iedere nieuwe beta zou je opnieuw moeten gaan zoeken naar de juiste instelling.
Ik geloof bijna niet dat het schema inderdaad zo is...
Ik heb voor de voedings-serieweerstand de 39 ohm uit het schema aangehouden. Met 25 V krijg je dan voldoende ruststroom in de uitgangstransistor om - zonder clippen in de negatieve helft! - 1 V piek (2 Vpp) te krijgen, niet alleen op de emitterweerstand van 470 en de potmeter van 220 ohm, maar vooral op het circuit naar het lampje, dat veel laagohmiger is.
De frequentie is hier niet 23, maar 2,3 kHz - zo kon ik de staptijd wat langer nemen bij het rommelen. Een run op 23 kHz zag er daarna hetzelfde uit.
Met een tijdconstante volgens de vuistregel (0,06 × Inom^0,54) (ongeveer 11 ms) voor het lampje stabiliseert de uitgang zich onmiddellijk, snel en goed gedempt, naar 1 V als ik voor de potmeter (bij mij R10, sorry) ca. 37 ohm neem.
Om toch wát te zien, heb ik de tijdconstante eens verviervoudigd, en dat levert het 'graph' plaatje hieronder op.
Blauw= vermogen in lampje (met in olijf de gemiddelde waarde ingetekend), groen= temperatuur van gloeidraad, rood= uitgangsspanning.
Het derde plaatje is een detail van 'graph'. Leuk om te zien hoe het vermogen in het lampje in de ene helft van de sinus iets meer is (omdat dan de gelijkstroom meewerkt) dan in de andere helft (de gelijkstroom werkt tegen).
De vervorming, zover daarvan wat te zeggen valt, is in de orde van 0,1 %.
Nogmaals, met een Tau van 11 ms is er van bouncen niets te zien. Maar dat is saai. 
--
Wat 'zit er in' het LTSpice-lampje? Kun je daarvan een netlist laten zien (of een schemaatje)?
Op zondag 29 juni 2025 21:43:50 schreef Frederick E. Terman:
De DC-instelling is heel vreemd, zo zonder DC-tegenkoppeling. Met iedere nieuwe beta zou je opnieuw moeten gaan zoeken naar de juiste instelling.
Ik geloof bijna niet dat het schema inderdaad zo is...Ik heb voor de voedings-serieweerstand de 39 ohm uit het schema aangehouden.
Ik heb zo het donkerbruine vermoeden dat de impedantie van de transformator van de NL6832 niet geheel verwaarloosbaar is.
Maar ja, op enig moment waren die transformatoren op en heeft Philips de NL5132 met een andere transformator en een 220Ω ipv een 39Ω weerstand op de markt gebracht.
De DC instelling is zelf-biasing door R19 van 220 Ohm in serie met de voedingspanning (vergelijkbaar met een zenerdiode die wordt gebiased met een serieweerstand). De impedantie van de trafo doet er niet toe. (Zie het originele Philips schema voor R19, in mijn schema is dat per abuis R5 geworden).
De DC instelling ligt vast volgens de voor transistoren gebruikelijke formules van het Ebers-Moll model. Philips heeft daar goed aan gerekend. Het Philips schema werkt zoals het getekend is daar is geen twijfel over mogelijk.
Voor wat betreft de simulatie van Frederick, jammer dat je het circuit hebt moeten aanpassen om het werkend te krijgen, je 6V 50mA lampmodel bereikt namelijk niet de juiste warme-weerstandswaarde wanneer de instelpotmeter op 110 Ohm staat. Sterker nog, je kunt draaien aan de instelpotmeter maar je krijgt met jouw lampmodel het niet aan de praat zoals Philips het bedacht en berekend heeft met een echt 6V 50mA lampje.