Op 19 oktober 2009 08:47:04 schreef dawmast:
Ik denk dat als ik i.p.v. een BC'tje een BF'je toe ga passen in de MF-versterker dat die dan veel minder snel gaat oscilleren. Omdat de collector-baiscapaciteit bij een HF-tor kleiner is dan bij een BC'tje en omdat een HF-tor ook wat minder versterkt.

BF494 en BF495 zijn daarvoor veel gebruikt.

Ik denk juist dat een HF transistor op HF méér versterking overhoudt dan een LF tor. Dat hij beter te temmen is, is alleen doordat zijn overige eigenschappen dat gemakkelijker maken - zoals inderdaad de kleinere parasitaire capaciteiten.

Neutrodynisatie is NIET hetzelfde als tegenkoppeling in LF versterkers.
Het getuigt van slecht vakmanschap als een LF versterker gaat oscilleren als je de tegenkoppeling wegneemt.

Bij HF ligt dat anders. Kijk maar eens naar de schakeling van een ouderwetse buizen-HF-trap: de neutrodynecondensator zit zó geschakeld, dat dit bij een LF schakeling juist méékoppeling zou geven! Zou je hem weglaten, dan kan de trap aan de haal gaan door de Cag - dezelfde capaciteit die op LF juist tegenkoppeling oplevert. Denk daar maar eens over na. :)

@Fred, kan het zijn dat je twee soorten stabiliteit door elkaar haalt? Door de basisvoeding van de collectorspanning te betrekken, bereik je een verbeterde stabiliteit van de instelling.
Voor het tegengaan van oscilleren kan dit niet werken zoals jij het uitlegt. Want hoe zou de veranderde instelling, die bij oscilleren ontstaat, datzelfde oscilleren tegen kunnen gaan? ;)

FET, je hebt gelijk. Zo gebruik ik het meestal ook maar ik had er even niet bij nagedacht dat dat voor oscillaties niet werkt. Ik blijf af en toe een n00b :-)

Hier volgt nu het schema van mijn kortegolfsupertje met de detectorontvanger met ontdemping als achterzet:

http://www.uploadarchief.net/files/download/kortegolfsuperhet.gif

Via de ingangskring L1 komt de te ontvangen frequentie de mengtrap binnen, bestaande uit een caskodeschakeling van twee J-FET's T1 en T2. Als oscillator dient de dual-gate MOS-FET T3 die in de Hartley-configuratie is geschakeld. Via C7 gaat het oscillatorfrequentie naar de mengtrap. Deze oscillator is ook te gebruiken als Regeneratieve Kortegolfontvanger met MOS-FET volgens topic http://www.circuitsonline.net/forum/view/74755/1/MOs+FET. In dat geval kun je de regeneratie instellen m.b.v. P1 en P2 en wordt het signaal gedetecteerd door D1. De weerstanden R5 en R6 zorgen er voor dat de diode een voorspanning krijgt om zwakkere signalen goed kunnen te ontvangen.

Aan de uitgang van de mengtrap verschijnt het verschilfrequentie tussen de ingangs- en de oscillatorfrequentie. De verschilfrequentie bedraagt ongeveer 900 kHz. De verschilfrequentie wordt d.m.v. L3 en C8 uitgefilterd en versterkt door de middenfrequentversterker met T4. Aan de uitgang daarvan wordt het middenfrequentsignaal nog verder gefilterd d.m.v. L4 en C12. Voordat het signaal naar de detector gaat, wordt het gebufferd door de emittervolger T5, dit om variaties van de ingangsimpedantie van de achterzetontvanger te elimineren. D.m.v. P3 kun je de signaalsterkte regelen om oversturing van de achterzetontvanger te voorkomen.

De achterzetontvanger bestaande o.a. uit L6, C19 en D2 en D3 detectert het middenfrequentsignaal. C15 zorgt voor een optimale koppeling van de detectorkring bestaande uit D2, D3, C20 en R12 aan de kring L6 en C19. Om zwakkere zenders goed te kunnen ontvangen en voor extra selectiviteit dient de ontdempingsschakeling met T6 en T7. Met P4 kun je de regeneratie instellen.

Aan de uitgang van de detector verschijnt het laagfrequentsignaal.

Grappig, zo groeit je ontvangertje steeds verder. Wat wordt het volgende, een 'echte' SSB detector?

Je zou nog wat ontkoppelcondensatoren aan kunnen brengen, zoals bv. op poot 5 van L3, en 1 van L4. Nu moeten de kringstromen helemaal, en samen, door de voeding (C9).

Zeer fraai Dawmast! :-)
Behalve de zinnige opmerking van FET nog het volgende:

Extra mogelijkheden:

- Draai de diode in de oscillator om en gebruik de negatieve spanning om de amplitude van je oscillator te stabiliseren middels G2 van de mosfet.

-- Probeer een AVR te maken door een stroomgestuurde diode verzwakker aan de ingang van de ontvanger op te nemen. Filter het gelijkgerichte MF signaal en stop het in een emmitervolger welke een stroom door een diode(s) laat lopen ...

@Rd12tf:

- Draai de diode in de oscillator om en gebruik de negatieve spanning om de amplitude van je oscillator te stabiliseren middels G2 van de mosfet.

Dat kun je ook doen door tussen G2 van de MOS-FET en de massa een diode te plaatsen waarbij de cathode aan massa ligt en de anode aan G2.

Nee, dat is niet juist. Daarmee beperk je de steilheid van de mosfet tijdens de positieve toppen van het oscillator signaal, als op G2 tenminste een signaal zou staan ... Diode moet dan wel andersom, er moet een negatieve spanning op de gate komen. Volgens een zekere U.Rhode (bekende naam ...) zou deze diode meer ruis veroorzaken, anderen twijfelen daaraan ...

Wat ik bedoel is een regellus maken, als de oscillator harder piept maakt de diode meer negatieve spanning en vermindert de versterking van de fet, gevolg; uitgangspanning van de oscillator stabiliseert zich, wordt zeg maar constant.

@Rd12tf:

-- Probeer een AVR te maken door een stroomgestuurde diode verzwakker aan de ingang van de ontvanger op te nemen. Filter het gelijkgerichte MF signaal en stop het in een emmitervolger welke een stroom door een diode(s) laat lopen ...

Ik had al geprobeerd om een AVR volgens onderstaande schema toe te passen, maar dat werkte helaas niet. Hoe kan dat? Als D4 en D5 nam ik een germaniumdiode met een drempelspanning van 0,3V en voor C29 nam ik een elco van zo'n 22uF.

Schema:
http://www.uploadarchief.net/files/download/avr.gif

Wat is de spanning over C29? Dat is je probleem, de diodes geleiden al door de bias weerstanden van de transistor en er is een behoorlijke hoeveelheid HF nodig om ze nog te laten gelijkrichten!
Tevens is dit een verkeerde manier van AVR toepassen; je transistor gaat weliswaar minder versterken door de bias te verminderen maar ook meer vervormen met alle intermodulatie vervorming gevaren van dien!
Voor een eenvoudige ontvanger kan het echter wel, maar neem dan een FET (sorry Ruud!) als versterker, die kan je mooi 'knijpen' op de gate die immers op een potentiaal van 0V staat, er kan dan ook geen stroom door je gelijkrichter lopen vanaf de versterker kant.

Een goede AVR maken is geen kattenplas ... Kost vele hoofdbrekens en geeft vaak rare (LF) oscillatie problemen.
Al ik morgen wat tijd voor je heb, teken ik de stroom gestuurde diode verzwakker.
Je vindt deze ook in de latere drukken van Frithjof's boek Ontvangers.

Stay tuned, keep up the good work!

;-)

@Rd12tf:

Tevens is dit een verkeerde manier van AVR toepassen; je transistor gaat weliswaar minder versterken door de bias te verminderen maar ook meer vervormen met alle intermodulatie vervorming gevaren van dien!

Toch wordt dat bij de standaard transistorsuperhet wel zo gedaan. Zie topic "Vraagjes over de standaard transitorsuperhet"ttp://www.circuitsonline.net/forum/view/78146. Daarin zie je in het schema de roze gekleurde AGC Line die de bias van de MF-tor vermindert bij sterke signalen. Natuurlijk zorg je ervoor dat de bias niet zodanig verminderd wordt, dat de transistor in het kromme deel van zijn karakteristiek gaat werken. Want dan krijg je meer intermodulatieproblemen.
Heeft iemand dan nog schema's uit de latere drukken van Friðþjofs boek Ontvangers?

Tja, voor 'broodkast' kwaliteit gaan echte ontvanger bouwers natuurlijk niet.
Dat een ontvanger simpel is, wil nog niet zeggen dat we op de kwaliteit moeten inboeten!

Zoals beloofd:

http://www.uploadarchief.net/files/download/diode_avr.png

Een principe dat ik voor het eerst zag in Ontvangers van Frithjof Sterrenburg.

De detector met de twee AA119 stuurt, bij aanwezigheid van voldoende HF signaal, de transistor Q1 open. Er gaat stroom lopen door de twee 1n4148 waardoor ze, redelijk lineair, in geleiding komen.
C2 wordt b.v. aangesloten op de ingang van de ontvanger.
C3 bepaalt de afval-tijd van de AVR. De detector krijgt bij voorkeur het HF signaal uit een emittervolger.

Het grote voordeel is dat de (optimale) instelling van de versterkertrappen behouden blijft.
Ik heb deze AVR met succes in diverse supers toegepast.

PS
Q1 kan meerdere verzwakkers 'voeden', meerdere trappen kunnen zo geregeld worden.

Beste Rd12tf, heel fijn bedankt voor dit schakelingetje. Ik zou de ingang van de AVR-schakeling kunnen aansluiten op de uitgang van de emittervolgerbuffertrap die zich tussen de MF-versterker en de achterzetontvanger bevindt. De uitgang van de AVR sluit ik dan aan op de antennekoppelspoel van de ingangskring. Hoe hoog moet trouwens R1 van deze AVR-schakeling wezen?

Heb je nog meer schema's uit het boek "Ontvangers" van Friðþjof Sterrenburg?

Beste Dawmast,
Met R1 kan je de karakteristiek van de AVR bepalen, de weerstand begrenst immers de stroom door de basis van de transistor. Een grotere weerstand maakt de AVR minder gevoelig, deze zal alleen nog met zeer grote signalen aan de ingang gaan regelen.

Nog een tip:
De spanning op de collector van Q1 kan je gebruiken om een S-meter aan te sturen, je kan natuurlijk ook de stroom door de diode verzwakker meten.

Je kan beter op zoek gaan naar het boek, het zou niet erg netjes zijn alle schema's + tekst hier neer te plempen!
Ik weet van Frithjof dat er nog steeds bibliotheken zijn die aan hem royalty's betalen omdat ze zijn boek in hun collectie hebben ...

Wat schrijf je Frithjof trouwens mooi! Als hij het leest is hij vast in zijn nopjes en gaat naast zijn schoenen lopen ....

;-)

Op 27 oktober 2009 17:53:03 schreef Rd12tf:
Je kan beter op zoek gaan naar het boek, het zou niet erg netjes zijn alle schema's + tekst hier neer te plempen!
Ik weet van Frithjof dat er nog steeds bibliotheken zijn die aan hem royalty's betalen omdat ze zijn boek in hun collectie hebben ...

Het boek zie je ook regelmatig op radiomarkten (zaterdag DRA, Apeldoorn).

Se nama Friðþjof is Eald Norþwegisc for þæm Ealdor Germaniscan naman Friðuþiuf ond getácnað "Se þéof þe stilþ þone frið, in Niðerlendisc "De dief die de vrede steelt."" Friðþjof is on Engliscan Friðþéof genemnod.

Se tramet "Radio" is on Engliscan Útweorp genemnod ond findeþ man under http://ang.wikipedia.org/wiki/%C5%AAt%C6%BFeorp.

Útweorp - grappig, letterlijke vertaling van: broadcast.

Op de cascodemixer bestaande uit T1 en T2 (BF245C) staat op Gate van T2 zo'n 7V, terwijl die via een weerstand van 1 MEG met de massa is verbonden.

Plaats ik een instelpotmeter van zo'n 22k tussen massa en de voedingsspanning en ik zet daarmee de spanning op de Gate van T2 op zo'n 3V, dan merk ik dat de ontvangst van de kortegolfzenders via dit supertje een stuk beter wordt, minder ruis en een betere ontvangst van de wat zwakkere signalen. Zet ik d.m.v. de potmeter de spanning op de Gate van T2 weer op zo'n 7V, dan wordt de ontvangst weer wat zwakker.

Ik weet dat door de spanning op de Gate van T2, dat je de geleiding van T2 tussen de Source en de Drain kunt variëren. Hoe komt het dan dat bij lagere spanningen op de Gate van T2 waar de oscillator op is aangesloten, de ontvangst van de kortegolfsignalen beter is dan bij hogere spanningen op de Gate van T2? Zijn er verder vuistregels hoe je zo'n cascodemengtrap optimaal kunt instellen?

Noem dat nou niet steeds cascode. Het is geen cascode, ook al teken je twee FETs boven elkaar!

Een cascode is een versterker bestaande uit een trap met gemeenschappelijke source, waarvan de drain werkt in een trap met gemeenschappelijke gate. Die gate is dus 'koud', is voor het signaal aan aarde.
Door de idioot lage ingangsweerstand van die laatste trap staat er op de drain van de eerste trap praktisch geen signaalspanning - alle signaal is stroom, zou je kunnen zeggen.
Doordat er geen signaalspanning op die eerste drain staat, heb je minder stabiliteitsproblemen.

De schakeling waar jij het over hebt is niet alleen geen versterker (die zo lineair mogelijk moet zijn) maar een mixer (die dat juist niet moet zijn); maar ook is gate van de tweede trap helemaal niet gemeenschappelijk. Hij is absoluut niet 'koud' voor het signaal, zoals dat bij een cascode wel is.

Jouw mixer heeft géén van de typische cascodeeigenschappen. Het is geen slechte mixer, maar het is gewoon geen cascode.

Ik zeg toch ook niet tegen een EL34 audio-eindtrap: dat is eigenlijk een mixer, want ik kan gewoon het schermrooster van zijn ontkoppeling losmaken en er een oscillator aanhangen? :)

Maar nu nog het antwoord op de vraag die ik stelde over hoogte van de spanning op de Gate van T2 en de daarmee samenhangende ontvangstkwaliteit.

Dat er een optimum is zal wel kloppen. Met een te hoge spanning zou T2 steeds open staan en niet schakelen in het oscillatorritme; en met een te lage spanning steeds dicht.

Omdat de oscillatorspanning geen rechthoek is maar een sinus (e: of zoiets), regel je met de voorspanning de aan/uit verhouding. Bij 3V heb je blijkbaar de optimale aan/uit verhouding gevonden.

Je zou de spanningen op de scope kunnen bekijken om te zien of je iets herkent aan de vorm; 50/50 verhouding op de drain-source verbinding misschien wel. ik weet niet wat de uitkomst daarvan zal zijn.

Doorgaans staat de gate van T2 bij zo'n schakeling, of bij een Dual Gate MOS-FET, dan ook vaak op de halve voedingsspanning ingesteld.

Dat zegt misschien nog niet veel, zolang je niet weet wat de amplitude en golfvorm van de oscillator is, op welke spanning de source staat, en wat de pinch-off spanning is.
Je zult echt per geval moeten kijken, vrees ik.