Ik heb een vraag als geïnteresseerde leek en heb het daarom hier onder de schoolvragen geplaatst.

Het betreft een vragen over het bepalen van de volgorde van de verschillende fasedraden in combinatie met de draaistroom.
Indien ik de vragen over verschillende discussies moet verdelen hoor ik het graag.

Ik weet dat er drie fase bestaan genoemd, L1, L2 en L3 en dat er sprake is van een faseverdraaiing waardoor de verschillende fasen achtereen volgens “leveren”.
Ik stel mij dan hierbij voor L1, L2, L3, L1, L2, L3, L1, L2 etc.
1)Je doet deze test om L1, L2 en L3, te bepalen maar
Is er nu daadwerkelijk sprake van volgorde van een eerste, een tweede en een derde?
Het kan toch ook L3, L1, L2 zijn? Zie bovenstaande reeks.

Nu kun je met verschillende testers de volgorde van L bepalen: L1, L2 en L3, sommige testers zoals bv een Duspol doet dat met twee meetpennen, andere (bv Voltcraft) met drie.
Nu staat er een instructief filmpje van Chris(topher) Kitcher, die laat zien hoe je de richting van de draaistroom meet. Alleen, deze roept bij mij vragen op, die ik hier graag stel:
www.youtube.com, "qr code 14 phase rotation/ sequence test"

Hij meet eerst met een Megger1730:
de draadkleuren rood, blauw en groen leveren respectievelijk L1-L2 en-L3 op, vervolgens
de draadkleuren blauw, rood en groen leveren respectievelijk L1-L3-L2 op
Alleen de draden rood en blauw zijn verwisselt dus ik verwacht nu L2-L1-L3.
2)Maar dit is niet zo, Waarom niet?

Vervolgens met een “Duspol”:
-Zwart(L1) op Linkeraansluiting, Geel(L2) op Middelste aansluiting geeft (juiste) draaiing naar Rechts aan dus Regi, L1-L2 of L3-L1
-Zwart(L1) op middelste aansluiting, Geel(L2) op rechtse aansluiting geeft (juiste) draaiing naar echts aan dus Myer, L2-L3 of L3-L1
-Geel(l2) op Linkeraansluiting, Zwart (l1) op Rechteraansluiting (middelste aansluiting nv) geeft
(juiste) draaiing naar Rechts aan dus Lire, L1-L3 of L3-L2.

3) Waarom worden de testpinnen omgewisseld?
Waarom niet consequent bij al deze drie metingen zwart(L1) links, geel(L2) rechts plaatsen?
Vervolgens ter controle:
Zwart(L1) op Linkeraansluiting, Geel(L2) op Rechter aansluiting (middelste aansluiting nv) geeft
(onjuiste) draaiing naar Links aan dus juist zou zijn Regi, L1-L3 of L2-L1
Nu wordt Zwart(L1) wel aan de Linkerkant geplaatst.
Begrijp ik dus niet.

Zonder beïnvloed te zijn door het filmpje dacht ik als volgt te meten met een tweepolig tester:
Draad-Li-Draad-Re,
Draad-Re-Draad-Mi en
Draad-Li-Draad-Mi, constateer je bij een combinatie een draairichting Linksom dan wissel je deze twee draden om op de aansluiting zodat de draairichting rechtsom wordt.
4)Correct?

5)Maar hoe bepaal je dan welke draad L1 is ,L2 en L3, want je hebt nu alleen geconstateerd dat een combinatie van twee draden een (juiste/ gewenste) draaiveldrichting naar Rechts hebben?

Gekeken in handleidingen van tweepolige testers, maar dat roept nog meer vragen op daar lees ik dat de meetpennen tegen de isolatie van de stoomdraden gehouden moet worden, in het filmpje krijg ik de indruk dat ze tegen metaal (de schroef) worden aangehouden.
6) Wat is nu de juiste werkwijze?

In het 150 kV net spreken we over 8, 12 en 4 , dat is de draaiveldrichring in een HOOGSPANNINGS lijn(het klokgetal)

maar in 400 volt is het rood geel blauw, of tegenwoordig l1, l2 l3.
de enige manier om dit te testen is een draaiveldmeter.
Deze meter heeft 3 draden, die allemaal aangesloten moeten zijn.
de absolute fasen zijn niet belangrijk, alleen de volgorde wel.
de fasen zijn vectorisch 120 graden verschoven.
daardoor krijgt men een draaiveld.en mer 2 draden omgedraaid, gaar het veld de verkeerde kant op
Normaal is het bij motoren zo, als je l1, l2, l3 aansluit, de as rechtsomdraait.
dit is gestandariseerd.

L1, L2 en L3 en L3, L1, L2 is precies hetzelfde draaiveld. Om het leesbaar te houden beginnen we altijd met L1 of L3. Het gaat dus puur om de volgorde dus feitelijk zijn er maar 2 en dat is L3-L2-L1 of L1-L2-L3

de draadkleuren blauw, rood en groen leveren respectievelijk L1-L3-L2 op
Alleen de draden rood en blauw zijn verwisselt dus ik verwacht nu L2-L1-L3.

Dit is voor het draaiveld ook precies hetzelfde.

5)Maar hoe bepaal je dan welke draad L1 is ,L2 en L3, want je hebt nu alleen geconstateerd dat een combinatie van twee draden een (juiste/ gewenste) draaiveld richting naar Rechts hebben?

Dat kan je op deze manier ook niet bepalen en is ook niet belangrijk voor het draaiveld. Wat je als enige wilt weten is dat voordat je de motor aanzet het de goede kant opdraait.

Feitelijk maakt het voor het omdraaien van het draaiveld niet uit welke 2 draden je wisselt dat mag elke combinatie zijn. Maar omdat je dan totaal geen weet meer hebt van wat nu welke fase is zijn er afspraken gemaakt
Bruin is altijd L1
zwart = L2
grijs L3.

Een goede monteur houd zicht ook daaraan. Omdat elke monteur ook wel een blauwe maandag kan hebben is het goed om na het aansluiten alles de testen en dat op elke aansluiting de volgorde goed is en zo niet dat corrigeren.

Ook zijn er kabels waar een bruine en 2 zwarte in zitten. Dan is de bruine dus L1 en als het draaiveld verkeer is omdat de motor de verkeerde kant opdraait dan verwissel je allen de 2 zwarte draden.

[Bericht gewijzigd door benleentje op (24%)]

De meeste energieleveranciers leveren een rechts draaiveld, maar heel soms kan je een links veld aantreffen.
Daarom is het nuttig om dit draaiveld te meten.

Aangezien er geen begin of eind aan de reeks is, zijn L1 - L2 - L3 en L2 - L3 - L1 dus hetzelfde.

Het is, met sommige meters, mogelijk om een dergelijke meting uit te voeren zonder de draad of schroef aan te raken, alleen door de "meetpen" er dichtbij te houden. Dit komt doordat een dergelijke hoge spanning een elektrisch veld veroorzaakt dat gemeten kan worden, door er een tweede stukje metaal (in de meetpen) bij te houden, waardoor die samen met de draad een kleine condensator gaan vormen.

Ik heb het 1 keer meegemaakt dat f1, f2, f3 echt juist moesten zijn. 3 Victron omvormers van 3kW waarvan 1 master en 2 slave die in 3fase bereik waren geconfigureerd als no-break systeem. Ondanks dat het draaiveld van de netvoeding correct was wou dat niet werken. Door de fases anders te gaan koppelen met eveneens correct draaiveld deed deze het wel. Echt heel raar, maar het was wel zo.

Op 7 augustus 2015 21:39:16 schreef RoelP:
Ik heb een vraag als geïnteresseerde leek en heb het daarom hier onder de schoolvragen geplaatst.
Het betreft een vragen over het bepalen van de volgorde van de verschillende fasedraden in combinatie met de draaistroom.
Indien ik de vragen over verschillende discussies moet verdelen hoor ik het graag.

Bij het in bedrijfstellen van een nieuw trafo/distributiestation, moet de inbedrijfsteller zich ervan overtuigen dat op de verdeelinrichting in het station het draaiveld juist is, en, als er een doorkoppeling met een ander station mogelijk is, de fasen op de juiste rails zitten. Dat laatste laten we even buiten beschouwing, om het draaiveld te bepalen, zijn er draaiveldmeters. De meest simpele is deze:

Z'n electronische opvolger is deze:

Beiden hebben een nadeel: je moet 3 draden aansluiten, je komt dus een handje tekort. De industrie heeft daar een antwoord op gevonden: Met een daartoe geschikt meetinstrument meet je één fase tegen nul, daarna meet je de volgende fase tegen nul. Het instrument "onthoud" de waarde van de eerste meting, en vergelijkt dit met de tweede meting. Zo ziet het instrument het draaiveld.
Mijn waarnemingen zijn, dat de oudere laagspanningspecialisten het apparaat met de drie draden verkiezen boven de tweepolige tester.

Dat is merkwaardig, want bij parallellen in de middenspanning, wat door hetzelfde personeel word gedaan, word een enkelpolige tester gebruikt, die volgens hetzelfde principe als de tweepolige laagspanningtester werkt.

om de fase volgorde te meten wordt op t werk ook nog een ouderwetse draaiveld meter gebruikt. een bbc model met 3 meetsnoeren, dat werkt nog steeds prima..

Op 7 augustus 2015 22:06:59 schreef benleentje:
L1, L2 en L3 en L3, L1, L2 is precies hetzelfde draaiveld. Om het leesbaar te houden beginnen we altijd met L1 of L3.

Jou "definitie" is niet streng genoeg: We beginnen met L1 of L3 staat L1 L3 L2 en L3 L1 L2 ook nog toe. Je bedoelt: "we zetten L2 altijd in het midden". Dan zijn er maar twee van de zes mogelijkheden.

(je kan drie dingen (L1, L2, L3) in ZES verschillende volgordes opschrijven. Omdat het hier niet uitmaakt waar je begint zijn er steeds 3 elektrisch hetzelfde. Dus we hebben 123, 231, 312 enerzijds en 321, 213 en 132 anderzijds!).

ik zweer bij die 3 draads testers, maar ik ben al een ouwe knar :)

De industrie heeft daar een antwoord op gevonden: Met een daartoe geschikt meetinstrument meet je één fase tegen nul, daarna meet je de volgende fase tegen nul. Het instrument "onthoud" de waarde van de eerste meting, en vergelijkt dit met de tweede meting. Zo ziet het instrument het draaiveld.

Dat is ook al verleden tijd. De huidige duspols doen dat in 1 keer en je behoeft enkel L1 en L2 te meten en geeft dan een R of L aan.

In de oude installatie moest ik wekelijks en soms dagelijks fase draaien in de machines omdat ze weer wat hadden verplaats. Na de grote verbouwing is het nog maar 2 keer voor gekomen dat in fasen moest omdraaien en nu zijn alle WCD's en machines hetzelfde en kunnen verplaats worden zonder problemen. Enkel met nieuwe machines en die van een andere locatie komen moet ik nog wat aanpassen.

een voordeel van alle wcd,s indentiek uitvoeren, hoef je niks om te polen\.

Blaas mijn eigen onderwerp nieuw leven in, met een Duspol ter beschikking, nu de praktijk. Ik probeer de fasevolgorde te bepalen, metingen verricht, maar de juiste conclusie trekken...

Kan iemand mij meenemen hoe je dit nu aanpakt ?
De drie fasendraden A, B en C genoemd om geen 1, 2 en 3 te gebruiken.

Draad - meting - uitleg handleiding * Deze meting blijkt niet te kloppen, zie verderop *

A-B L inksdraaiveld. L2 voor L1
A-C L inksdraaiveld. L2 voor L1
B-C R echtsdraaiveld L1 voor L2

(Mijn) Redenatie:
Rechtsdraaiend is gebruikelijk dus
B komt overeen met met L1
Dus gaat het om A en C, maar tussen A-B en A-C is het beiden een L inksdraaiveld.
En nu loop ik vast. Graag advies. Bij voorbaat dank.

Is het deze tester: http://www.produktinfo.conrad.com/datenblaetter/100000-124999/103701-a…

Ik zie een inconsequentie in de handleiding. In plaatje F zit probe L1 op L1 en probe L2 op L2. Het lampje geeft rechts draaiveld aan.
In plaatje G hebben ze de probes verwisseld en brandt het lampje links. Dat is logisch als het draaiveld nog steeds rechts is. Maar ze trekken hier de conclusie dat het links is. Hier klopt iets niet.

Op 8 augustus 2015 00:10:08 schreef mvdk:
[...]

Beiden hebben een nadeel: je moet 3 draden aansluiten, je komt dus een handje tekort. De industrie heeft daar een antwoord op gevonden: Met een daartoe geschikt meetinstrument meet je één fase tegen nul, daarna meet je de volgende fase tegen nul. Het instrument "onthoud" de waarde van de eerste meting, en vergelijkt dit met de tweede meting. Zo ziet het instrument het draaiveld.
Mijn waarnemingen zijn, dat de oudere laagspanningspecialisten het apparaat met de drie draden verkiezen boven de tweepolige tester.

Meten t.o.v. de nul, vaak is er geen nul draad in een driefasen net. Hoe kan het tweedraadstoestel onthouden wat de vorige fase was? Ten opzichte van de nul zie je telkens maar één wisselspanning zonder enige referentie. Er valt daarom door het apparaat niets te onthouden.
Ik kan me wel een ingewikkelde electronische schakeling bedenken, waarin een kristal oscillator die op de netfrequentie loopt en gesynchroniseerd wordt, om vervolgens enige tijd een "startpunt" vasthoudt. Dat lijkt me een zeer omslachtige en ook vrij onbetrouwbare methode, omdat in dat geval ergens wat omgeschakeld moet worden in de tester. Eerst referentie bepalen op een fase, daarna de tweede meting op een andere fase.

Op 9 augustus 2015 01:41:07 schreef mel:
een voordeel van alle wcd,s indentiek uitvoeren, hoef je niks om te polen\.

dat is standaard zo idd, bruin op L1 zwart op L2 en grijs op L3. dan is alles hetzelfde in een pand. draaiveld wordt dan bij de voeding bepaald.

maar bij mijn weten wordt het draaiveld bepaald met 3 meetsnoeren, voor elke fase 1, 2 fasen meten zegt niks.

Op 19 juli 2018 13:07:43 schreef testman:
maar bij mijn weten wordt het draaiveld bepaald met 3 meetsnoeren, voor elke fase 1, 2 fasen meten zegt niks.

In de handleiding van de duspol wordt gezegd dat je beide probes stevig met je handen moet omvatten. Zo vorm je capacitief een koppeling met aarde die als referentie dient.
Ik vind het verwarrend, zeker met de plaatjes in de handleiding er bij. Geef mij maar zo'n draaimolentje met 3 snoeren.

Die duspol achtige meters bepalen het draaiveld doordat deze toch tegen de nul meten, dit doordat er een koppeling is met aarde net als bij een spanningszoekertje.

Bij de dingen die wij hebben moet je een vinger op een metalen plaatje houden om het draaiveld te kunnen meten.

Edit iets te laat.

Inderdaad zo'n molentje is het beste is tenslotte ook een driefasemotor dus werkt altijd goed.

Gr.F_S

[Bericht gewijzigd door F_S op (14%)]

De volgorde van fasen kun je kontroleren, daar zijn verschillende apparaatjes voor.
Maar bepalen of een fase echt L1, L2, dan wel L3 is kan niet.
Dat kan alleen als je de draden stuk voor stuk uitmeet vanaf het trafogebouw. Waarbij je dan mag hoepen dat de L1 van de secundaire zijde van de trafo ook de L1 is van de primaire kant. (dat is meestal niet zo)
Hopen dat er in het hoogspanningsnet geen wisselingen zijn.....
In de praktijk is devolgorde vaak belangrijk ivm de draairichting, maar wat nu wat is maakt niet veel uit.
Daar heeft de netbeheerder wel meer belang bij.

Op 19 juli 2018 12:19:37 schreef RoelP:
B-C R echtsdraaiveld L1 voor L2

Met B als L1 en C als L2 heb je dus je gewenste rechtse draaiveld. A is dan L3.

De volgorde is dus kortweg B - C - A
En dat is uiteraard weer hetzelfde als A - B - C of C - A - B
net wat je wil en hoe je kleuren het beste uitkomen.

De netbeheerder heeft er inderdaad belang bij in verband met de koppeling tussen twee netten. Daarom wordt dat ook altijd gecontroleerd zeker in hoogspanningsnetten. Uitkleuren noemen ze dat. Dat doen ze door alle onderlinge spanningen te meten. Dus rood van net 1 tegen alle 3 van net 2 enz..

In de laagspanning heb ik wel eens meegemaakt dat een koppeling tussen twee helften van een dorp niet mogelijk was. Bij een van de trafo's hadden ze aan de 10kV kant de fasen verkeerd aangesloten en dat was gedaan omdat de kabeladers te stug waren om ze in de goede volgorde te leggen. In een naburig dorp hadden ze het weer anders gedaan. Tussen die dorpen kon ook niet gekoppeld worden.
De plaatselijke monteurs kenden die bijzonderheden en controleerden altijd de draairichting als een pand 3-fasig werd aangesloten.

Als je op AB meet moet je hetzelfde meten als op BC en hetzelfde op CA
jou meting klop niet, als je op AC meet lijkt het veld andersom.

Gr.F_S

Dank allen zeer leerzaam.

@KlaasZ, klopt Benning Duspol digital. Onderwerp 7, plaatjes G/H

@GJ_ bedankt hier was ik naar op zoek, maar misschien moet het herzien, naar aanleiding van F_S zijn opmerking over foutieve meting.

@F_S
Opnieuw meting gedaan, hierbij gelet op het goed omvatten van de teststaven en de tesstaven ook omgewisseld. E.e.a. Is GEWIJZIGD. Geeft deze meting wel vertrouwen?

Draad - meting - uitleg handleiding ( Rechterhand teststaaf met display)

A-B L inksdraaiveld. L2 voor L1
A-C R echtsdraaiveld L1 voor L2
B-C R echtsdraaiveld L1 voor L2

Draad - meting - uitleg handleiding (Linkerhand teststaaf met display)

A-B R echtsdraaiveld L1 voor L2
A-C L inksdraaiveld. L2 voor L1
B-C R echtsdraaiveld L1 voor L2 Deze is niet andersom zoals de andere twee.

Een draaiveld moet je ALTIJD controleren.
Standaard word door motorenfabrieken aangehouden, de volgorde L1-L2_l3, aangesloten op volgorde, geeft een rechts draaiveld, dus de motor zal rechtsom draaien.

Waar zit je te meten? Is het ergens in België? Daar heb je soms netten zonder nul waar 1 fase aan aarde ligt. Dan kan je rare effecten krijgen.