Hoi,
Ik ben bezig met de reparatie van een AMP, waarin output power transistoren
MJE 21193 en MJE 211294
gematched moeten worden.
Wat zijn de matching criteria?
Hfe?
Vbe?
https://www.youtube.com/watch?v=kuhudVCobrU
Ik heb een transistor tester waarmee ik Hfe kan bepalen, maar geen apparaat om de volledig karakteristiek van deze transistoren te meten.
Ik las op DiyAudio dat een Thai een bouwpakketje KIT verkocht om de karakteristieken op een analoge scoop te tonen.
Ik heb een TEK 465B, die kan ik daarvoor mooi gebruiken.
Alle advies welkom!
RAAF12
Golden Member
Elektuur heeft eens een power hFE meter gepubliceerd. Met een standaard meter is de basisstroom te gering om te meten aan flinke powertransistors.
https://www.elektormagazine.com/magazine/elektor-199009/32219
Of deze https://sound-au.com/project106.htm
Je hebt niks aan een curve tracer als je de versterking van twee of meer power transistors wil matchen. Je wil immers meten in een situatie dat de versterker flink staat te bléren.
Jeever
Golden Member
Bezoek mijn elektronica-hobby blog https://verstraten-elektronica.blogspot.com/
Op 28 september 2023 12:51:50 schreef redguuz:
Ik las op DiyAudio dat een Thai een bouwpakketje KIT verkocht om de karakteristieken op een analoge scoop te tonen.
Ik heb een TEK 465B, die kan ik daarvoor mooi gebruiken.
Ik heb dat Thaise bouwpakketje gebouwd en beschreven, zie:
https://verstraten-elektronica.blogspot.com/p/ch-012ex-transistor-curv…
Het kost niet veel moeite om te achterhalen dat ThaiKits een ooit door de ontwerpafdeling van elektuur ontworpen schema heeft gekopieerd en slechts op details heeft aangepast. Deze nabouw schakeling werd gepubliceerd in het decembernummer van jaargang 1989, pagina's 44 tot en met 49.
Bedenk wél dat dit een heel simpel ontwerpje is dat geen grote stromen kan leveren en waar geen geijkte stromen en spanningen uit komen!
blackdog
Golden Member
Daar de mens het noodzakelijke niet kan volbrengen, streeft hij naar het overbodige (Goethe)
Hi,
Als het om maar twee eindtransistoren gaat, dan is matchen eigenlijk niet echt nodig.
Pas als en vier of meer eindtransistoren gebruikt worden en de emiter weerstanden zijn laag in waarde, dan kan matchen zinnig zijn.
Als er bij mij meerdere powertransistoren parallel staan in een device dan meet ik ze meestal wel na op redelijke gelijkheid.
Hoe die ik dit?
Dan neem ik twee LAB voedingen.
De gene die de collectorstroom levert stel ik in op 5V en max 1.2-Ampere als ik tot 1-Ampere wil testen, dus ja, de collector en de emittor komen direct over de + en de - van de labvoeding.
De tweede LAB voeding verzorgt de basisstroom via een 220 Ogm weerstand.
De te meten transistor monteer ik op een koel element, anders heb je bij het bepalen van de hfE te veel drift door het opwarmen van de transistor.
Regel de LAB voeding van 0V rustig omhoog tot dat door de collector/Emittor 1-Ampere loopt.
Noteer de basisstroom voor het bepalen van de hfE.
Meet dan ook direct de BE spanning bij de stroom waarop je test.
Met je tijd genoeg, kan je bij 100, 500mA, 1-Ampere en 3-Ampere testen.
Meerdere multimeters beschikbaar hebben, maakt het meten sneller/efficienter.
Hou er rekening mee, dat een PNP en een NPN eigenlijk nooit mooi overeen komen.
Het mooie is dat veel van wat niet klopt door de loopgain van de versterker wordt weggeregeld.
Kijk voor het hfE gedrag maar in de datasheets van verschillende transistor paartjes.
De vele kleine transistortesters van Alie en E-bay testen bij te kleine collectorstromen voor een echt goede indruk.
Groet,
Bram
fred101
Golden Member
www.pa4tim.nl, www.schneiderelectronicsrepair.nl, Reparatie van meet- en calibratie apparatuur en maritieme en industriele PCBs
Op 28 september 2023 12:56:54 schreef RAAF12:
Je hebt niks aan een curve tracer als je de versterking van twee of meer power transistors wil matchen. Je wil immmers meten in een situatie dat de versterker flink staat te bléren.
Mijn Tek 576 curvetracer kan 10A collector stroom aan en een hele hoge basis-stroom. Maar curve tracers zijn zeldzaam en duur. De moderne variant heet SMU maar om hFE of hfe metingen te doen heb je er 2 nodig (of 1 en een programmeerbare functie generator als step generator) Voor 1x een erg forse investering, ik zou gewoon de manier van Blackdog gebruiken.
Ik weet niet of moderne CT bouwpakketjes ook powertorren met grotere vermogens kunnen testen. Ik heb een peak halfgeleider tester die gekoppeld aan de PC als CT kan werken maar echt zinvol voor power-torren is het niet want het ding kan geen hoge stroom leveren.
@ Allen,
Hartelijk dank!
Allemaal relevante en duidelijke antwoorden.
Conclusies:
1)
Het Thai kitje (low Power Hfe curve tester) was dus een Elektuur ontwerp
( 1989-12 https://www.elektormagazine.nl/magazine/elektor-198912/45964 )
en is nog steeds leverbaar voor zo'n € 55.-
Maar dus niet geschikt voor Power transistoren.
2)
Er is idd een vervolg Elektuur ontwerp (1990-09 Pagina 69-75) wat wel geschikt is voor Power Torren, bijlage 1 .
3)
Omdat ik maar zelden power torren hoef te matchen, ga ik de procedure van Blackdog volgen.
Allen, Heel erg bedankt voor deze uitleg!
@Fred101
Als je veel pegels hebt is een Chinese Hi Power Transistor tester nog steeds verkrijgbaar op ALI (€ 2450.- !!)
Zo te zien nog van voor het Xi JinPing tijdperk.
https://nl.aliexpress.com/item/32503103783.html?spm=a2g0o.productlist.…
fred101
Golden Member
www.pa4tim.nl, www.schneiderelectronicsrepair.nl, Reparatie van meet- en calibratie apparatuur en maritieme en industriele PCBs
100A CT, ik had geen idee dat de Chinezen CT's bouwden, en zeker niet een van bijna 14k.
Waarom zijn we eigenlijk aan het praten over curve tracers? Volgens mij zijn we vastgelopen op de onjuiste vereiste dat de transistoren gematched moeten worden.
Op 28 september 2023 12:51:50 schreef redguuz:
Ik ben bezig met de reparatie van een AMP, waarin output power transistoren
MJE 21193 en MJE 211294gematched moeten worden.
Van wie moeten deze transistoren gematched worden? Waar heb je dat vandaan?
Wat zijn de matching criteria?
Hfe?
Vbe?
De persoon die je heeft verteld dat je de transistoren moet matchen zal je dat zeker kunnen vertellen. Complementaire paren worden zelden gematched, er zullen wat oplichtmerken zijn die dat toch beweren voor de bling, maar het heeft geen technische reden. Je kunt een eindtrap die op één of andere manier last heeft van asymmetrie ongevoelig maken voor verschillen in versterkingsfactor door relatief kleine weerstanden tussen de basis en emitter te plaatsen. De stroom die door de drivers geleverd moet worden wordt dan gedomineerd door de stroom door de weerstand en je trap wordt meer lineair.
BJT's hoef je niet te matchen als ze niet parallel zitten. Als ze dat wel zitten hoeft het ook alleen maar als je slechts een deel van een set vervangt met nieuwe uit een andere batch of van een andere fabrikant. Dat is alleen een probleem als je bijvoorbeeld een oude versterker hebt waar je alleen nog maar aan een beperkt aantal vervangende transistoren kon komen. Het criterium dat je dan gebruikt is de IC/UBE-karakteristiek en dan is een curve-tracer het aangewezen apparaat om dat te doen.
Transistoren zijn spanningsgestuurde componenten, en worden in een standaard eindtrap ook zo aangestuurd. Verschillen in versterkingsfactor maken hierin niet uit, want de versterker is zo teruggekoppeld dat de uitgangsspanning wordt geregeld, en niet de stroom.
fred101
Golden Member
www.pa4tim.nl, www.schneiderelectronicsrepair.nl, Reparatie van meet- en calibratie apparatuur en maritieme en industriele PCBs
Wat zijn de matching criteria?
Hfe?
Vbe?
Mieren-@#$% mode aan: Als je iets wil meten moet je wel weten wat je meet. (Hoewel het doel van deze meting wat zinloos is, een goed ontwerp is h parameter onafhankelijk.
Het is hFE, dat is DC versterking en hfe de klein signaal versterking. De keuze van hoofdletters of kleine letters is hier net zo belangrijk als MHz en mHz of mΩ en MΩ
Net zo goed als het typenummer overigens:
MJE 21193 en MJE 211294
Die bestaan niet dus, het gaat hier om de MJ21193 en MJ21194, geen 'E', geen spatie, geen extra '2', niet vet gedrukt.
Vormfouten neig ik overheen te kijken, zeker met hFE/HFE hfe/hFE. Ik heb zelf ook nooit geweten waar de terminologie vandaan is gekomen, en in datasheets staat het ook geen twee keer hetzelfde. Ik neig gewoon "versterkingsfactor" te lezen en in de naastliggende kolom de testomstandigheden te lezen. Zeker met darlingtons maakt dat vaak nogal uit door de ingebouwde B-E weerstanden.
fred101
Golden Member
www.pa4tim.nl, www.schneiderelectronicsrepair.nl, Reparatie van meet- en calibratie apparatuur en maritieme en industriele PCBs
Kruimel, ik heb nog geen fout in datasheets gevonden waar ze de versterking Qua hoofd/kleine letter verkeerd specificeerde.
De h parameters zijn een kleine h, nu is dat niet zo spannend want iedereen snapt wel dat je geen henry bedoeld. Maar het FE/fe deel is wel van belang want FE is iets totaal anders dan fe. De datasheets geven meestal de hFE op (dat is voor DC) bij de hoofdspecs, hfe volgens mij alleen in grafieken aangezien het frequentie afhankelijk is.
Het is best lastig omdat er ook nog over alfa en beta wordt gesproken (wat men vroeger gebruikte) en als ik het goed herinner stond in mijn Tek CT boek dat hfe het verschil in versterking is tussen verschillende basisstromen.
Als 1mA een hFE geeft van 50 en 2mA een hFE van 200 dan is de hfe 150 maar dat kan ik fout onthouden hebben. Heb het applicatie manual nu niet onder handbereik.
Voor de TS:
Heel veel zin heeft deze parameter op zichzelf niet. Hooguit om bij een ontwerp fase een tor te selecteren zodat het ding in theorie kan doen wat je wilt. Niet bij vervanging van kapotte torren als je dezelfde neemt. Hooguit als de fabrikant uitgaat van een hFE van 100 en een tor selecteert die volgens de datasheet tussen 50 en 150 zit, dan zul je torren handmatig moeten selecteren. Er zijn vast cutting-edge toepassingen waar je niet anders kunt.
De hFE is geen "onafhankelijke" parameter. De trace van een CT is geen rechte lijn. Een trace heeft een vaste Ib maar een variërende collector spanning en dus ook een variërende collector stroom. Vaak stijgt deze heel snel en wordt dan min of meer recht maar blijft vaak wel nog stijgen. Soms nauwelijks, soms heel veel.Voor een ontwerp fase kan dat zinvol zijn.
De versterking varieert ook als de frequentie varieert.
Curve tracers en SMU's zijn handig bij productie van halfgeleiders zodat de fabrikant een datasheet kan maken. Voor reparatie om te controleren of bv een zener aan zijn specs voldoet, of gewoon de waarde te achterhalen, of een tor nog extra versterkt als Ib stijgt of dat hij "vast geroest" zi. Of een triac nog in alle kwadranten werkt etc. Voor ontwerp wat minder tenzij je bv wilt controleren of er bij problemen bv een batch onderdelen aan de datasheet voldoet. Ook voor onderzoek is hij vaak handig.
Voor transistors matchen ook, tenminste, als dat een zinvolle meting is. Bij een HP9100 werden torren op beta hand-geselecteerd maar matchen voor een audio amp lijkt me niet echt zinvol. (zie Kruimel zijn post) Maar zinloze dingen doen schijnt bij audio te horen 
Bij herlezen zie ik inderdaad dat ik je uitleg fout gelezen had (en de kapitalisering mis heb in mijn post, goeiemorregûh
). Ik dacht dat je het verschil tussen kleinsignaal en groot signaal bedoelde, dus meer in de richting van de uitersten van de exponentiële karakteristiek van een transistor (die verder ook zelden relevant is).
@ Kruimel,
De fabrikant van de versterker beweert dat transistors gematched moeten worden:
Zie het schema: zgn. totempaal schakeling.
Page 2/2
@ Kruimel,
De fabrikant van de versterker beweert dat powere output transistors gematched moeten worden:
Zie het schema: zgn. totempaal schakeling.
Zie Page 2/2; De BR6521/6522 = SJ 6521 6522
Zie ook discissie in DiyAudio:
https://www.diyaudio.com/community/threads/bryston-3b-output-transisto…
OK, you got me. De Bryston eindtrap is inderdaad de uitzondering waar hFE-matching belangrijk is. Zo uit mijn hoofd meen ik me te herinneren dat het matchen van de versterkingsfactoren van T10/T22 en T21/T23 relevant was, maar ik zal dat op moeten zoeken. Het is niet een normale 'totempole'. Zal niet meer voor vandaag zijn.
De bovenstaande informatie had wel in de openingspost moeten staan. Je hebt nu een versterker in handen met een unieke layout en 8 (!) uitgangstransistoren met 6 verschillende functies, en je enige vraag, zonder enige context of schema (dat je ook nog bleek te hebben) is: "hoe moet ik de transistoren matchen?" Je loopt zo het risico dat je onjuiste antwoorden krijgt. Zijn alle 8 transistoren stuk? Hoe staat het met de drivers? Zijn die nog heel? Lijkt me sterk namelijk.
Ik ga dat topic niet lezen, in die audiodiscussies moet je met een vergrootglas zoeken naar inhoudelijke informatie, en elke bewering vervolgens controleren op juistheid. Ik weet dat die Bryston ontwerpen een afhankelijkheid hebben van de matching tussen de versterkingsfactoren van de uitgangstransistoren, maar moet zoeken naar de details. In deze versterker zijn 85V rails, dus een fout maken is snel fataal. Dat 'outrigger board' snap ik nog niet helemaal. Het lijkt er een beetje op dat ze geprobeerd hebben de dissipatie te spreiden door een serieschakeling van uitgangstransistoren. Daar intern zal matching niet uitmaken, maar het goed zijn van de drivers en alle transistoren en condensatoren wel.
Hoi Kruimel,
Ik heb een goed werkende Bryston 4 NBR kast (ca. 1990) die blijkbaar in 2004 door Bryston Canada zelf helemaal verbouwd is tot Bryston 4b ST specs: nieuwe printplaten, ringkerntrafo's nieuw relay protectiesysteem. (blijkt uit de doos en de interne layout).
Ik heb uitgezocht dat die schema's in mijn vorige mail representatief zijn.
Ik heb nu een set vervangingstransistoren ( 8X MJ21193/94 ) op de kop getikt (ze zijn nu nog hier en daar verkrijgbaar), als back up.
Volgens de verkoper zijn het originelen (en geen ALI Fakes) in aparte doosjes met steeds een paartje.
Ik wilde nu de bewering van de verkoper checken:
1) zijn het idd paartjes?
2) kunnen ze het geclaimde operating regime aan? maw zijn het geen fakes?
De discussie op DiyAudio gaat over de beste vervangingstransistoren voor de oudere BR6521/BR6522, die Bryston gebruikte.
Volgens een Bryston technicus worden nu ook door Bryston Ca zelf MJ21193/94 gebruikt/aanbevolen, als vervanger van de BR6521/22.
Vervolgens doet de TS ook een matching processs van de drivers: nu
MJE15030/31.
Hij heeft de bias instelling van Bryston gekregen : 10 mV over de 0.15 Ohm emitter weerstanden.
Vervogens concludeert hij dat het gerepareerde kanaal een lagere offset een gelijkmatiger verdeling van de bias over de twee eindtraphelften en een betere stabiliteit heeft dan het oorspronkelijke, niet defekte kanaal.
Hij vraagt zich dan ook af hoe (on) nauwkeurig Bryston destijds zelf gematched heeft) !
""
And Rock-n'-Roll it does!
I actually ended up fitting a second set of the MJ15003/MJ15004 into the good original channel too. Reason was the bias setting was more even on the new side than the original and I wanted to see if that was just luck or not. Once satisfied, off the limiter it came and time for bias set-up. Gave it a good long time to stabilize and got the bias set up to the specification graciously provided by Bryston, being 10mV BTW. The bias was actually more evenly split between the devices than with the original outputs, go figure. So, there goes the idea of device matching / selection?
Played it for some time into some crappy speakers to give it a chance to operate into a load and convince me all was well. Moved it up to the living room and hooked it up to my main system. Played a variety of music and found this amp is quite pleasant with excellent extension into the bass region and smooth sounding treble."""
NB DE auteur gebruikte de MJ15003/MJ15004 voor de eindtransistoren, die werd door Bryston ook als vervanger voor de BR6521/22 gebruikt totdat de voorraden op waren (TO3 transistoren).
Ik vroeg me nu af welke transistoren nu gematched moesten worden met elkaar.
+++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Overigens heb ik tzt nog een andere vraag:
Op YouTube heeft iemand uitgezocht hoe je de ST (totempaal schakeling) kunt opwaarderen naar SST specs (parallel schakeling is nu met de MJ21193/94 mogelijk).
Aangezien de SST weer een verbeterd geluid heeft vergeleken met de ST zat ik eraan te denken om deze ombouw te doen.
Het is tamelijk eenvoudig te doen. zie
https://www.youtube.com/watch?v=EJLzcR5I5fk Part 1 Theory
https://www.youtube.com/watch?v=5kZ74yhpQj8 Part 2 Modification
Maar op dit moment is het devies: do not disturb a working system.
NB Hierbij nog het schema van de SST:
Dit is wat Douglas Self er over te zeggen heeft in Self, D. (2009) Audio Power Amplifier Design Handbook - Fifth Edition, een handige samenvatting, maar geen direct antwoord op je vraag:
An unconventional triple output stage used by Bryston is shown in Figure 6.17c. As with other output triple outputs, the pre-driver stage Q1 is run at low power so it stays cool and gives good bias stability. The driver stage Q3 is now a phase-splitter; the output from its emitter drives a CE stage Q5 that feeds current directly into the output rail, while the output from its collector drives an EF stage Q7 that feeds current into the output rail via two emitter resistors Re1, Re2. An important feature of this stage is that it has a voltage gain of 3, set up by the potential dividers R5, R1 and R6, R2.
The Bryston configuration has the further interesting property that is completely defeats the output stage notation suggested only a few paragraphs ago. According to Bryston's own publicity material, their output stage configuration requires close matching of output transistor betas, not only between similar types, but between complementary devices. They say that since Bryston products are hand-built from selected components anyway, this is not a serious disadvantage in production.
Dit is het versimpelde schema waar hij naar verwijst. Het lijkt er op dat de versterker waar jij het schema van toont ook een eindtrap heeft met een versterking van 3, dus de opzet lijkt vergelijkbaar. Er is alleen dat 'outrigger board', wat zo ver ik kan zien niet bijzonder veel invloed heeft op de conclusies die er hier getrokken worden.
Voor deze uitgangstrap is het dus belangrijk dat de gelijkloop van de versterkingsfactor van de eerdergenoemde transistorparen T10/T22 en T21/T23 relevant is. Dat is lastiger dan het lijkt, want deze transistoren zijn van verschillende polariteit en komen dus hoogstwaarschijnlijk niet uit dezelfde batch of van dezelfde wafer. Zo ver ik kan zien is het matchen van de paren "tegenover" elkaar veel minder relevant, in het ergste geval zit er een paar mV offset op de basissen van de drivers. Hopelijk klopt de claim van de verkoper dat deze transistoren gematched zijn, maar ik weet het niet... Als ze niet gelijk lopen zal de transistor met de grootste versterkingsfactor een evenredig groter aandeel van de stroom voeren en dan loert het gevaar van 'thermal runaway' als die warmer wordt en steeds meer van het werk gaat doen.
De transistoren op het 'outrigger board' hoeven niet gematched te worden, omdat de stroom die erdoor loopt gedicteerd wordt door de gematchte transistoren. De versterkingsfactor bepaalt alleen hoeveel stroom er in de basis zal stromen, maar daarin schuilt geen gevaar omdat die stroom bijna onvoorwaardelijk door de lokale driver geleverd kan worden en de stroomverding niet beïnvloedt. De transistoren kunnen zo veel basistroom opnemen als nodig.
Het ombouwen van deze versterker naar een "domme" parallelschakeling lijkt onverstandig als je niet weet wat je doet. In theorie zou het met deze transistoren moeten kunnen omdat het 'second breakdown' effect pas boven de 80V beperkend wordt (bij de MJ15003/4 is dat bijvoorbeeld vanaf 50V), maar die constatering op zichzelf is een te sterke versimpeling van de werkelijkheid. Dat het beter klinkt moet ook nog bewezen worden, want dat weet je pas als je het hele zootje gebouwd hebt en het hoort. Alles daarbuiten is gewoon bijgeloof.
Overigens lijkt het me sterk dat die transistoren die ze gebruiken echt uniek zijn of door hen gemaakt worden. Ze hebben gewoon een bestaand transistortype 'gebinned' en omgelabeld met hun nummer. Nu vervang je dat met een mogelijk ander type, en om dat goed te krijgen zou je eigenlijk opnieuw door het ontwerpproces moeten gaan. Voordeel is dat die MJ21193/4 hoogstwaarschijnlijk meer kunnen hebben dan de originele typen, die volgens mij nog niet te krijgen waren begin jaren '90 (niet zeker).
Kijk in elk geval maar wat je doet, eigenlijk vind ik dat ik al wel erg veel moeite heb gestoken in een versterker die niet eens stuk is. Je zei een reparatie te doen:
Op 28 september 2023 12:51:50 schreef redguuz:
Ik ben bezig met de reparatie van een AMP, waarin output power transistoren
MJE 21193 en MJE 211294gematched moeten worden.
Maar nu heb je een goed werkende versterker en alleen een paar transistors als backup:
Op 30 september 2023 01:09:35 schreef redguuz:
Ik heb een goed werkende Bryston 4 NBR kast (ca. 1990) die blijkbaar in 2004 door Bryston Canada zelf helemaal verbouwd is tot Bryston 4b ST specs: nieuwe printplaten, ringkerntrafo's nieuw relay protectiesysteem. (blijkt uit de doos en de interne layout).
Ik heb uitgezocht dat die schema's in mijn vorige mail representatief zijn.Ik heb nu een set vervangingstransistoren ( 8X MJ21193/94 ) op de kop getikt (ze zijn nu nog hier en daar verkrijgbaar), als back up.
Wat ga je nu doen als je ontdekt dat deze transistors toch niet de geadverteerde typen of gematched zijn? Ik heb er erg weinig vertrouwen in dat hij de inspanning die je daarvoor nodig gaat hebben zonder meer op waarde zal kunnen schatten of zelfs al een reactie gaat krijgen op kritische feedback. Het testen van transistoren op versterkingsfactor is nog wel te doen, maar het testen op de 'safe operating area' is niet makkelijk en mogelijk destructief. Toon dan maar aan dat het aan de transistoren lag...
NB: Douglas Self meldt in zijn boek ook iets anders interessants: als complementair paar vertonen de MJ802 en MJ4502 een betere gelijkloop. Dat lijkt door de datasheets bevestigd te worden, al is het gelijk zijn van de initiële versterkingsfactoren niet veel minder variabel als dat van andere transistoren. Het zou best kunnen dat de versterker in eerste instantie met deze transistoren uitgerust is geweest. Ze worden beschreven als minder "lineair" (de versterkingsfactor varieert meer over het stroombereik), maar gegeven een voldoende laagimpendante aansturing zou dat geen enorm probleem moeten zijn. Alle in dit topic genoemde transistoren zijn voor zo ver ik kan zien nog in actieve productie bij Onsemi, dus de beperkte beschikbaarheid is mogelijk tijdelijk. Ik denk dat de 'brokers' de laatste tijd wat actiever zijn geworden, want het lijkt er op dat ST is gestopt met TO-3 transistoren, waardoor Onsemi de enige overgebleven "grote" fabrikant is die ze nog maakt.
RAAF12
Golden Member
Played a variety of music and found this amp is quite pleasant with excellent extension into the bass region and smooth sounding treble.
Hmm, dat klinkt niet echt dat er een techneut aan het woord is. In hoeverre de rest van zijn betoog dan nog betrouwbaar is?
Ik repareer versterkers waar soms wel tot 10 transistoren parallel staan.
Als ze uit dezelfde batch komen, zijn ze over het algemeen redelijk gelijk is in de praktijk gebleken. Als test op gelijkheid in stroomversterking meet ik dan bij een behoorlijke uitsturing op een dummy de spanning over de emitterweerstanden met de scope. Slechte transistoren vallen dan zo door de mand.
Het probleem is alleen dat ze hier niet parallel staat in de letterlijke zin van het woord. Het schema in mijn vorige post toont hoe deze transistoren geschakeld zitten: ze zitten niet parallel. Extra complicerende factor is dat de eindtrap van de TS vervolgens ook nog transistoren in serie heeft staan, waarschijnlijk om de spanning te verdelen. Je kunt deze wijsheid niet gebruiken voor deze eindtrappen, ze zijn inherent anders.
Kruimel,
Bedankt voor deze uitgebreide respons!
Heel nuttig en alvast heel hartelijk dank voor al je onderzoekswerk, het delen van je ervaring en je waarschuwingen.
Ik moet eea nog goed tot me nemen.
Maar ik wil je het volgende toch niet onthouden:
Deze saga heeft een onverwachte wending genomen: je waarschuwing is bewaarheid geworden!
1)
Ik had medio september 8 paartjes MJ11293 / MJ 21194 gekocht bij een Nederlands bedrijf (ik zal de naam niet noemen).
2)
Van tevoren contact gehad met een baliemedewerker en hem uitdrukkelijk gevraagd of dit wel originele (ON Semi) transistoren waren zoals op de Website getoond, en geen (bv. ALI) FAKES.
Het werd uitdrukkelijk ontkend dat het FAKES waren.
Er werd verteld het NOS voorraad was, die deze firma enige jaren geleden bij een trading house had ingekocht (daar wordt ook mee geadverteerd).
Merkwaardig is dat er gemeld werd, dat men in hun bedrijf wel eens een FAKE had doorgeslepen om de inhoud te checken (waarom zou jij dit ueberhaupt doen als je alleen bij gerenommeerde Houses zoals MOUSER) koopt? ).
3) Anyhow, ik ontving een dag later al
- 5 doosjes met in elk doosje 2 losse transistors, 1 paartje per doosje.
- Het zesde doosje bevatte 2 losse transistoren en 4 andere die per twee in een stukje schuim waren gestoken.
(de doosjes waren zeker op).
Totaal 8 paartjes (16 transistoren), zoals besteld.
In de doosjes 1-5 bleek steeds een MJ21194,een NPN transistor maar niet de complementaire MJ21193, te zitten, maar een MJ11032G (een NPN Darlington transistor.
Volgens mijn PEAK ATLAS DCA 55, Semiconductor component analyser een NPN Darlington (Diode Protection C-E, Resistor shunt between B-E).
NB de MJ11032G is inderdaad een Darlington (zie datablad).
In het zesde doosje zaten los wederom een MJ21194G en de (foutieve) MJ11032G Darlington transistor
De resterende 2 paartjes in elk een stukje roze schuimplastic gestoken, waren inderdaad gestempeld ON MJ21193G en ON MJ21194G
Deze testen als een PNP en NPN silicontransistor, met de Peak Atlas DCA55.
4)
Firma gebeld en baliemedewerker met het bovenstaande geconfronteerd.
Ik kon alles terugsturen en het betaalde bedrag wordt gecrediteerd.
Ik kan nu niet oordelen
- of het bovenstaande een fout was van hun Leverancier (zoals werd gemeld) en of het inderdaad echte transistoren waren
- of dat het omgestempelde FAKES zijn.
Ik had er echter geen vertrouwen meer in en heb alles weer teruggestuurd.